De uitzendkracht en het uitzendbureau kunnen beiden besluiten de uitzendovereenkomst op te zeggen. Zij moeten zich houden aan de op- of aanzegtermijn zoals opgenomen in de CAO voor Uitzendkrachten. Die termijn is afhankelijk van de aard en de duur van de uitzendovereenkomst. 

De periode die het uitzendbureau in acht moet nemen om de uitzendkracht te informeren over het op handen zijnde einde van de uitzendovereenkomst met uitzendbeding, noemen we de kennisgevingstermijn.

Op deze pagina:

wijziging

Per 30 december 2019 zijn de twee cao’s van de ABU en de NBBU geharmoniseerd. Als gevolg daarvan is de termijn van kennisgeving zoals deze geldt voor uitzenden met uitzendbeding gewijzigd. Op grond van de nieuwe cao geldt de kennisgevingstermijn voor beëindiging van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding na 26 gewerkte weken en is deze 10 dagen. De enige uitzondering hierop is indien sprake is van arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht. In dat geval eindigt de uitzendovereenkomst met uitzendbeding direct na de ziekmelding.

einde uitzendovereenkomst met uitzendbeding

Een in fase A werkzame uitzendkracht  mag op elk moment de uitzendovereenkomst opzeggen. Wel is hij verplicht het uitzendbureau tijdig (uiterlijk één werkdag van tevoren) te waarschuwen, zodat het uitzendbureau voor vervanging kan zorgen.

Als de inlener de uitzending stopzet, eindigt de uitzendovereenkomst automatisch. Het uitzendbureau moet afhankelijk van de duur van de terbeschikkingstelling de uitzendkracht wel tijdig waarschuwen dat de uitzending gaat eindigen.

kennisgevingstermijn

Tijdens de eerste 26 werkweken geldt er geen kennisgevingstermijn. Na die periode, dus vanaf 27 tot en met 78 weken, geldt een kennisgevingtermijn van 10 dagen voor het uitzendbureau.

Lukt het niet om tijdig te waarschuwen, dan krijgt de uitzendkracht een vergoeding ter hoogte van het loon over de (resterende) termijn van kennisgeving uitbetaald. Het uitzendbureau mag in plaats daarvan ook passend werk aanbieden. Accepteert de uitzendkracht dit werk niet, dan vervalt zijn recht op vergoeding van de termijn van kennisgeving.

einde uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding

Een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding kan zowel door de uitzendkracht als de uitzendonderneming tegen de eerstvolgende werkdag worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn. 

Voor flexwerkers met een detacheringsovereenkomst (fase A, B of C) zijn de opzegtermijnen sinds 30 december 2019 ook gewijzigd. Deze zijn nu afhankelijk van de duur van de uitzendovereenkomst en daarmee hetzelfde als de wettelijke opzegtermijn:

  • korter dan vijf jaar in dienst: opzegtermijn van één maand

  • tussen vijf en tien jaar in dienst: opzegtermijn van twee maanden

  • tussen tien en vijftien jaar in dienst: opzegtermijn van drie maanden

  • vijftien jaar of langer in dienst: opzegtermijn van vier maanden

Tussentijdse opzegging van de uitzendovereenkomst is niet mogelijk als dit schriftelijk en uitdrukkelijk is overeengekomen of als de wettelijke opzegtermijn langer is dan dat de uitzendovereenkomst duurt.

Bijvoorbeeld als de uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding wordt aangegaan voor drie weken. De wettelijke opzegtermijn bedraagt één maand, dus tussentijdse opzegging is niet mogelijk.

Alleen in het geval het uitzendbureau (tijdelijk) geen loon uitbetaalt aan de uitzendkracht, omdat er geen passend werk voorhanden is (loonuitsluiting), geldt voor de uitzendkracht geen opzegtermijn.

Let op: voor het uitzendbureau geldt vanaf 30 december 2019 ook de wettelijke opzegtermijn van minimaal één maand, uiteraard pas na verkregen toestemming van UWV of kantonrechter.

opzegtermijn inlener

Of de inlener een terbeschikkingstelling (tussentijds) kan beëindigen is afhankelijk van de (commerciële) contractuele afspraken tussen het uitzendbureau en de inlener.

In die afspraken staat dan ook welke in acht te nemen termijn de partijen onderling hebben. Doorgaans geldt in de uitzendbranche een termijn van 15 kalenderdagen in geval van een opdracht voor onbepaalde tijd. En voor een opdracht voor bepaalde tijd geldt dat deze in principe niet tussentijds opzegbaar is, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.