Als het over pensioen gaat, kom je veel termen tegen. Hieronder lichten we de belangrijkste begrippen kort toe.
pensioenvormen
In pensioenregelingen komen verschillende pensioenvormen voor, zoals ouderdomspensioen, partnerpensioen, wezenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen. De gekozen pensioenvormen bepalen welke uitkeringen worden gedaan bij pensionering, overlijden of arbeidsongeschiktheid.
flexibel pensioen
Flexibel pensioen betekent dat een medewerker keuzes kan maken over eerder of later stoppen met werken of (deels) met pensioen gaan, binnen de grenzen van de fiscale en wettelijke regels. Of dit mogelijk is, hangt af van de pensioenregeling, de uitvoerder en de beschikbare keuzemogelijkheden zoals hoog-laagpensioen of deeltijdpensioen.
Met de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)-regeling kan een medewerker in sommige gevallen tot maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd een uitkering van de werkgever ontvangen. Over dit bedrag betaal je als werkgever geen (RVU-heffing), zolang de uitkering binnen de wettelijke RVU‑drempelvrijstelling blijft; over hogere bedragen geldt wel een extra heffing. De RVU is geen onderdeel van de pensioenregeling, maar wordt vaak gebruikt in combinatie met een eerder ingaand ouderdomspensioen.
pensioengat
Van een pensioengat is sprake als iemand na het bereiken van de AOW-leeftijd onvoldoende pensioen heeft opgebouwd om van te leven. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door minder werken, een periode zonder pensioenregeling, scheiding, wisseling van baan zonder pensioen of eerder stoppen met werken. De hoogte van de AOW speelt hierbij ook een rol. AOW staat los van de pensioenregeling en kent eigen regels, bijvoorbeeld over verzekerde jaren en doorwerken na de AOW-leeftijd. Een AOW-uitkering kan niet vervroegd worden.
pensioenbreuk
Een pensioenbreuk ontstaat wanneer de pensioenopbouw tijdelijk stopt of lager wordt, bijvoorbeeld bij het wisselen van baan, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of een periode als zelfstandige zonder pensioenregeling. Een pensioenbreuk kan leiden tot een pensioengat als er niet op andere manieren aanvullend wordt gespaard.
waardeoverdracht
Bij waardeoverdracht kan een medewerker eerder opgebouwd pensioen meenemen naar de pensioenuitvoerder van een nieuwe werkgever. Dit kan voordelen hebben, zoals overzicht en één pensioenuitvoerder, maar is niet in alle situaties gunstig, bijvoorbeeld bij grote verschillen in dekkingen of kosten tussen regelingen.