Uitzendkrachten zijn niet weg te denken uit de Nederlandse economie. Ze helpen bedrijven te groeien en wendbaar te zijn. Dat is belangrijk voor onze economie en welvaart. Maar uitzendwerk is ook van waarde voor de uitzendkrachten zelf. Voor sommigen is een uitzendbaan een eerste stap op de arbeidsmarkt. Anderen kiezen bewust voor flexibel werk. Zaken als beloning, arbeidsvoorwaarden en de rechten van uitzendkrachten zijn in Nederland goed geregeld in de wet en in de CAO voor Uitzendkrachten.

Op deze pagina

wat is uitzendwerk?

Bij uitzendwerk wordt een medewerker (uitzendkracht) die in dienst is bij een uitzendbureau ter beschikking gesteld aan een werkgever (inlener) bij wie hij tijdelijk werk gaat verrichten. De inlener betaalt het bureau een bepaald tarief. De uitzendonderneming zorgt voor de loonbetaling aan de uitzendkracht en de afdracht van loonheffing en sociale premies.
In het Burgerlijk Wetboek staan bepalingen over de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendkracht en het uitzendbureau (de uitzendovereenkomst). In de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) staan de regels voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten. De Wet arbeidsmarkt in Balans (WAB) heeft de rechten van uitzendkrachten en payrollmedewerkers uitgebreid.

de uitzendovereenkomst

De uitzendovereenkomst is volgens het Burgerlijk Wetboek een bijzondere arbeidsovereenkomst tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht. Het bijzondere van uitzenden is dat er drie partijen bij betrokken zijn: de uitzendkracht wordt door het uitzendbureau (de uitlener) ter beschikking gesteld van een andere werkgever (de inlener) om onder leiding en toezicht van die inlener werkzaamheden te verrichten.

het uitzendbeding

Het uitzendbeding is een bepaling in de uitzendovereenkomst die ervoor zorgt dat deze overeenkomst tussen uitzendkracht en uitzendbureau eindigt als de opdrachtgever/inlener de terbeschikkingstelling om welke reden dan ook beëindigt. Het einde van de opdracht betekent dus het einde van de uitzendovereenkomst. Het uitzendbeding (en daarmee het einde van de uitzendovereenkomst) treedt ook in werking als de uitzendkracht ziek wordt of de overeengekomen arbeid niet langer kan of wil verrichten (opzegging door uitzendkracht). 

Let op: het uitzendbeding kan alleen in fase A worden overeengekomen. In fase B en C kan het uitzendbeding niet meer worden toegepast. Daar kan alleen een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding voor bepaalde tijd (fase B) of onbepaalde tijd (fase C) worden overeengekomen. 

cao voor uitzendkrachten

In de CAO voor Uitzendkrachten wordt de rechtspositie van uitzendkrachten nader geregeld, waaronder het fasensysteem. Verder staan er bepalingen in over onder andere beloning, kort verzuim, feestdagen, ziekte en ongeval, kostenvergoedingen, pensioen, scholing en vakantierechten.

De CAO voor Uitzendkrachten is afgesloten door de ABU en NBBU enerzijds en FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, De Unie en de LBV anderzijds.

Bij of na inschrijving bij het uitzendbureau krijgt iedere uitzendkracht de tekst van deze cao ter beschikking gesteld. De cao heeft een looptijd van 1 juni 2021 tot en met 30 september 2021.

De CAO voor Uitzendkrachten is algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat ook uitzendondernemingen in Nederland die geen lid zijn van de ABU (of NBBU) de CAO voor Uitzendkrachten moeten naleven.

let op: binnen de uitzendbranche bestonden er tot 30 december 2019 twee verschillende cao’s: de cao van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de cao van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Deze cao’s zijn geharmoniseerd tot gelijkluidende cao’s. Daardoor hebben alle uitzendkrachten in Nederland dezelfde arbeidsvoorwaarden gekregen. 


De SNCU (Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten) heeft ten doel het geven van voorlichting over de inhoud van de cao’s en het bevorderen van en toezien op de naleving ervan.