Werk je met zzp’ers, dan moet je je houden aan de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Op grond van deze wet ben je als opdrachtgever samen met de zzp’er verantwoordelijk voor de fiscale gevolgen van de arbeidsrelatie die jullie met elkaar hebben. Op dit moment wordt de Wet DBA beperkt gehandhaafd, omdat wordt gewerkt aan nieuw wet- en regelgeving die duidelijker moet zijn als het gaat om de criteria die gelden voor de beoordeling van de arbeidsrelatie.

Op deze pagina

Wet DBA

Totdat de nieuwe regelgeving is ingevoerd, blijft de Wet DBA van kracht. De kern van deze wet is dat zowel opdrachtgevers als zzp’ers verantwoordelijk zijn voor de relatie die zij met elkaar aangaan. Samen moeten zij bepalen of sprake is van loondienst. Als er onduidelijkheid is over de relatie tussen de opdrachtgever en de zzp'er, kunnen zij samenwerken volgens een modelovereenkomst. Wordt er gewerkt volgens de afspraken in de modelovereenkomst, dan is de zzp'er niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA) en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en af te dragen. 

De fiscus heeft een aantal modelovereenkomsten ontwikkeld waarin staat beschreven hoe de werkrelatie eruit moet zien, zodat er geen dienstbetrekking tussen de zzp'er en de opdrachtgever ontstaat. 

Het is niet verplicht om gebruik te maken van een modelovereenkomst. De opdrachtgever moet dan zelf bepalen of hij wel of geen loonheffingen moet inhouden en afdragen. 

Voorbeeld- en modelovereenkomsten en meer informatie over de Wet DBA, zijn te vinden op Belastingdienst.nl

nieuwe wet- en regelgeving

De Wet DBA zorgt voor onvoldoende duidelijkheid bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De afgelopen jaren is er daarom gewerkt aan vervangende wet- en regelgeving, waaronder een webmodule. Deze is in 2021 getest en geëvalueerd, maar uiteindelijk ook nog niet helemaal geschikt bevonden. Daarom is besloten om de handhaving op deze regels op te schorten

Inmiddels heeft de minister van SZW in een Kamerbrief (juli 2022) aangekondigd dat er nog steeds meer duidelijkheid moet komen over de vraag wanneer werk gedaan moet worden door een werknemer of door een zelfstandige. Met name het begrip ‘gezag’ moet verduidelijkt worden. Dit omdat gezag (het werken in dienst van een ander) het voornaamste criterium is waarover onduidelijkheid kan bestaan rondom de beoordeling van arbeidsrelaties. Ook komt er een zogenaamd rechtsvermoeden. Dat betekent dat de opdrachtgever voortaan bewijs moet leveren dat er geen sprake is van een dienstverband, in plaats van dat de werkende moet aantonen dat er sprake is van een dienstverband bij de beoordeling van arbeidsrelaties (omkering van de bewijslast). De werking van een rechtsvermoeden betekent in de praktijk dat als de werkende kan bewijzen bij de groep te horen voor wie het rechtsvermoeden geldt, die werkende het rechtsvermoeden kan inroepen en een arbeidsovereenkomst kan opeisen.

Na de zomer van 2022 komt het kabinet met een nadere uitwerking en een stappenplan, zodat alle betrokkenen zich verder kunnen voorbereiden. 

Meer informatie over de wet- en regelgeving voor zzp’ers staat op Rijksoverheid.nl.

handhaving

De fiscus handhaaft de naleving van de Wet DBA bij opdrachtgevers beperkt. Alleen bij ‘kwaadwillende’ werkgevers kan de Belastingdienst handhaven en eventueel een correctie aanbrengen of een naheffingsaanslag of boete opleggen. Ook wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet of niet in voldoende mate binnen een redelijke termijn opvolgen, kan de fiscus handhaven. 

Deze beperkte handhaving zou - in afwachting van nieuwe wet- en regelgeving -  tijdelijk zijn, maar het handhavingsmoratorium geldt inmiddels al jaren. 

Het kabinet heeft in de Kamerbrief gemeld dat aan deze situatie uiterlijk vanaf 1 januari 2025 een eind komt. Vanaf die datum wordt het moratorium dus opgeheven, maar het kan ook nog eerder worden.