De Ziektewet (ZW) zorgt ervoor dat zieke werknemers die geen loon meer krijgen toch een inkomen hebben. Sommige zieke medewerkers zoals medewerkers die zijn zijn ten gevolge van orgaandonatie of zwangerschap, of medewerkers met een beperking die onder de no risk vallen, hebben ook tijdens het dienstverband recht op een ziektewetuitkering. De ZW maakt deel uit van de werknemersverzekeringen

Op deze pagina

recht op een zw-uitkering

De Ziektewet (ZW) is een vangnetvoorziening voor werknemers die ziek worden en dan geen recht hebben op loondoorbetaling door de werkgever. Er is recht op een ZW-uitkering als degene die aanspraak maakt verzekerd is voor de ZW en zijn werk niet kan doen (arbeidsongeschikt is) door ziekte.

Deze zogeheten ‘vangnetters’ hebben recht op een ZW-uitkering:

vangnetters

De wetgever wil sommige werknemers extra beschermen. Als werkgever van deze medewerkers krijg je dan ziekengeld van UWV om hun loon te kunnen doorbetalen:

  • orgaandonoren die door de donatie ziek zijn

  • zwangere of net bevallen vrouwen die als gevolg van de zwangerschap of bevalling ziek zijn

  • medewerkers die onder de no-riskpolis vallen.

Je moet een ziekmelding doen bij UWV om een medewerker in aanmerking te laten komen voor een Ziektewetuitkering. Deze uitkering kun je dan in mindering brengen op het loon.

duur ZW-uitkering

De ZW-uitkering wordt uitbetaald tot het moment dat iemand 104 weken achter elkaar ziek is geweest. Voor het bepalen van deze 104 weken worden ziekteperioden bij elkaar opgeteld die elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Ook de ziekteperioden voor en na de zwangerschaps- en bevallingsuitkering worden samengeteld als de ziekteoorzaak voor en na het verlof hetzelfde is. 

Is een medewerker na twee jaar nog steeds arbeidsongeschikt, dan kan hij elf weken voor het einde van de ZW-uitkering een WIA-aanvraag doen bij UWV. UWV beoordeelt of de medewerker in aanmerking komt voor een WIA-uitkering

Iemand die geen werkgever heeft, krijgt aan het einde van het eerste ziektejaar de zogeheten ‘Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWB). Als uit die beoordeling blijkt dat de betreffende persoon in staat is om met algemeen geaccepteerde arbeid 65% of meer van zijn laatstverdiende inkomen te verdienen, eindigt het recht op Ziektewetuitkering een maand later.

hoogte ZW-uitkering

Volgens de Ziektewet is de hoogte van de uitkering 70% van het dagloon (maximaal € 223,40 in 2021). Bij zwangerschap en orgaandonatie bedraagt de hoogte van de uitkering 100% van het eigen dagloon (en maximaal €223,40). Voor sommige verzekerden (zoals vangnetters) bestaat pas vanaf de derde ziektedag recht op ziekengeld. De eerste twee dagen zijn dan zogeheten ‘wachtdagen’. Zieke medewerkers, die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn en onder de no-riskpolis vallen, krijgen een uitkering gebaseerd op het percentage dat de werkgever volgens cao-afspraken in het eerste jaar aan loon moet doorbetalen tijdens ziekte. Na 52 weken bedraagt het uitkeringspercentage altijd 70%.

aanvraag en uitvoering ZW

Wie  binnen vier weken na het einde van zijn dienstverband ziek wordt en geen werkgever meer heeft, moet zich ziek melden bij UWV. Een UWV-medewerker neemt dan contact op en bepaalt of iemand recht heeft op een Ziektewetuitkering. In alle andere gevallen moet de werkgever een ziekmelding doen bij UWV. Naar aanleiding van die ziekmelding onderzoekt UWV of er recht is op een ZW-uitkering.