Met flexwerkers kunnen werkgevers soepel inspelen op veranderende situaties. Dat kan noodzaak zijn als je een seizoensgevoelig bedrijf hebt, maar ook met de snel veranderende economische en digitale ontwikkelingen kunnen (gespecialiseerde) flexwerkers van toegevoegde waarde zijn. 

Zo’n flexibel personeelsbestand is op verschillende manieren in te vullen. Zo kennen we natuurlijk uitzendkrachten en gedetacheerden. Maar ook oproepkrachten, payrollers, vakantiewerkers en seizoenarbeiders werken op flexibele basis. Andere flexibele arbeidsrelaties zijn de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Zij werken niet op basis van een arbeidsovereenkomst.

Als een werkgever iemand in dienst neemt, heeft hij te maken met een heel aantal wettelijke regels. Gaat het om uitzendkrachten, dan is de CAO voor Uitzendkrachten van belang. Voor zzp’ers is er de Wet DBA, die schijnzelfstandigheid tegen moet gaan.

Sinds 1 januari 2020 geldt de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), een wet die de kloof tussen vast en flex beoogt te verkleinen. Daarmee zijn enkele onderdelen uit het ontslagrecht, de transitievergoeding, de ketenregeling en de WW-premie aangepast.