Het kabinet werkt aan een nieuwe wet die oproepkrachten, tijdelijke werknemers en uitzendkrachten meer zekerheid moet bieden: de Wet meer zekerheid flexwerkers. Het wetsvoorstel bevat onder andere strengere regels voor flexibele contracten en een aanpassing van het fasensysteem in de uitzendbranche.
De regels raken alle vormen van flexibel werk, dus ook de tijdelijke medewerkers en oproepkrachten in jouw organisatie aan het werk zijn. De wet is onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarkt die de overheid wil realiseren.
Status april 2026: de Tweede Kamer heeft op 21 april ingestemd met diverse wijzigingen op het wetsvoorstel. De eindstemming over de Wet meer zekerheid flexwerkers is gepland op 12 mei. Inwerkingtreding is op zijn vroegst 1 januari 2027 (gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden) en 1 januari 2028 (overige onderdelen).
> lees meer over het wetsvoorstel op tweedekamer.nl
aanpassing fasensysteem uitzendkrachten
Onderdeel van het wetsvoorstel is het verkorten van de maximale duur van het fasensysteem. Het fasensysteem uit de CAO voor Uitzendkrachten wijkt af van de wettelijke regels. Die afwijking wordt straks in de nieuwe wet vastgelegd.
Dit betekent voor het fasensysteem dat:
- fase A wordt verkort van 78 weken naar 52 weken: in de CAO voor Uitzendkrachten is deze verkorting al eerder doorgevoerd: sinds 2022 geldt een maximum van 52 gewerkte weken voor fase A.
- fase B van zes contracten in vier jaar (maximale afwijking in de wet) naar zes contracten in twee jaar gaat: in de huidige CAO voor Uitzendkrachten is fase B al beperkt tot maximaal drie jaar. De cao-partijen hebben afgesproken dat dit in de toekomst verder wordt verkort naar twee jaar, als de wet in deze vorm wordt aangenomen. Na fase B krijgt de uitzendkracht bij verlenging een vast contract (fase C).
> lees hier meer over het fasensysteem voor uitzendkrachten
langere onderbrekingstermijn voor uitzendkrachten
De huidige onderbrekingstermijn van zes maanden tussen uitzendovereenkomsten voor uitzendkrachten wordt vervangen door een vervaltermijn van drie jaar (36 maanden). De telling in het fasensysteem loopt daardoor door zolang een uitzendkracht niet langer dan drie jaar uit dienst is.
Oorspronkelijk was de voorgestelde onderbrekingstermijn vijf jaar, maar deze is in de Kamer verkort naar 36 maanden. Dit betekent dat eerdere tijdelijke contracten meetellen als de medewerker binnen drie jaar terugkeert.
gelijke en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten
Uitzendkrachten krijgen wettelijk recht op dezelfde essentiële arbeidsvoorwaarden als medewerkers in een vergelijkbare functie bij de inlener. Voor niet-essentiële arbeidsvoorwaarden moeten de voorwaarden ten minste gelijkwaardig zijn. Dat is per 1 januari 2026 al zo geregeld in de CAO voor Uitzendkrachten.
De Tweede Kamer heeft aanvullend vastgelegd dat uitzendkrachten recht hebben op loondoorbetaling bij ziekte, ook als er een uitzendbeding geldt. Daarnaast wordt in de wet nauwkeuriger begrensd op welke punten via een cao mag worden afgeweken van gelijke beloning en welke vergoedingen uitzendbureaus mogen vragen als een inlener de uitzendkracht in dienst neemt.
strengere ketenregeling
De ketenregeling voor tijdelijke contracten wordt aangescherpt om draaideurconstructies te voorkomen:
De oorspronkelijk voorgestelde onderbrekingstermijn van vijf jaar is in de Tweede Kamer verkort naar drie jaar (36 maanden).
Het maximum van drie tijdelijke contracten in drie jaar blijft bestaan. Er geldt een uitzondering voor jongeren met een bijbaan, zoals scholieren en studenten, en seizoenwerkers.
inwerkingtreding
Het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden treedt op zijn vroegst in werking op 1 januari 2027. De overige onderdelen treden op zijn vroegst in werking op 1 januari 2028. Dit heeft geen gevolgen voor de gelijkwaardige beloning van uitzendkrachten, want die is al per 1 januari 2026 in de CAO voor Uitzendkrachten geregeld.