Uitzendkrachten hebben volgens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) recht op dezelfde beloning als de medewerkers die in vaste dienst zijn bij het bedrijf waar de uitzendkrachten aan het werk zijn. Bovendien hebben ze minimaal recht op het minimumloon. De beloningsregeling staat in de CAO voor Uitzendkrachten.

Op deze pagina

inlenersbeloning

Een uitzendkracht heeft recht op dezelfde beloning als het vaste personeel van die inlener in dezelfde of gelijkwaardige functie: de inlenersbeloning. Onder beloning wordt in dit geval verstaan:

  • het periodeloon in de schaal van de vaste medewerker die (nagenoeg) hetzelfde werk doet

  • atv/adv (naar keuze van het uitzendbureau te compenseren in tijd of geld)

  • toeslagen voor overwerk, voor werken in onregelmatigheid (waaronder feestdagen), verschoven uren, ploegendienst en werken onder fysiek belastende omstandigheden samenhangend met de aard van het werk (waaronder werken onder lage of hoge temperaturen, werken met gevaarlijke stoffen, of vuil werk)

  • algemene (doorgaans jaarlijkse) loonsverhoging

  • kostenvergoedingen (voor zover het uitzendbureau deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen)

  • periodieke verhogingen

  • vergoeding van reisuren en/of reistijd verbonden aan het werk (tenzij de reisuren of reistijd reeds als gewerkte uren worden aangemerkt)

De inlener moet het uitzendbureau – correct, volledig en tijdig – informeren over de eigen beloningsregeling en wijzigingen daarin. De inlener is medeverantwoordelijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de juiste uitbetaling van het loon aan de uitzendkracht. Dit laatste volgt uit de Wet aanpak schijnconstructies (WAS).

In de CAO voor Uitzendkrachten zijn afspraken opgenomen die de regels rond de inlenersbeloning moeten vergemakkelijken en verduidelijken.

nieuwe cao

Per 17 november 2021 is de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten in werking getreden. Als gevolg daarvan is onder meer de inlenersbeloning per 3 januari 2022 gewijzigd op een aantal punten:

  • de inlenersbeloning is uitgebreid met een thuiswerkkostenvergoeding, kostenvergoedingen en eenmalige uitkeringen

  • algemene loonsverhogingen, die met terugwerkende kracht worden vastgesteld, gelden ook met terugwerkende kracht voor uitzendkrachten (voor zover nog werkzaam bij de inlener)

  • behoud van inschaling (schaal en positie in schaal) voor uitzendkrachten die via hetzelfde of een ander uitzendbureau terugkeren in (nagenoeg) dezelfde functie bij dezelfde opdrachtgever of een andere opdrachtgever op wie dezelfde cao van toepassing is.

Per 1 januari 2023 wordt de inlenersbeloning nog verder uitgebreid, in ieder geval met vaste eindejaarsuitkeringen.

abu-loongebouw: voor de allocatiegroep

Als een uitzendkracht tot de allocatiegroep behoort, kan hij worden beloond volgens het ABU-loongebouw (zie CAO voor Uitzendkrachten). Tot deze uitzonderingsgroep behoren alleen de door de overheid aangewezen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (o.a. Wet banenafspraak, Participatiewet en Wet werk en bijstand) en schoolverlaters zonder startkwalificatie. Voor hen geldt de inlenersbeloning dus niet, maar een afwijkend loongebouw met periodieke verhogingen. Deze zogeheten ABU-beloning mag maximaal 52 weken worden toegepast. Daarna krijgt de uitzendkracht loon volgens de inlenersbeloning.

  • uurlonen

In het ABU-loongebouw zijn de lonen uitgedrukt in uurlonen. De hoogte van het uurloon hangt af van de functie, bestaande uit de daarbij behorende activiteiten, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor het begin van de uitzending maakt het uitzendbureau schriftelijk of digitaal de functiegroep aan de uitzendkracht bekend. De ABU-beloning betreft het feitelijk loon, de initiële loonsverhoging en de periodieken. Voor de overige beloningselementen, conform de elementen van de inlenersbeloning, geldt ook die inlenersbeloning. De ABU-beloning geldt dan als grondslag.

  • periodieken in het ABU-loongebouw

De uitzendkracht die is ingedeeld in het ABU-loongebouw heeft recht op een verhoging van het feitelijk loon met de voor zijn functiegroep toepasselijke periodiek als hij 26 weken heeft gewerkt. Daarbij wordt het uurloon twee keer per jaar (1 januari en 1 juli) aangepast met het percentage waarmee het wettelijk minimumloon wordt verhoogd (de ‘indexering’). Indeling in de functiegroep gebeurt aan de hand van het ABU-functieraster zoals opgenomen in de CAO voor Uitzendkrachten.