Per 1 mei 2016 heeft de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervangen. Met de Wet DBA, die tot doel heeft schijnzelfstandigheid tegen te gaan, zijn zzp’ers en opdrachtgevers samen verantwoordelijk voor de relatie die zij met elkaar hebben. Maar de praktische uitvoering van de wet stuit op problemen en daarom is de handhaving van de wet voorlopig opgeschort tot 1 januari 2020. De regering is van plan de Wet DBA te vervangen door nieuwe wet- en regelgeving.

Op deze pagina

nieuwe zzp-wet

De vervanger van de Wet DBA, de regelgeving die schijnzelfstandigheid van zzp’ers moet tegengaan, laat nog even op zich wachten. De manier waarop zelfstandigen met een laag tarief in de voorgestelde regelgeving beschermd zouden moeten worden, lijkt in strijd te zijn met Europese wetgeving. Dat betekent dat de invoering van de wet voorlopig wordt doorgeschoven naar 2021 (in plaats van de doeldatum 1 januari 2020).

Op bepaalde punten is wel vooruitgang geboekt. Zo is per 1 januari 2019 het criterium ‘gezag’ uit het arbeidsrecht verduidelijkt, door middel van een bijlage bij het Handboek Loonheffingen. Dit criterium speelt een belangrijke rol bij de vaststelling of iemand een dienstverband heeft.

Meer informatie vindt je op Rijksoverheid.nl.

wet dba

Totdat de nieuwe regelgeving is ingevoerd, blijft de Wet DBA van kracht. De kern van deze wet is dat zowel opdrachtgevers als zzp’ers verantwoordelijk zijn voor de relatie die zij met elkaar aangaan. Samen moeten zij bepalen of sprake is van loondienst. Als er onduidelijkheid is over de relatie tussen de opdrachtgever en de zzp'er, kunnen zij samenwerken volgens een modelovereenkomst. De fiscus heeft een aantal modelovereenkomsten ontwikkeld waarin staat beschreven hoe de werkrelatie eruit moet zien, zodat er geen dienstbetrekking tussen de zzp'er en de opdrachtgever ontstaat. Deze modelovereenkomsten bieden op voorhand zekerheid over de gevolgen voor loonheffing. Werken opdrachtgever en zzp'er samen volgens zo'n modelovereenkomst, dan is de zzp'er niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA) en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en af te dragen.

Het is niet verplicht om gebruik te maken van een modelovereenkomst. De opdrachtgever moet dan zelf bepalen of hij wel of geen loonheffingen moet inhouden en afdragen. Het voordeel van een overeenkomst die door de Belastingdienst is opgesteld of beoordeeld, is dat de opdrachtgever vooraf zekerheid heeft dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen.

Voorbeeld- en modelovereenkomsten en meer informatie over de Wet DBA, zijn te vinden op Belastingdienst.nl.

handhaving

Aangezien het kabinet heeft besloten de Wet DBA te vervangen, geldt tot 1 januari 2020 een overgangsperiode. Dit betekent dat de Belastingdienst tot die tijd de Wet DBA niet handhaaft. Opdrachtgevers krijgen dus geen naheffingen of boetes als achteraf blijkt dat de zzp’er toch in loondienst werkte. Bij gevallen van kwaadwillendheid handhaaft de Belastingdienst de Wet DBA wel. De Belastingdienst moet dan kunnen bewijzen dat sprake is van de volgende drie criteria:

  • een (fictieve) dienstbetrekking

  • evidente schijnzelfstandigheid

  • opzettelijke schijnzelfstandigheid