Wie het niet lukt om in het eigen inkomen te voorzien, kan een beroep doen op het Nederlandse stelsel van de sociale zekerheid. We kunnen de sociale zekerheid in twee groepen verdelen: sociale verzekeringen en sociale voorzieningen. De sociale verzekeringen worden gefinancierd uit premies die de werkgevers inhouden en afdragen. De sociale voorzieningen worden betaald uit belastinggelden, ook wel algemene middelen genoemd. De uitvoering van het stelsel van sociale zekerheid, dus de toekenning en betaling van uitkeringen, wordt verzorgd door onder meer de volgende uitvoeringsorganisaties: UWV, de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de gemeentelijke sociale diensten en de zorgverzekeraars.

Op deze pagina

sociale verzekeringen

De sociale verzekeringen zijn onderverdeeld in de volksverzekeringen en de werknemersverzekeringen. Iedereen in Nederland is verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen. Iedereen die in Nederland in loondienst werkt, is verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Een aparte, maar ook verplichte verzekering is de Zorgverzekeringswet (Zvw).

volksverzekeringen

Volksverzekeringen zijn bedoeld voor iedereen die in Nederland woont en inkomen uit werk en woning heeft of niet in Nederland woont, maar wel hier in loondienst werkt. Tot de volksverzekeringen behoren:

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzorgt de uitvoering van de AOW, Anw en AKW. De Belastingdienst int de premies van de volksverzekeringen. Zorg uit de Wlz wordt geregeld door de zorgkantoren. Een zorgkantoor is een regionaal uitvoeringsorgaan van de Wlz. Alle zorgkantoren zijn ondergebracht bij zorgverzekeraars.

premie volksverzekeringen

Voor de volksverzekeringen wordt premie geheven. De werkgever houdt de premie volksverzekeringen samen met de loonbelasting in één bedrag in op het loon. Dit bedrag noemt men de loonheffing. Er wordt geen premie volksverzekeringen geheven voor zover het (premie-)inkomen meer bedraagt dan € 34.712. De AKW is een uitzondering: de kosten van deze wet betaalt de overheid uit de belastinggelden.

De premies volksverzekeringen zijn per 1 januari 2020:

premie AOW 17,90%

premie Anw   0,10%

premie Wlz   9,65%

totaal 27,65%

Wie ouder is dan de AOW-leeftijd betaalt alleen premie Anw en Wlz, totaal dus 9,75%.

werknemersverzekeringen

Werknemersverzekeringen verzekeren werknemers tegen verlies van inkomen bij werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid. Nederland kent de volgende werknemersverzekeringen:

De werkgever betaalt per 1 januari 2020 de volgende premies voor de werknemersverzekeringen:

  • Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) laag: 2,94%

  • Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) hoog: 7,94 %

  • Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo): 0,68%

  • WIA/WAO basispremie: 6,77%

  • WGA-rekenpremie (Whk): 1,28%

  • kinderopvangtoeslag: 0,50%

  • Zvw-premie: 6,70%

Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen en Zvw voor 2020 is € 57.232 per jaar.

Voor de premies werknemersverzekeringen kan de werkgever recht hebben op een of meerdere fiscale voordelen.

sociale voorzieningen

Wie niet in aanmerking komt voor een uitkering via een sociale verzekeringswet of een uitkering ontvangt die te laag is om van te kunnen leven, kan een beroep doen op een van de sociale voorzieningen. De uitkeringen uit de sociale voorzieningen worden betaald uit de belastinginkomsten (de algemene middelen) van de Rijksoverheid.

Tot de sociale voorzieningen behoren onder andere:

Naast deze inkomensaanvullende voorzieningen zijn er nog de inkomensondersteunende voorzieningen. De belangrijkste zijn:

toeslagenwet (tw)

De Toeslagenwet (TW) zorgt voor een aanvulling op een aantal uitkeringen tot het sociaal minimum. Het gaat dan onder meer om de WW-, WAO-, WIA-, WGA-, ZW-, Wazo-, IOW-, Wajong- en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL-)uitkering. Het sociaal minimum is het bedrag dat men nodig heeft om zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en is meestal even hoog als een bijstandsuitkering.

Ook voor werknemers met weinig loon kan er recht op toeslag bestaan. Bijvoorbeeld als de werknemer:

  • ziek is en de werkgever betaalt hem niet meer dan 70% van het loon

  • getrouwd is of samenwoont en het gezamenlijke inkomen lager is dan het bruto minimumloon

  • alleenstaand is met een kind jonger dan 18 jaar en zijn inkomen lager is dan 90% van het bruto minimumloon

  • alleenstaand is en zijn inkomen lager is dan 70% van het bruto minimumloon.

Het bedrag voor gehuwden is gebaseerd op 100% van het brutominimumloon. Het bedrag voor alleenstaanden vanaf 21 jaar is gebaseerd op 70% van het nettominimumloon. De bedragen voor 18- tot en met 20-jarigen zijn gebaseerd op 75% van het nettominimumjeugdloon.


De bedragen van de Toeslagenwet staan op UWV.nl. Wie vermoedt dat zijn inkomen onder het sociaal minimum uitkomt, kan een toeslag bij UWV aanvragen.