wat zijn zzp'ers?

Zelfstandigen zonder personeel, zzp’ers, verlenen zelfstandig diensten aan verschillende opdrachtgevers en werken in alle sectoren. Ze vallen niet onder een arbeidsovereenkomst, maar opereren als zelfstandig ondernemer. Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor hun eigen administratie, belastingen en verzekeringen.

freelancers

Vaak worden de termen zzp’er en freelancer door elkaar gebruikt. Beide begrippen betekenen dat iemand vanuit een onderneming zonder personeel diensten verleent of werk verricht voor een opdrachtgever en dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst. 

> lees hier meer over de arbeidsovereenkomst

Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand zich presenteert als zzp'er en dat gewerkt wordt op basis van een overeenkomst van opdracht, terwijl er in feite sprake is van een werknemersrelatie en werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Dit kan leiden tot problemen op het gebied van:

  • sociale zekerheid: werknemers hebben namelijk recht op voorzieningen, zoals een werkloosheidsuitkering en pensioenopbouw. Bij schijnzelfstandigheid worden deze verplichtingen soms ontlopen. Dat gebeurt niet altijd bewust. Soms zijn werkgevers zich niet bewust van het risico op schijnzelfstandigheid, of willen zzp’ers niet in dienst treden en voelen opdrachtgevers zich genoodzaakt  hen toch als zelfstandige in te blijven inzetten
  • belastingen: werkgevers betalen door schijnconstructies minder sociale premies
  • arbeidsrecht en pensioen: schijnzelfstandigen kunnen mogelijk een arbeidsovereenkomst claimen bij een werkgever en met terugwerkende kracht aanspraak maken op alle voordelen uit die arbeidsovereenkomst, zoals aanspraken op pensioen
  • oneerlijke concurrentie: echte zzp'ers kunnen moeilijker concurreren bij het binnenhalen van opdrachten omdat hun tarieven de kosten en risico's van ondernemerschap weerspiegelen, terwijl bedrijven vaker kiezen voor de goedkopere schijnzelfstandigen. Ook opdrachtgevers kunnen hierdoor tegen oneerlijke concurrentie aanlopen.

zelfstandig of niet?

Of sprake is van schijnzelfstandigheid, hangt af van verschillende factoren. De Belastingdienst kijkt bijvoorbeeld naar:

  • gezagsverhouding: in hoeverre bepaalt de opdrachtgever hoe het werk wordt gedaan?

  • inbedding: is het werk ingebed in de organisatie van de werkgever? Met andere woorden: wordt het werk ook door werknemers gedaan?

  • risico: draagt de zzp'er zelf financieel risico voor het werk?

  • ondernemerschap: gedraagt de zzp’er zich ook buiten de opdracht als zelfstandig ondernemer (LinkedIN, eigen website, verschillende opdrachten)?

  • eigen middelen: gebruikt de zzp'er eigen gereedschap of materialen?

  • werkplek: moet de zzp'er zijn werk doen op de werkplek van de opdrachtgever?

> kijk voor meer informatie over schijnzelfstandigheid op de websites van de belastingdienst en zzp nederland

beoordeling van de arbeidsrelatie (holistische toets)

In lijn met het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad werkt de Belastingdienst met een zogenoemde holistische toets. Daarbij kijkt men niet naar losse elementen alleen, zoals ‘ingebed werk’ of ‘loon’, maar naar het totaalbeeld van de arbeidsrelatie. Er gelden negen gezichtspunten, waaronder:

  • mate van aansturing en integratie in de organisatie

  • commercieel risico en (extern) ondernemerschap

  • hoogte en vorm van beloning

  • verplichting tot persoonlijke uitvoering van het werk.

> de webmodule beoordeling arbeidsrelaties helpt bij het beoordelen van de arbeidsrelatie en geeft een indicatie of sprake is van loondienst of werken buiten dienstverband

> de toelichting beoordeling arbeidsrelaties legt uit welke feiten en omstandigheden een rol spelen bij de beoordeling door de Belastingdienst

gevolgen van schijnzelfstandigheid

De gevolgen van schijnzelfstandigheid zijn groot. De belangrijkste fiscale risico’s (naast arbeidsrechtelijke- en pensioen- en imagorisico’s) zijn:

  • navordering loonbelasting: de opdrachtgever moet dan alsnog loonheffingen betalen over de verrichte werkzaamheden

  • boetes: zowel de opdrachtgever als de zzp'er kunnen een boete krijgen

  • terugvordering van premies: de opdrachtgever moet mogelijk sociale premies terugbetalen.

> lees hier meer over sociale premies

Als je werkt met zzp’ers moet je je houden aan de wet, waaronder het Burgerlijk Wetboek en de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties).

Volgens deze wet ben je als opdrachtgever samen met de zzp'er verantwoordelijk voor de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie. Je moet dus samen bepalen of er sprake is van een dienstverband (werken op basis van een arbeidsovereenkomst, en dus in loondienst) of niet (zelfstandig werken op basis van een overeenkomst van opdracht). Als dat niet zo is, hoef je geen loonheffingen (loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet) in te houden en af te dragen voor de ingehuurde zzp’er. De zzp’er kan dan ook geen aanspraak maken op WW, WIA of ZW.

Maar wanneer de Belastingdienst (achteraf) van mening is dat wél sprake is van een dienstbetrekking (en dus schijnzelfstandigheid), dan moet je als opdrachtgever/werkgever alsnog loonheffingen betalen. 

modelovereenkomsten

Binnen de Wet DBA konden opdrachtgevers en zzp’ers hun samenwerking vooraf laten beoordelen door de Belastingdienst om meer duidelijkheid te krijgen over de arbeidsrelatie. Met zo’n modelovereenkomst laten beide partijen zien dat zij uitgaan van een zelfstandige opdrachtrelatie en niet van een dienstverband. 

Per 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande en eerder goedgekeurde modelovereenkomsten blijven voorlopig geldig en worden automatisch verlengd tot en met 31 december 2029, zolang de feitelijke manier van werken aansluit bij wat er in de overeenkomst staat. 

handhaving schijnzelfstandigheid in 2026

De Belastingdienst handhaaft ook in 2026 actief op schijnzelfstandigheid. Daarbij geldt een zogenoemde zachte landing: een overgangsperiode waarin de Belastingdienst wel controleert, maar de nadruk ligt op bedrijfsbezoeken en herstel. Er worden nog geen verzuimboetes opgelegd. Deze zachte landing wordt in 2026 niet volledig, maar wel deels voortgezet.

Dat betekent dat de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek en pas daarna kan overgaan tot een boekenonderzoek. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd; dit gebeurt pas vanaf 1 januari 2027.

Wel verandert er iets ten opzichte van 2025. Vanaf 1 januari 2026 kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen als sprake is van opzet of grove schuld, bijvoorbeeld wanneer waarschuwingen of aanwijzingen van de Belastingdienst bewust zijn genegeerd.

Bij geconstateerde schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst naheffingen loonbelasting opleggen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Arbeidsrechtelijke gevolgen, zoals claims op pensioenrechten, cao-rechten of het minimumloon, vallen buiten de bevoegdheid van de Belastingdienst en kunnen ook betrekking hebben op de periode vóór 1 januari 2025.

> lees hier meer over handhaving door de belastingdienst (handhaving vanaf 1 januari 2025)

Het wetsvoorstel voor de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Wet Vbar) moet schijnzelfstandigheid verder terugdringen en duidelijkere handvatten bieden om arbeidsrelaties te beoordelen, zodat helder is wanneer sprake is van een dienstverband en wanneer van werken met een zzp’er.

Het wetsvoorstel bevat onder meer:

  • een wettelijke verankering van criteria uit jurisprudentie (Deliveroo) om te bepalen of sprake is van een arbeidsovereenkomst (toets aan werkinhoudelijke en organisatorische sturing)

  • de introductie van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief (onder de € 36)

  • meer aandacht voor de vraag of iemand werkt voor eigen rekening en risico (intern ondernemerschap) en zich als ondernemer gedraagt (extern ondernemerschap).

De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2026. Er geldt geen overgangsrecht: de wet is direct van toepassing zodra deze in werking treedt. In hoeverre dit wetsvoorstel het echt gaat halen, is overigens nog onzeker. In de Tweede Kamer is er veel kritiek, en een aantal partijen hebben (daarom) met de Zelfstandigenwet, een initiatiefwetsvoorstel, een alternatief opgesteld. Welke wet het zal halen, en in welke vorm, zal mede afhankelijk zijn van de uitkomsten van de kabinetsformatie. 

twee criteria beoordeling arbeidsrelatie

Het wetsvoorstel benoemt twee hoofdcriteria voor de beoordeling van de arbeidsrelatie:

  • sturing door de opdrachtgever: is er sprake van werkinhoudelijke of organisatorische aansturing?

  • voor eigen rekening en risico: draagt de werkende zelf risico (intern ondernemerschap)en gedraagt de werkende zich ook als ondernemer buiten de werkrelatie (extern ondernemerschap)?

Als iemand binnen de opdracht wordt aangestuurd én onvoldoende zelfstandig werkt, is waarschijnlijk sprake van een arbeidsovereenkomst. De exacte invulling van deze criteria wordt verder uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Daarnaast wordt gekeken of iemand zich als ondernemer gedraagt, bijvoorbeeld door acquisitie te doen of meerdere opdrachtgevers te hebben. Dit kan als aanwijzing dienen dat sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

> met de keuzehulp hetjuistecontract.nl krijg je een eerste inschatting van de juiste contractvorm

rechtsvermoeden bij laag uurtarief

Zzp’ers die minder dan € 36 per uur verdienen (exclusief btw) krijgen straks een sterker juridisch hulpmiddel: het rechtsvermoeden van werknemerschap. Zij mogen veronderstellen dat zij eigenlijk werknemer zijn. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Het tarief waarop dit rechtsvermoeden is gebaseerd, is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wordt twee keer per jaar aangepast. Toeslagen, reiskosten en andere vergoedingen tellen niet mee voor het uurtarief. Werk je met zelfstandigen onder deze grens? Dan loop je als opdrachtgever meer risico bij controle.

> zelfstandigen kunnen met de Ondernemerscheck nagaan of zij voldoen aan de fiscale voorwaarden voor ondernemerschap

De Belastingdienst beoordeelt onder andere of een zzp'er als ondernemer wordt gezien voor de inkomstenbelasting. Dit oordeel hangt af van verschillende factoren, zoals de mate van zelfstandigheid, ondernemersrisico en het aantal opdrachtgevers.

Zzp'ers die als ondernemer worden aangemerkt, hebben recht op bepaalde fiscale voordelen, zoals de ondernemersaftrek, de mkb-winstvrijstelling en verschillende startersregelingen. Dat mag bij bepaalde regelingen alleen als de zzp’er ook voldoet aan het urencriterium. Volgens dit criterium moet de ondernemer per jaar minimaal 1.225 uur aan zijn bedrijf hebben gewerkt. Dit moet ook uit de administratie blijken.

Zzp'ers kunnen met de OndernemersCheck van de Belastingdienst controleren of ze voldoen aan de voorwaarden voor ondernemerschap.

> ga naar de ondernemerscheck

voordelen van werken met zzp’ers

Voor opdrachtgevers zijn er verschillende voordelen van het werken met zzp’ers:

  • flexibiliteit: je kunt zzp’ers op korte termijn inhuren voor specifieke projecten, wat handig is bij tijdelijke pieken in werkdruk of specialistische klussen

  • kostenbesparing: je hebt geen doorlopende loonkosten, zoals bij vaste medewerkers. Zzp’ers zorgen bovendien zelf voor hun verzekeringen en pensioen

  • specialisatie: zzp’ers brengen vaak specifieke expertise mee die direct inzetbaar is, zonder extra scholing

  • schaalbaarheid: je kunt snel opschalen of afschalen zonder langdurige arbeidscontracten

  • ondernemersmentaliteit: veel zzp’ers hebben een proactieve en resultaatgerichte werkhouding, omdat zij afhankelijk zijn van klanttevredenheid.

Belangrijk bij het werken met zzp’ers is de arbeidsrelatie. Een arbeidsrelatie is een relatie waarbij iemand werk verricht voor een ander. Er zijn verschillende soorten arbeidsrelaties. Iemand kan bijvoorbeeld werken als vrijwilliger of in dienstverband op basis van een arbeidsovereenkomst, maar dus ook als zelfstandig ondernemer voor een opdrachtgever op basis van een overeenkomst van opdracht. 

Als je werkt met een zzp’er moet het duidelijk zijn dat jullie arbeidsrelatie niet gebaseerd is op een arbeidsovereenkomst, met de bijbehorende afspraken en wettelijke verplichtingen, maar op een overeenkomst van opdracht, het in zelfstandigheid kunnen verrichten van de werkzaamheden en het zelfstandig ondernemerschap van de zzp’er. Dit onderscheid is cruciaal om schijnzelfstandigheid te voorkomen. 

Daarnaast is het belangrijk als werkgever of opdrachtgever om rekening te houden met de volgende aandachtspunten bij het werken met zzp’ers:

  • contractafspraken: leg de samenwerking goed vast in een schriftelijke overeenkomst waarin duidelijk is omschreven hoe de zelfstandigheid van de zzp’er is gewaarborgd

  • kosten: het tarief van een zzp’er kan hoger lijken dan een uurloon, maar er zijn geen extra werkgeverslasten zoals pensioenbijdragen of sociale premies

  • continuïteit: zzp’ers zijn niet verplicht om exclusief voor één opdrachtgever te werken, wat hun beschikbaarheid kan beïnvloeden.

  • risico’s bij langdurige samenwerking of onjuiste inzet: bij langdurige en exclusieve dan wel onjuiste inzet van een zzp’er kan de Belastingdienst de relatie als dienstverband beschouwen en beoordelen dat er sprake is van schijnzelfstandigheid.

verplichte aov voor zzp'ers (baz)

Het kabinet wil dat alle zelfstandigen zich verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Dit staat in het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz). De premie bedraagt 5,4% van de winst, met een maximum van circa € 171 per maand (prijspeil 2025). Wie minder winst maakt, betaalt minder.

De wachttijd is twee jaar; dat sluit aan bij de loondoorbetalingsplicht voor werknemers. Zelfstandigen mogen kiezen voor een private verzekering die minimaal dezelfde dekking biedt.

> kijk voor meer informatie op rijksoverheid.nl

veelgestelde vragen

  • wanneer is er sprake van schijnzelfstandigheid?

    Schijnzelfstandigheid ontstaat wanneer iemand als zzp’er werkt, maar de feiten wijzen op een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst kijkt daarbij naar alle omstandigheden samen, zoals gezag, ondernemersrisico en de mate van inbedding in de organisatie. Deze holistische toets sluit aan bij recente rechtspraak, zoals het Deliveroo-arrest.

  • wat betekent de wet dba voor het werken met zzp’ers?

    De Wet DBA verplicht opdrachtgever en zzp’er om samen de werkrelatie te beoordelen. Bij een juiste beoordeling hoef je in geval van zelfstandigheid geen loonheffingen in te houden, maar bij schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst loonheffingen en premies naheffen. Modelovereenkomsten kunnen helpen, maar bieden geen volledige zekerheid als de werkpraktijk afwijkt.

     

  • hoe werkt de handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2026?

    Vanaf 1 januari 2026 handhaaft de Belastingdienst actief op schijnzelfstandigheid. Daarbij geldt een zachte landing: een overgangsperiode waarin de Belastingdienst wel controleert, maar de nadruk ligt op bedrijfsbezoeken en herstel. Verzuimboetes worden nog niet opgelegd.

  • wat verandert er door de voorgestelde wet vbar vanaf 1 juli 2026?

    De wet vbar is een wetsvoorstel dat duidelijkere criteria introduceert voor het beoordelen van arbeidsrelaties en een rechtsvermoeden bij een uurtarief onder €36. Het doel is om schijnzelfstandigheid verder terug te dringen. De wet moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Of dit wetsvoorstel wordt aangenomen, is nog heel onzeker. 

  • waar moet een opdrachtgever op letten bij het werken met zzp’ers?

    Het is belangrijk om duidelijk vast te leggen dat de samenwerking geen arbeidsovereenkomst vormt, maar vooral om te kijken naar hoe er in de praktijk wordt gewerkt. De Belastingdienst beoordeelt altijd alle feiten en omstandigheden samen. Langdurige inzet, veel aansturing of sterke inbedding in de organisatie kunnen het risico op schijnzelfstandigheid vergroten.