De cao-partijen hebben afgesproken de komende jaren te werken aan:

  • gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten, conform het advies van de SER uit 2021. De partijen streven ernaar dit in 2026 te realiseren

  • een volledig vernieuwde en verbeterde pensioenregeling, die op 1 januari 2026 in werking treedt. Dit wordt vastgelegd in de nieuwe cao per 1 april 2024. De werkgever gaat 15,9% premie betalen, de uitzendkrachten 7,5%

  • een nieuw prijs-kwaliteitssysteem (PKS) voor de huisvesting van arbeidsmigranten per 1 januari 2025. Op basis hiervan worden de maximale bij de arbeidsmigrant in rekening te brengen kosten voor huisvesting bepaald. Dit systeem moet zorgen voor meer transparantie en betere kwaliteit van de huisvesting.

Verder hebben partijen afgesproken dat:

  • de uitruil van loon (ET-regeling) in verband met de extraterritoriale kosten per 1 januari 2025 stijgt van 81% naar 100%

  • uitzendkrachten in de bouw eerder kunnen stoppen met werken als zij drie jaar of korter voor de AOW-pensioendatum zitten en aan de voorwaarden van de regeling voldoen. Dit gaat zo spoedig mogelijk in (naar verwachting per 1 januari 2025) en geldt in elk geval tot en met 31 december 2025

  • de tekst over transitievergoedingen in de cao (artikel 15 lid 8) niet goed was geformuleerd en wordt aangepast.

Het volledige onderhandelingsresultaat vind je op ABU.nl (pdf).

wijzigingen

werkervaring telt mee bij inschaling

Bij het bepalen van het loon van de uitzendkracht (inschaling) moet de uitzendonderneming voortaan rekening houden met de relevante werkervaring van de uitzendkracht. Dit zijn de regels per 1 juli 2023:

  • bij de inschaling wordt rekening gehouden met relevante werkervaring volgens het beleid bij de inlener

  • als er geen beleid is bij de inlener, stellen de uitzendonderneming en de inlener in overleg de inschaling en de positie in de schaal vast

  • een uitzendkracht met relevante werkervaring kan niet starten in de laagste trede van de functieschaal

  • bij terugkeer bij dezelfde inlener of binnen hetzelfde cao-gebied wordt uitgegaan van de eerdere inschaling.

recht op periodieke verhogingen

Per 1 juli 2023 is het uitgangspunt dat de uitzendkracht altijd recht heeft op een periodieke verhoging. Deze verhoging wordt vastgesteld volgens de regels die gelden bij de inlener. Als de verhoging afhankelijk is van een beoordeling, dan geldt het volgende:

  • er wordt altijd een periodiek toegekend, tenzij de uitzendonderneming kan aantonen dat de uitzendkracht hierop geen recht heeft omdat sprake is van een negatieve beoordeling

  • als er geen (of geen tijdige) beoordeling heeft plaatsgevonden, krijgt de uitzendkracht toch de periodieke verhoging die aantoonbaar het meest gangbaar is bij de opdrachtgever

  • als de uitzendkracht tijdelijk uit dienst is geweest en binnen negen maanden weer bij dezelfde inlener of een inlener in hetzelfde cao-gebied terugkeert, moet de uitzendonderneming hem een periodieke verhoging toekennen als deze zou hebben plaatsgevonden binnen de negen maanden.

alle toeslagen en kostenvergoedingen

De inlenersbeloning is per 1 juli 2023 uitgebreid naar alle (bruto en netto) kostenvergoedingen en toeslagen die de vaste medewerkers van de inlener ook ontvangen. 

geen einde uitzendovereenkomst bij arbeidsongeschiktheid

Per 1 juli 2023 eindigt een uitzendovereenkomst met uitzendbeding niet meer automatisch bij arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht. Ook kan de uitzendovereenkomst tijdens ziekte van de uitzendkracht niet meer op verzoek van de inlener worden beëindigd. 

Is de uitzendkracht op de overeengekomen einddatum nog steeds ziek? Dan eindigt de uitzendovereenkomst wel op de einddatum. De uitzendkracht heeft dan mogelijk recht op een Ziektewetuitkering. Voor andere omstandigheden dan ziekte blijft het uitzendbeding gewoon gelden. 

één wachtdag bij ziekte

Met ingang van 1 juli 2023 geldt - ook voor uitzendkrachten - één wachtdag bij arbeidsongeschiktheid. Daarmee is de wachtdagcompensatie vervallen.

aanvullende ziektewetuitkering

Als uitzendkrachten in fase A bij uitdiensttreding (nog) arbeidsongeschikt zijn, hebben zij per 1 juli 2023 recht op een aanvulling op de Ziektewetuitkering tot 90% in het eerste ziektejaar of 80% in het tweede ziektejaar. Dit geldt ook voor gedetacheerden in fase A.

geen wachttijd voor pensioen

Per 1 juli 2023 is de wachttijd van acht weken in de pensioenregeling van StiPP vervallen. Dat betekent dat uitzendkrachten vanaf hun eerste werkdag starten met de opbouw van hun pensioen in de basisregeling. Na 52 gewerkte weken gaat de uitzendkracht pensioen opbouwen in de plusregeling.

Vanaf 1 januari 2024 is de toetredingsleeftijd verlaagd van 21 jaar naar 18 jaar. Dit betekent dat medewerkers al vanaf 18 jaar pensioen opbouwen.

recht op transitievergoeding

Als het uitzendbureau of de opdrachtgever de uitzendovereenkomst beëindigt of niet verlengt, heeft de uitzendkracht recht op een transitievergoeding. De uitzendonderneming moet deze vergoeding binnen een maand na het einde van het dienstverband uitbetalen. Doet de uitzendonderneming dit niet op tijd, dan kan de uitzendkracht een verzoek tot uitbetaling indienen. Dit moet hij binnen een bepaalde termijn na afloop van de uitzendovereenkomst doen. De wettelijke termijn is drie maanden. Deze is bij cao verlengd tot twaalf maanden na de dag waarop de uitzendovereenkomst is geëindigd.

vaste eindejaarsuitkering

Per 1 januari 2023 is de inlenersbeloning uitgebreid met de vaste eindejaarsuitkering. Dat betekent dat uitzendkrachten recht hebben op dezelfde eindejaarsuitkering (hoogte, tijdstip en voorwaarden) als vaste medewerkers. 

verder lezen?

Meer informatie over de CAO voor Uitzendkrachten staat op de themapagina van de ABU.