Een ruime meerderheid van de thuiswerkers heeft positieve ervaringen met thuiswerken tijdens de coronacrisis en meer dan de helft verwacht vaker te blijven thuiswerken als de crisis voorbij is. Dit blijkt uit de recent verschenen publicatie ‘Thuiswerken en de coronacrisis’ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

thuiswerken als het 'nieuwe normaal'

Het huidige kabinetsadvies om thuis te blijven werken is een van de belangrijkste maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Het lijkt erop dat we dus voorlopig niet (volledig) teruggaan naar fysieke aanwezigheid op de werkvloer en dat thuiswerken een vast onderdeel van onze werkweek wordt.  Daarom is het belangrijk te weten hoe werknemers en werkgevers het thuiswerken de afgelopen maanden hebben ervaren en hoe zij denken over de toekomst van thuiswerken. 
Sinds de start van de coronacrisis zijn er veel studies gedaan naar de beleving en de toekomst van thuiswerken. In dit nieuwe rapport vat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) de belangrijkste bevindingen van deze onderzoeken samen. We zetten de belangrijkste resultaten uit het rapport voor je op een rij.

vind antwoord op deze 6 belangrijke onderzoeksvragen

  1. wie werkt er thuis?
  2. wat vinden we van thuiswerken?
  3. wat betekent thuiswerken voor onze productiviteit?
  4. wat vinden we van de ondersteuning door onze werkgever?
  5. wat missen we het meest als we thuiswerken?
  6. hoe zien we de toekomst van thuiswerken?

1. wie werkt er thuis?

  • vóór de coronacrisis werkte ongeveer 1 op de 3 werkenden wel eens thuis, ongeveer 6% van hen deed dit (bijna) volledig
  • aan het begin van de coronacrisis werkte circa 45% tot 56% wel eens thuis, een groot deel van hen deed dit (bijna) volledig
  • tijdens de coronacrisis nam het thuiswerken het sterkst toe onder hoogopgeleiden, OV-forenzen en mensen met een baan die zij geschikt vinden voor thuiswerken
  • met name jongere werknemers en onderwijspersoneel zijn eind juni/begin juli weer vaker op locatie gaan werken in vergelijking met het begin van de coronacrisis 
  • de mate van thuiswerken verschilt (pre-corona) sterk per sector, functie en soort werkzaamheden. Zo is het voor ICT’ers, managers en andere ‘kantoorwerkers’ gemakkelijker om thuis te werken. Ook hogeropgeleiden en ouderen werken normaal gesproken vaker thuis dan anderen.

lees ook: 9 tips om het beste uit je thuiswerkteam te halen >

2. wat vinden we van thuiswerken?

  • ongeveer 55% tot 70% van de thuiswerkers heeft positieve ervaringen met thuiswerken in coronatijd 
  • desondanks komt uit verschillende onderzoeken naar voren dat thuiswerken het werkplezier voor een groot deel van de thuiswerkers aan het begin van de coronacrisis heeft verminderd
  • werknemers zien vooral het missen van collega’s en de verstoring van de werk-privébalans als nadeel van thuiswerken. Als voordelen worden genoemd: minder reistijd, meer autonomie en flexibele werktijden
  • jongere werkenden zijn iets minder positief over thuiswerken dan oudere werknemers 
  • wie al ervaring had met thuiswerken vóór de coronacrisis en een baan heeft die zich (naar eigen zeggen) leent voor thuiswerken, is positiever over het thuiswerken in coronatijd.  

3. wat betekent thuiswerken voor onze productiviteit?

  • de meeste thuiswerkers voelen zich voldoende productief als zij thuiswerken (55% tot 70%) en deze productiviteit lijkt tussen eind maart en juli te zijn gestegen 
  • vooral thuiswerkers met een (naar eigen zeggen) goede thuiswerkplek en goede ondersteuning door de werkgever voelen zich productiever bij het thuiswerken
  • de meeste (vooral grotere) werkgevers geven aan dat thuiswerken de productiviteit van hun medewerkers maar beperkt heeft beïnvloed. Bij het mkb lijkt dit beeld iets negatiever. 

4. wat vinden we van de ondersteuning door onze werkgever?

  • ongeveer 60% tot 75% van de thuiswerkers heeft (naar eigen zeggen) goede faciliteiten om thuis te werken en ongeveer 50% tot 60% is tevreden over de ondersteuning die de werkgever hierbij biedt
  • oudere werknemers zijn negatiever over de steun door de werkgever, maar hebben naar eigen zeggen juist vaker een goede thuiswerkplek
  • veel organisaties (zo’n 70% tot 80%) hadden vóór de coronacrisis al thuiswerkfaciliteiten, met name grotere bedrijven 
  • een groot deel van de organisaties (70% tot 90%) heeft de mogelijkheid tot thuiswerken verbeterd sinds de start van de coronacrisis. 

5. wat missen we het meest als we thuiswerken?

  • ongeveer 50% tot 70% van de thuiswerkers mist zijn of haar collega’s en dit beeld lijkt vrij constant door de tijd 
  • werkenden die door de coronacrisis meer zijn gaan thuiswerken, missen hun collega’s meer dan andere werkenden
  • het merendeel van de werkgevers vindt het lastig om tijdens de coronacrisis te zorgen voor een goede onderlinge verbondenheid binnen de organisatie. 

6. hoe zien we de toekomst van thuiswerken?

  • een aanzienlijk deel (40% tot 60%) van de thuiswerkers verwacht na de coronacrisis vaker te gaan thuiswerken dan voor de crisis. Dit aandeel is in de periode maart-juli gegroeid
  • de grootste groep werkenden verwacht na de coronacrisis tussen de 1 en 3 dagen thuis te blijven werken. Maximaal 10% van de thuiswerkers verwacht na de coronacrisis (bijna) fulltime thuis te blijven werken
  • de intentie om vaker thuis te werken wordt met name beïnvloed door de mate waarin werknemers (meer zijn gaan) thuiswerken en door thuiswerkervaringen. OV-reizigers verwachten met name de komende maanden (nog) vaker thuis te werken dan autoreizigers. 

download het volledige rapport: thuiswerken en de coronacrisis >