Bij uitzendwerk stelt een uitzendbureau een werknemer, voor het verrichten van werkzaamheden, ter beschikking aan de inlener. Deze inlener houdt toezicht op en geeft leiding aan de uitzendkracht en beschikt over deze werknemer wanneer en zolang hij deze nodig heeft. De uitzendkracht is niet in dienst bij de inlener, maar in dienst van het uitzendbureau. De inlener betaalt het bureau een bepaald tarief. Het bureau zorgt voor de loonbetaling en de afdracht van loonheffing en sociale premies.

Op deze pagina

cao voor uitzendkrachten

In de CAO voor Uitzendkrachten wordt de rechtspositie van uitzendkrachten nader geregeld. Verder staan in deze cao bepalingen over onder andere beloning, kort verzuim, feestdagen, ziekte en ongeval, kostenvergoedingen, pensioen, scholing en vakantierechten.

De CAO voor Uitzendkrachten is afgesloten door de ABU en NBBU enerzijds en FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, De Unie en de LBV anderzijds. Bij of na inschrijving bij het uitzendbureau krijgt iedere uitzendkracht de tekst van deze cao ter beschikking gesteld. De cao heeft een looptijd van 30 december 2019 tot 1 juni 2021.
Per 11 juli 2020 is de CAO voor Uitzendkrachten algemeen verbindend verklaard. Het besluit geldt tot en met 31 mei 2021. Dit betekent dat ook uitzendondernemingen in Nederland die geen lid zijn van de ABU (of NBBU) de CAO voor Uitzendkrachten moeten naleven.

Let op: binnen de uitzendbranche bestonden er tot 30 december 2019 twee verschillende cao’s: de cao van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de cao van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Deze cao’s zijn geharmoniseerd tot gelijkluidende cao’s. Daardoor hebben alle uitzendkrachten in Nederland dezelfde arbeidsvoorwaarden gekregen. 

De SNCU (Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten) heeft ten doel het geven van voorlichting over de inhoud van de cao’s en het bevorderen van en toezien op de naleving ervan.

de uitzendovereenkomst

De uitzendovereenkomst is volgens de wet een bijzondere arbeidsovereenkomst tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht. Het bijzondere van deze arbeidsovereenkomst is dat er drie partijen bij betrokken zijn: de uitzendkracht wordt door het uitzendbureau (de uitlener) ter beschikking gesteld van een andere werkgever (de inlener) om onder leiding en toezicht van die inlener werkzaamheden te verrichten.

het uitzendbeding

Het uitzendbeding is een bepaling in de uitzendovereenkomst die ervoor zorgt dat deze overeenkomst tussen uitzendkracht en uitzendbureau eindigt als de opdrachtgever/inlener de terbeschikkingstelling beëindigt. Het einde van de opdracht betekent dus het einde van de uitzendovereenkomst. Het uitzendbeding (en daarmee het einde van de uitzendovereenkomst) treedt ook in werking als de uitzendkracht ziek wordt en/of de overeengekomen arbeid niet langer kan of wil verrichten. 

Let op: het uitzendbeding kan alleen in fase A worden overeengekomen. In fase B en C kan het uitzendbeding niet meer worden toegepast. Daar kan alleen een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding voor bepaalde tijd (fase B) of onbepaalde tijd (fase C) worden overeengekomen.

de uitzendovereenkomst met uitzendbeding

In de CAO voor Uitzendkrachten is afgesproken dat de uitzendkracht en het uitzendbureau gedurende 78 gewerkte weken een onbeperkt aantal overeenkomsten mogen sluiten (in fase A). Dit is een ruimere afspraak dan de wettelijke periode van 26 weken. Ook is in deze cao afgesproken dat na die eerste periode maximaal zes uitzendovereenkomsten in een periode van vier jaar mogen worden aangegaan (fase B), zonder dat dit automatisch leidt tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (fase C). 

de uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding

De  ‘uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding’ wordt ook wel aangeduid als detacheringsovereenkomst. De uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding kan worden aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd.