Uitzendkrachten hebben volgens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) recht op dezelfde beloning als de medewerkers die in vaste dienst zijn bij het bedrijf waar de uitzendkrachten aan het werk zijn. Bovendien hebben ze minimaal recht op het minimumloon. De beloningsregeling staat in de CAO voor Uitzendkrachten.

Op deze pagina

inlenersbeloning

Een uitzendkracht heeft recht op dezelfde beloning als het vaste personeel van die inlener in dezelfde of gelijkwaardige functie: de inlenersbeloning. Onder beloning wordt in dit geval verstaan:

  • het periodeloon in de schaal van de vaste medewerker die (nagenoeg) hetzelfde werk doet

  • atv/adv (naar keuze van het uitzendbureau te compenseren in tijd of geld)

  • toeslagen voor overwerk, voor werken in onregelmatigheid (waaronder feestdagen), verschoven uren, ploegendienst en werken onder fysiek belastende omstandigheden samenhangend met de aard van het werk (waaronder werken onder lage of hoge temperaturen, werken met gevaarlijke stoffen, of vuil werk)

  • algemene (doorgaans jaarlijkse) loonsverhoging

  • kostenvergoedingen (voor zover het uitzendbureau deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen)

  • periodieke verhogingen

De inlener moet het uitzendbureau – correct, volledig en tijdig – informeren over de eigen beloningsregeling en wijzigingen daarin. De inlener is medeverantwoordelijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de juiste uitbetaling van het loon aan de uitzendkracht. Dit laatste volgt uit de Wet aanpak schijnconstructies (WAS).

In de CAO voor Uitzendkrachten zijn afspraken opgenomen die de regels rond de inlenersbeloning moeten vergemakkelijken en verduidelijken.

harmonisering van de cao's ABU en NBBU

Per 30 december 2019 zijn de cao’s van de ABU en de NBBU  geharmoniseerd. De cao’s hebben nu dezelfde inhoud, en voor alle uitzendkrachten gelden dan dezelfde arbeidsvoorwaarden. Hierbij een overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

  • De inlenersbeloning geldt voor alle uitzendkrachten. Het ABU-loongebouw is daarmee vervallen, met uitzondering van de allocatiegroep (zie hierna). Ook bij doorlening van de ene opdrachtgever aan de volgende geldt de inlenersbeloning van de opdrachtgever waar de uitzendkracht werkzaam is.

  • Voor alle vakantiewerkers geldt de inlenersbeloning.

  • Uitzendkrachten krijgen op verzoek meer uitleg over de beloning waar zij recht op hebben.

  • Uitzendkrachten krijgen voortaan ook een vergoeding voor aan het werk verbonden reisuren als de opdrachtgever een regeling voor vergoeding van reisuren kent.

  • Uitzendkrachten krijgen sneller een periodieke verhoging toegekend als zij langer in (nagenoeg) dezelfde functie bij verschillende opdrachtgevers maar via dezelfde uitzendonderneming hebben gewerkt. De werkervaring wordt dan over de opdrachtgevers heen doorgeteld.

  • Bij het wegvallen van werk krijgen uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst met een loondoorbetalingsverplichting, in principe alle uitzendkrachten in fase B en C, 100% van hun uurloon in hun laatste terbeschikkingstelling betaald. Als ze vervolgens bij een andere opdrachtgever gaan werken, ontvangen ze de daar geldende inlenersbeloning. Voor uitzendkrachten in fase C met een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt een nieuwe sterk vereenvoudigde inkomensbescherming. 

  • De percentages voor de doorbetaling/aanvulling van loon bij ziekte zijn gelijk getrokken: in de eerste 52 weken (aanvulling tot) 90% en in week 53 t/m 104 (aanvulling tot) 80%.

  • De vakantiebijslag is verhoogd naar 8,33%.

De vroegere regeling voor scholing en ontwikkeling is verbreed naar een regeling voor duurzame inzetbaarheid. Uitzendbureaus zijn volgens de CAO voor Uitzendkrachten verplicht 1,02% van het door het uitzendbureau totaal aan alle uitzendkrachten in fase A betaalde loon te besteden aan duurzame inzetbaarheid.

abu-loongebouw: voor de allocatiegroep

Als een uitzendkracht tot de allocatiegroep behoort, kan hij worden beloond volgens het ABU-loongebouw (zie CAO voor Uitzendkrachten, artikel 33). Tot deze uitzonderingsgroep behoren alleen de door de overheid aangewezen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (o.a. Wet banenafspraak, Participatiewet en Wet werk en bijstand) en schoolverlaters zonder startkwalificatie. Voor hen geldt de inlenersbeloning dus niet, maar een afwijkend loongebouw met periodieke verhogingen. Deze zogeheten ABU-beloning mag maximaal 52 weken worden toegepast. Daarna krijgt de uitzendkracht loon volgens de inlenersbeloning.

  • uurlonen

In het ABU-loongebouw zijn de lonen uitgedrukt in uurlonen. De hoogte van het uurloon hangt af van de functie, bestaande uit de daarbij behorende activiteiten, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor het begin van de uitzending maakt het uitzendbureau schriftelijk of digitaal de functiegroep aan de uitzendkracht bekend. De ABU-beloning betreft het feitelijk loon, de initiële loonsverhoging en de periodieken. Voor de overige beloningselementen, conform de elementen van de inlenersbeloning, geldt ook die inlenersbeloning. De ABU-beloning geldt dan als grondslag.

  • periodieken in het ABU-loongebouw

De uitzendkracht die is ingedeeld in het ABU-loongebouw heeft recht op een verhoging van het feitelijk loon met de voor zijn functiegroep toepasselijke periodiek als hij 26 weken heeft gewerkt. Daarbij wordt het uurloon twee keer per jaar (1 januari en 1 juli) aangepast met het percentage waarmee het wettelijk minimumloon wordt verhoogd (de ‘indexering’). Indeling in de functiegroep gebeurt aan de hand van het ABU-functieraster zoals opgenomen in de CAO voor Uitzendkrachten.