Uitzendkrachten hebben volgens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) recht op dezelfde beloning als de medewerkers die in vaste dienst zijn bij het bedrijf waar de uitzendkrachten aan het werk zijn. Bovendien hebben ze minimaal recht op het minimumloon.

De beloningsregeling staat in de CAO voor Uitzendkrachten.

Op deze pagina

inlenersbeloning

Een uitzendkracht heeft recht op dezelfde beloning als het vaste personeel van die inlener in dezelfde of gelijkwaardige functie: de inlenersbeloning. Onder beloning wordt in dit geval verstaan:

  • het periodeloon in de schaal van de vaste medewerker die (nagenoeg) hetzelfde werk doet

  • atv/adv (naar keuze van het uitzendbureau te compenseren in tijd of geld)

  • alle toeslagen voor werken in onregelmatigheid en/of onder (fysiek) belastende omstandigheden samenhangend met de aard van het werk, zoals overwerk, werken op avonduren, in weekenden en op feestdagen, verschoven uren en in ploegendienst, werken met lage en/of hoge temperaturen en gevaarlijke stoffen of vuil werk

  • algemene (doorgaans jaarlijkse) loonsverhoging

  • kostenvergoedingen en eenmalige uitkeringen (voor zover het uitzendbureau deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen)

  • algemene loonsverhogingen, die met terugwerkende kracht worden vastgesteld.

Per 1 januari 2023 is de inlenersbeloning uitgebreid met vaste eindejaarsuitkeringen. Dat betekent dat uitzendkrachten recht hebben op dezelfde eindejaarsuitkering (hoogte, tijdstip en voorwaarden) als de vaste medewerkers van de inlener. 

De inlener moet het uitzendbureau – correct, volledig en tijdig – informeren over de eigen beloningsregeling en wijzigingen daarin. De inlener is medeverantwoordelijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de juiste uitbetaling van het loon aan de uitzendkracht. Dit laatste volgt uit de Wet aanpak schijnconstructies (WAS).

In de CAO voor Uitzendkrachten zijn afspraken opgenomen die de regels rond de inlenersbeloning moeten vergemakkelijken en verduidelijken.

abu-loongebouw: voor de allocatiegroep

Als een uitzendkracht tot de allocatiegroep behoort, kan hij worden beloond volgens het ABU-loongebouw (zie CAO voor Uitzendkrachten). Tot deze uitzonderingsgroep behoren alleen de door de overheid aangewezen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (o.a. Wet banenafspraak, Participatiewet en Wet werk en bijstand) en schoolverlaters zonder startkwalificatie. Voor hen geldt de inlenersbeloning dus niet, maar een afwijkend loongebouw met periodieke verhogingen. Deze zogeheten ABU-beloning mag maximaal 52 weken worden toegepast. Daarna krijgt de uitzendkracht loon volgens de inlenersbeloning.

  • uurlonen

In het ABU-loongebouw zijn de lonen uitgedrukt in uurlonen. De hoogte van het uurloon hangt af van de functie, bestaande uit de daarbij behorende activiteiten, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor het begin van de uitzending maakt het uitzendbureau schriftelijk of digitaal de functiegroep aan de uitzendkracht bekend. De ABU-beloning betreft het feitelijk loon, de initiële loonsverhoging en de periodieken. Voor de overige beloningselementen, conform de elementen van de inlenersbeloning, geldt ook die inlenersbeloning. De ABU-beloning geldt dan als grondslag.

  • periodieken in het ABU-loongebouw

De uitzendkracht die is ingedeeld in het ABU-loongebouw heeft recht op een verhoging van het feitelijk loon met de voor zijn functiegroep toepasselijke periodiek als hij 26 weken heeft gewerkt. Daarbij wordt het uurloon twee keer per jaar (1 januari en 1 juli) aangepast met het percentage waarmee het wettelijk minimumloon wordt verhoogd (de ‘indexering’). De extra verhoging van het minimumloon per 1 januari 2023 heeft daarom ook directe gevolgen voor de beginsalarissen van de tabel voor de cao-beloning allocatiegroep. 

Indeling in de functiegroep gebeurt aan de hand van het ABU-functieraster zoals opgenomen in de CAO voor Uitzendkrachten.