Zelfstandigen zonder personeel - zzp’ers - verlenen zelfstandig diensten aan verschillende opdrachtgevers en werken in alle bedrijfstakken. Vaak worden de termen zzp’er en freelancer door elkaar gebruikt. Beide geven aan dat iemand vanuit een onderneming zonder personeel diensten verleent voor een opdrachtgever en dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst. 

Op deze pagina

coronacrisis: hulp voor zzp'ers

Het kabinet heeft een steun- en herstelpakket opgezet om ondernemers en werkenden te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Een van de maatregelen is er speciaal voor zelfstandig ondernemers: de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Hiermee kunnen zzp’ers een aanvullende uitkering voor levensonderhoud krijgen. Deze regeling geldt tot en met 30 juni 2021.

fiscale positie zzp’er

Een zzp’er die aan de eisen voor het ondernemerschap voldoet, is voor de inkomstenbelasting ondernemer. Het inkomen van de zzp’er telt dan als 'winst uit onderneming'. Of iemand als ondernemer wordt gezien, is afhankelijk van de situatie. 

De Belastingdienst let in ieder geval op de volgende aspecten:

  • zelfstandigheid (bepaalt de zzp’er zelf hoe hij zijn werk doet?) 

  • ondernemersrisico (loopt de zzp’er financieel risico?)

  • continuïteit (stopt de zzp’er tijd en geld in acquisitie?)

  • omvang van het bedrijf (werkt de zzp’er voor verschillende opdrachtgevers?)

Wie ondernemer voor de inkomstenbelasting is, mag bepaalde fiscale aftrekposten gebruiken. Bijvoorbeeld de ondernemersaftrek, de mkb-winstvrijstelling en verschillende startersregelingen. Dat mag bij bepaalde regelingen alleen als de zzp’er ook voldoet aan het urencriterium. Volgens dit criterium moet de ondernemer per jaar minimaal 1.225 uur aan zijn bedrijf hebben gewerkt. Dit moet ook uit de administratie blijken.

Let op: het is mogelijk dat een zzp’er het ene jaar als ondernemer voor de inkomstenbelasting wordt gezien en het andere jaar niet. Met de OndernemersCheck kan de zzp’er checken of hij aan de voorwaarden voldoet.

rechtspositie zzp’er

Wie voor de inkomstenbelasting ondernemer is, kan voor bepaalde opdrachten toch in loondienst zijn. Opdrachtgever en zzp’er moeten samen kijken naar de arbeidsrelatie die zij hebben en bepalen of sprake is van loondienst. Volgens de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) zijn zij samen verantwoordelijk voor de fiscale gevolgen van hun arbeidsrelatie.  

Centraal staat de vraag of er sprake is van loondienst. Als dat niet zo is, hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen (loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet) in te houden en af te dragen voor de ingehuurde persoon.

Maar wanneer de Belastingdienst (achteraf) van mening is dat wel sprake is van een dienstbetrekking in de zin van de fiscale en sociale verzekeringswetgeving, dan moeten (alsnog) loonheffingen worden betaald.

De regering is van plan om de Wet DBA te vervangen door nieuwe wetgeving voor zzp’ers

beoordeling rechtspositie zzp’er

Als indicatie dat iemand niet in loondienst is, maar als zelfstandige werkt, wordt vaak gekeken naar een aantal (niet uitputtende en/of limitatieve) elementen die in samenhang beoordeeld moeten worden. Zo is van belang dat de zzp’er:

  • de opdracht geheel zelfstandig kan uitvoeren

  • geen leiding en toezicht van de opdrachtgever krijgt (er is geen gezagsverhouding)

  • zelf bepaalt hoe, wanneer en waar hij het werk doet (de opdrachtgever heeft beperkte mogelijkheden om instructies te geven)

  • voor meer dan één opdrachtgever werkt en wisselende inkomsten heeft

  • zich moet kunnen laten vervangen

  • vaak zelf zorgt voor gereedschappen, apparatuur en materialen

  • ondernemersrisico loopt, zoals het risico op meer of minder opdrachten, het risico dat de kosten de baten overstijgen, een debiteurenrisico, een aansprakelijkheidsrisico en een ziekte- en invaliditeitsrisico.

Ook uit de opdrachtovereenkomst moet duidelijk blijken dat het een overeenkomst met een zzp’er betreft en niet met een medewerker. Afspraken die verwijzen naar een dienstbetrekking moeten vermeden worden, zoals afspraken over:

  • loonbetaling

  • vaste onkostenvergoeding per maand

  • deelname aan bedrijfsspaarregelingen

  • het vallen onder een cao

  • een concurrentiebeding

  • exclusiviteitsbepalingen

  • vaste werktijden

  • vaste werkplek

  • visitekaartjes op naam van de opdrachtgever

  • doorbetaling bij ziekte en vakantie

  • gezagsverhouding

  • vervanging van een werknemer.

opting-in-regeling

De zzp’er kan ook met zijn opdrachtgever afspreken dat deze de loonbelasting/premie volksverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor hem inhoudt en afdraagt. Dit wordt ook wel de opting-in-regeling genoemd. De zzp’er en zijn opdrachtgever moeten dit in een gezamenlijke verklaring (‘Verklaring Loonheffingen Opting-in’) aan de Belastingdienst melden vóór de eerste loonbetaling. De zzp’er kan dan de gemaakte kosten voor zijn werkzaamheden niet aftrekken. Wel kan de opdrachtgever bepaalde vergoedingen onbelast aan hem verstrekken, bijvoorbeeld een reiskostenvergoeding of een vergoeding voor de aanschaf van een computer. Overigens geldt de opting-in-regeling alleen voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en bijdrage Zvw en niet voor de premies werknemersverzekeringen.