payrolling

Payrolling is een constructie waarbij het formele werkgeverschap wordt overgenomen door een payrollbedrijf. Jij doet zelf de werving en selectie van de payrollmedewerker, maar de payrollorganisatie wordt de juridische werkgever en regelt zaken als de loonadministratie en het afdragen van premies. Werkgevers kiezen vaak voor payrolling omdat het administratief werk uit handen neemt of omdat het meer flexibiliteit geeft in de personeelsplanning. 

Payrolling is wettelijk geregeld in de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), het Burgerlijk Wetboek en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Deze wetten bepalen wanneer er precies sprake is van payrolling en welke regels daarbij horen.

criteria voor payrolling

Er is sprake van payrolling als aan deze twee criteria wordt voldaan: 

  • de payrollorganisatie vervult geen allocatiefunctie op de arbeidsmarkt (het actief samenbrengen van vraag en aanbod)
  • de medewerker wordt exclusief aan één opdrachtgever ter beschikking gesteld; hij mag dus niet voor meerdere opdrachtgevers tegelijk aan het werk zijn. 

rol van de payrollorganisatie

De payrollorganisatie stelt medewerkers ter beschikking aan de opdrachtgever, maar voert geen allocatieve activiteiten uit. Dat zijn activiteiten die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar brengen, zoals werving, selectie en bemiddeling. Dat doet de opdrachtgever zelf. Ook werkt de payrollmedewerker voor de duur van de opdracht exclusief voor die opdrachtgever.

De payrollorganisatie is de juridische werkgever. Dat betekent dat deze verantwoordelijk is voor de arbeidsovereenkomst, de loonadministratie en de risico’s en kosten bij bijvoorbeeld ziekte of arbeidsongeschiktheid.

ketenregeling en gelijke behandeling

De ketenregeling (in principe maximaal drie tijdelijke contracten in drie jaar, tenzij cao-afspraken anders bepalen) en de algemene regels over transparante arbeidsvoorwaarden en gelijke behandeling zijn ook van toepassing op payrollmedewerkers.

> vind meer informatie over payrolling op abu.nl

verschil tussen payrolling en uitzenden

Payrolling en uitzenden worden in de praktijk nog weleens door elkaar gehaald. Toch werkt het juridisch anders. Bij uitzenden heeft een uitzendbureau een zogenaamde allocatiefunctie. Dat betekent dat zij actief vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar brengen. Ze werven, selecteren en bemiddelen dus voor een opdrachtgever die een uitzendkracht wil inzetten.

Bij payrolling gebeurt dat niet. Jij als opdrachtgever werft en selecteert de medewerker zelf en de payrollorganisatie neemt alleen het formele werkgeverschap over. Ook werkt de payrollmedewerker altijd exclusief voor jouw organisatie voor de duur van de opdracht.

payrollcontracten en afspraken

Bij payrolling heeft een medewerker een payrollcontract. Dat is in de basis een gewone arbeidsovereenkomst, maar het contract staat op naam van de payrollorganisatie. Jij, als opdrachtgever, spreekt dus wél zelf met de payrollmedewerker af wat hij gaat doen, hoeveel uur hij werkt en wat het loon is, maar de formele werkgever blijft de payrollorganisatie.

wat staat er in een payrollcontract?

In een payrollcontract staan onder andere:

  • de functie en werkzaamheden
  • het afgesproken loon en eventuele toeslagen
  • werktijden en roosters
  • afspraken over verlof en vergoedingen
  • regels rond ziekte en re-integratie.

Payrollers hebben dezelfde rechtspositie en primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als medewerkers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Hieronder vallen ook zaken als verlof, kinderopvang en scholingsfondsen. 

Ook is de ketenregeling, in principe maximaal drie tijdelijke contracten in drie jaar, van toepassing. 

pensioenregeling

Daarnaast heeft de payrollmedewerker recht op een pensioenregeling. Er zijn twee mogelijkheden:

  • meedoen aan pensioenregeling van de opdrachtgever 
  • payrollpensioen: als de payrollorganisatie niet kan of wil aansluiten bij de pensioenregeling van de opdrachtgever, moet deze zelf zorgen voor een adequate payrollpensioenregeling.

De eigen payrollpensioenregeling moet minimaal aan de wettelijke eisen voldoen.