Uitzendkrachten hebben recht op pensioen. In de CAO voor Uitzendkrachten is vastgelegd hoe de pensioenregeling van uitzendkrachten is geregeld.

Op deze pagina

wijzigingen door nieuwe cao

Per 17 november 2021 is de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten in werking getreden. Als gevolg daarvan wijzigt is onder meer de pensioenregeling per 1 januari 2022 gewijzigd op de volgende punten:

  • de uitzendkracht bouwt na 8 gewerkte weken pensioen op (tot 1 januari 2022 was dit na 26 weken)

  • het deel van het loon waarover de uitzendkracht pensioen opbouwt, is aangepast naar: het loon voor werknemersverzekeringen + de pensioenpremie -/- de fiscale bijtelling leaseauto + het loon dat is uitgeruild voor vrije vergoedingen of verstrekkingen. 

Uitgebreide informatie over de wijzigingen in de pensioenregeling staat op Stippensioen.nl.

pensioenregeling

Uitzendkrachten van 21 jaar en ouder die in meer dan 8 weken (tot 1 januari 2022 was dit 26 weken) werkzaam zijn, nemen verplicht deel aan de pensioenregeling voor uitzendkrachten. Deze pensioenregeling wordt uitgevoerd door de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP).
Randstad heeft een eigen pensioenfonds, dat uitsluitend voor de uitzendkrachten van de Nederlandse onderdelen van de Randstad Groep een identieke pensioenregeling uitvoert: het Flexsecurity pensioen.

voorwaarden deelname aan pensioen

Uitzendkrachten nemen deel aan de pensioenregeling op basis van een wekentelling:

  • in de eerste 8 gewerkte weken (de ‘wachttijd’) bouwt de uitzendkracht geen pensioen op (tot 1 januari 2022 was de wachttijd 26 weken)

  • vanaf 9 gewerkte weken bouwt de uitzendkracht 52 weken pensioen op in de basisregeling

  • daarna bouwt de uitzendkracht pensioen op in de plusregeling.

Bovendien geldt de referte-eis: de uitzendkracht moet 21 jaar of ouder zijn én in 8 weken hebben gewerkt voor verschillende uitzendondernemingen die tot dezelfde groep behoren. Alleen de gewerkte weken tellen mee. Vanaf het moment dat de uitzendkracht voldoet aan de referte-eis, wordt hij verplicht opgenomen in de basisregeling.

basisregeling pensioen

De pensioenleeftijd in de basisregeling en in de plusregeling is 67 jaar. De uitzendkracht betaalt zelf geen premie voor het basispensioen. Het uitzendbureau neemt deze premie geheel voor zijn rekening (2,6% over een uurloon van maximaal € 31,89). 

De uitzendkracht neemt na 8 gewerkte weken (tot 1 januari 2022: na 26 weken) deel in de basisregeling gedurende maximaal 52 weken. Daarna wordt hij deelnemer in de plusregeling.

Als een uitzendkracht voor een ander uitzendbureau gaat werken en aan de referte-eis voor het basispensioen heeft voldaan, blijft hij ook bij zijn nieuwe uitzendbureau deelnemer in de basisregeling. Dit op voorwaarde dat er geen sprake is van een onderbreking tussen de uitzendovereenkomsten van 52 weken of langer. Duurt de onderbreking 52 weken of langer, dan moet de uitzendkracht eerst opnieuw aan de referte-eis voldoen.

Uitgebreide informatie over de wijzigingen in wachttijd van de basisregeling staat op Stippensioen.nl.

plusregeling pensioen

De hoogte van de voor de uitzendkracht beschikbaar te stellen premie is afhankelijk van zijn leeftijd. De doorsneepremie (die door werknemers en de werkgever gezamenlijk betaald wordt) is voor alle deelnemers wel hetzelfde en bedraagt bij Flexsecurity 12,3% (in 2022) van de pensioengrondslag. 

De pensioengrondslag wordt berekend door het bruto-uurloon van de uitzendkracht te verminderen met de uurfranchise in 2022: € 7,13. De werkgever betaalt 8,3%, de werknemer 4%.

De uitzendkracht die al heeft deelgenomen aan de plusregeling en die zonder een onderbreking van 26 weken of langer van uitzendbureau verandert, blijft deelnemer aan de plusregeling, ook als hij bij een ander uitzendbureau weer werkzaam is in fase A. Na een onderbreking van minimaal 26 weken tot maximaal 52 weken wordt de uitzendkracht vanaf de eerste week van werken weer deelnemer aan de basisregeling. Is de onderbreking langer dan 52 weken, dan moet er opnieuw worden voldaan aan de referte-eis.

In de plusregeling is de uitzendkracht, naast zijn pensioenopbouw, gedurende zijn dienstverband automatisch verzekerd voor een nabestaandenvoorziening en voortzetting van pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid.

aparte pensioenregeling voor payrollmedewerkers

Sinds 1 januari 2021 vallen payrollmedewerkers niet langer onder de verplichtstelling van de pensioenregeling voor uitzendkrachten en is er een wettelijk verplichte pensioenregeling voor payrollwerknemers van toepassing. Payrollmedewerkers hebben in principe recht op deelname aan dezelfde pensioenregeling als het vaste personeel in dienst van de opdrachtgever. Als aansluiting bij deze pensioenregeling van de opdrachtgever niet mogelijk is of als de payrollwerkgever hierbij niet wil aansluiten, moet de payrollwerkgever zelf een pensioenregeling aanbieden die aan een aantal minimale voorwaarden moet voldoen. De belangrijkste voorwaarde is dat de hoogte van de door de werkgever te betalen premie voor de pensioenregeling gelijk moet zijn aan de gemiddelde werkgeversbijdrage in Nederland. In 2022 bedraagt deze 15,8% van de pensioengrondslag.

Omdat payrollmedewerkers niet langer onder de verplichtstelling van StiPP vallen, voert StiPP deze pensioenregeling niet uit. De payrollwerkgever moet dus zelf bepalen of hij voor de pensioenregeling aansluit bij het pensioenfonds van zijn opdrachtgever(s) of dat hij zelf een pensioenregeling afsluit bij een pensioenfonds, verzekeraar of een PPI.

Randstad heeft een eigen pensioenregeling die wordt uitgevoerd door Flexsecurity pensioen.