voor tijdelijke contracten

De ketenregeling bepaalt hoe vaak en hoe lang je als werkgever tijdelijke contracten mag afsluiten voordat er automatisch een contract voor onbepaalde tijd ontstaat.

Een keten van tijdelijke contracten gaat over in een vast dienstverband als:

  • je meer dan drie tijdelijke contracten achter elkaar sluit (met onderbrekingen van zes maanden of korter), het vierde contract wordt dan automatisch een vast contract

  • de totale duur van de contracten langer dan drie jaar is. Ook dan ontstaat automatisch een vast contract.

In de praktijk betekent dit dat je na drie jaar of na drie tijdelijke contracten meestal een vast contract moet aanbieden. Onderbrekingen van zes maanden of korter tussen de contracten tellen mee in de driejaarstermijn. Na een onderbreking van meer dan zes maanden begint de telling opnieuw.

Voorbeeld: drie korte contracten van elk drie maanden tellen gewoon mee in de keten.

Let op: per 1 januari verandert de lengte van de onderbrekingstermijn als gevolg van de Wet meer zekerheid flexwerkers

wat verandert er in de ketenregeling

In de Wet meer zekerheid flexwerkers staan nieuwe regels voor de ketenregeling, die per 1 januari 2028 ingaan:

  • de onderbrekingstermijn gaat van zes maanden naar drie jaar (36 maanden). Komt een medewerker binnen drie jaar terug, dan tellen de eerdere contracten mee voor de keten

  • de hoofdregel blijft maximaal drie tijdelijke contracten in drie jaar. Cao’s mogen hiervan straks niet meer afwijken. Een keten van maximaal zes contracten in vier jaar is daardoor niet meer mogelijk

  • voor jongeren met een bijbaan (zoals vakantiewerkers) geldt een uitzondering op de langere onderbrekingstermijn.

Overgangsrecht: contracten die je vóór 1 januari 2028 hebt afgesloten, lopen door tot de afgesproken einddatum. Nieuwe contracten vallen direct onder de nieuwe regels.

> lees hier meer over Wet Meer zekerheid flexwerkers

De ketenregeling geldt niet voor:

  • bbl-leerlingen (beroepsbegeleidende leerweg) 

  • medewerkers jonger dan 18 jaar die gemiddeld maximaal twaalf uur per week werken.

regels bij seizoenwerk

Voor sectoren met seizoenswerk (zoals horeca of landbouw) mag in de cao staan dat de onderbreking tussen tijdelijke contracten wordt verkort van zes naar drie maanden. 

Bij werk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan, mag je dus eerder een nieuw tijdelijk contract aanbieden.

aow en ketenregeling

Voor medewerkers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, mag je zes tijdelijke contracten in vier jaar tijd afspreken. Het zevende contract wordt automatisch een vast contract. Alleen de contracten na het bereiken van de AOW-leeftijd tellen mee.

Een tijdelijk contract dat drie jaar duurt, mag nog één keer worden verlengd voor maximaal drie maanden. Duurt die verlenging langer, of verleng je vaker, dan ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd. Zo’n korte verlenging kan handig zijn als het werk bijna klaar is. Bijvoorbeeld als een project drie weken uitloopt; dan kun je het contract nog een keer verlengen. Gaat de medewerker daarna hetzelfde werk doen via een uitzendbureau? Dan telt dat mee als opvolgend werkgeverschap.

opvolgend werkgeverschap en de ketenregeling

Werkt een medewerker eerst bij jou via een uitzendbureau en daarna rechtstreeks bij jou voor hetzelfde werk? Dan tellen de eerdere contracten mee voor de ketenregeling. Dit heet opvolgend werkgeverschap. Daardoor kan een medewerker soms direct recht hebben op een vast contract bij indiensttreding.

afwijken bij cao

Van de standaardregels voor tijdelijke contracten mag alleen bij de cao worden afgeweken. 

In een cao kan bijvoorbeeld staan dat:

Dat mag alleen als de aard van het werk dit vereist, zoals bij seizoenswerk of piekperiodes in de horeca. De maximale afwijking: zes tijdelijke contracten in vier jaar.

Let op: dit verandert per 1 januari 2028. Zie Wet Meer zekerheid flexwerkers voor wat er dan wijzigt in de cao-afwijkingsmogelijkheid.

In sommige branches, zoals het profvoetbal en het basisonderwijs, kan in de cao staan dat de ketenregeling niet geldt (‘buiten toepassing wordt verklaard’). Meer over de uitzonderingen voor bepaalde functies staat in de Wijziging regeling ketenbepaling bijzondere functies. Andere uitzonderingen staan in de Regeling ketenbepaling bijzondere functies.

veelgestelde vragen