De ketenregeling bepaalt hoe vaak je tijdelijke contracten kunt verlengen voordat een vast contract ontstaat. In sommige cao’s kunnen voor seizoensarbeid afwijkende afspraken staan, bijvoorbeeld over het aantal contracten, de maximale duur of de periode tussen tijdelijke contracten. Dit mag alleen binnen de kaders van de wet en voor seizoensarbeid geldt dat de onderbrekingstermijn tussen twee contracten mag worden verkort naar drie maanden.
Let op: door de Wet meer zekerheid flexwerkers wordt de standaard onderbrekingstermijn in de ketenregeling verlengd van zes maanden naar drie jaar (36 maanden). Dit gaat in per 1 januari 2028. Er bestaat geen aparte wettelijke uitzondering voor seizoenwerkers op deze termijn, die uitzondering geldt alleen voor scholieren en studenten die gemiddeld niet meer dan zestien uur per week werken. De bestaande cao-mogelijkheid om de onderbreking bij seizoenswerk te verkorten naar drie maanden blijft wel bestaan, ook na 2028.
> lees hier meer over de ketenregeling
oproepregels bij seizoenswerk
Voor seizoenmedewerkers met een oproepovereenkomst mag in een cao worden afgeweken van de wettelijke oproepregels. In de cao moet duidelijk staan voor welke functies dit geldt. Denk aan een verkorte oproeptermijn of aangepaste regels rond het wijzigen of intrekken van oproepen. Dit mag alleen voor functies die als seizoensfunctie zijn aangewezen.
Voor diezelfde seizoensfuncties mag de cao ook de verplichting uitsluiten om na twaalf maanden een aanbod voor een vaste arbeidsomvang te doen. Dit blijft zo onder de Wet meer zekerheid flexwerkers.
> lees hier meer over oproepovereenkomsten