Payrolling is een dienst waarbij het werkgeverschap door een payrollbureau wordt overgenomen. Werkgevers kunnen om verschillende redenen besluiten om te gaan payrollen. Sommigen willen ‘ontzorgd’ worden, anderen gebruiken payrolling vooral om meer flexibiliteit in hun bedrijfsvoering te krijgen.

Op deze pagina:

wat is payrolling?

Volgens de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), die sinds 1 januari 2020 geldt, is sprake van payrolling als aan de volgende twee criteria is voldaan: 

  1. de payrollwerkgever vervult geen ‘allocatiefunctie’ op de arbeidsmarkt (het samenbrengen van vraag en aanbod), en
  2. de arbeidskracht wordt exclusief aan de opdrachtgever ter beschikking gesteld. 

Een payrollwerkgever stelt medewerkers ter beschikking, maar verricht zelf geen ‘allocatieve’ activiteiten (zoals werving, selectie en bemiddeling). Dit doet de opdrachtgever zelf. Bovendien wordt de medewerker exclusief ter beschikking gesteld aan één opdrachtgever. 

De payrollonderneming draagt als werkgever de verantwoordelijkheid voor de arbeidsovereenkomst, de loonadministratie, de risico’s en de directe en indirecte kosten van bijvoorbeeld ziekte en arbeidsongeschiktheid.

rechtspositie payrollmedewerkers

Met de invoering van de WAB hebben payrollers dezelfde rechtspositie,  primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden gekregen als medewerkers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Hieronder vallen ook zaken als verlof, kinderopvang en scholingsfondsen. Ten aanzien van de rechtspositie is de ketenregeling – in principe maximaal drie tijdelijke contracten in drie jaar – van toepassing. 

Of sprake is van payrolling moet volgens de WAB per geval worden beoordeeld. Daarvoor wordt gekeken naar zowel de vastgelegde afspraken als de feitelijke gang van zaken. Zo kan relevant zijn hoe lang de werknemer al werkzaam is bij een bepaalde opdrachtgever, of inderdaad sprake is van tijdelijkheid en of de opdrachtgever bemoeienis heeft gehad met het werving- en selectieproces.  

Per 1 januari 2021 heeft de payrollmedewerker recht op het payrollpensioen gelijk aan die van de medewerkers die in dienst zijn van de opdrachtgever. Er zijn drie mogelijkheden:

- geen pensioen omdat de opdrachtgever ook geen pensioen aanbiedt aan zijn vaste medewerkers

- pensioen van de inlener

- payroll pensioen: als de payrollwerkgever niet kan of wil aansluiten bij de pensioenregeling van de opdrachtgever, moet de payrollwerkgever zelf zorgen voor aansluiting bij een adequate payrollpensioenregeling.

Meer informatie over de rechtspositie van payrollmedewerkers staat op Rijksoverheid.nl.

uitzendwerk en payrolling

Tot 1 januari 2020 waren uitzenden en payrollen in juridische zin gelijk; beide vielen onder de definitie van ‘uitzendovereenkomst’ als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek. In principe golden voor uitzenden en payrollen dan ook dezelfde regels. 

Vanwege de nieuwe regels in de WAB heeft de CAO voor Uitzendkrachten geen toegevoegde waarde meer voor payrolling. Daarom vallen payrollovereenkomsten sinds 1 januari 2020 niet meer onder deze cao (er geldt wel overgangsrecht voor al lopende overeenkomsten). Meer informatie over de veranderingen voor payroll sinds 1 januari 2020 staat op ABU.nl.