Uitzendkrachten hebben op grond van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) deels dezelfde rechten als werknemers met een soortgelijke functie die in directe vaste dienst zijn bij een onderneming, onder meer op het gebied van lonen en vergoedingen. Bovendien hebben ze minimaal recht op het minimumloon. De beloningsregeling staat in de CAO voor Uitzendkrachten.

Op deze pagina

inlenersbeloning

Een uitzendkracht heeft recht op dezelfde beloning als het vaste personeel van die inlener in dezelfde of gelijkwaardige functie: de inlenersbeloning. Onder beloning wordt in dit geval verstaan:

  • het periodeloon in de schaal van de vaste medewerker die (nagenoeg) hetzelfde werk doet

  • atv/adv (naar keuze van het uitzendbureau te compenseren in tijd of geld)

  • toeslagen voor overwerk, voor werken in onregelmatigheid (waaronder feestdagen), verschoven uren, ploegendienst en werken onder fysiek belastende omstandigheden samenhangend met de aard van het werk (waaronder werken onder lage of hoge temperaturen, werken met gevaarlijke stoffen, of vuil werk)

  • algemene (doorgaans jaarlijkse) loonsverhoging

  • kostenvergoedingen (voor zover het uitzendbureau deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen)

  • periodieke verhogingen

De inlener moet het uitzendbureau – correct en tijdig – informeren over de eigen beloningsregeling en wijzigingen daarin. De inlener is medeverantwoordelijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de juiste uitbetaling van het loon aan de uitzendkracht. Dit laatste volgt uit de Wet aanpak schijnconstructies (WAS).
In de CAO voor Uitzendkrachten zijn afspraken opgenomen die de regels rond de inlenersbeloning moeten vergemakkelijken en verduidelijken.

harmonisering van de cao's ABU en NBBU

In september 2019 is, vooruitlopend op de harmonisering van de cao’s van de ABU en de NBBU, de inlenersbeloning uitgebreid met toeslagen voor fysiek belastende omstandigheden (zoals koudetoeslag) en een toeslag voor het werken met gevaarlijke stoffen.

Per 30 december 2019 zijn de cao’s volledig geharmoniseerd. De cao’s hebben nu dezelfde inhoud, en voor alle uitzendkrachten gelden dan dezelfde arbeidsvoorwaarden. Hierbij een overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

  • De inlenersbeloning geldt voor alle uitzendkrachten. Het ABU-loongebouw vervalt daarmee, met uitzondering van de allocatiegroep. Ook bij doorlening van de ene opdrachtgever aan de volgende geldt de inlenersbeloning van de opdrachtgever waar de uitzendkracht werkzaam is.

  • Het ABU-loongebouw vervalt ook voor fase C. De uitzendkrachten in fase C die tot 30 december 2019 volgens de ABU-cao werden beloond, zijn per die datum overgegaan op inlenersbeloning waarbij het feitelijk loon minimaal gelijk blijft.

  • Voor alle vakantiewerkers geldt de inlenersbeloning.

  • Uitzendkrachten krijgen op verzoek meer uitleg over de beloning waar zij recht op hebben.

  • Sommige loonbegrippen zijn duidelijker omschreven.

  • Uitzendkrachten krijgen voortaan ook een vergoeding voor aan het werk verbonden reisuren als de opdrachtgever een regeling voor vergoeding van reisuren kent.

  • Uitzendkrachten krijgen sneller een periodieke verhoging toegekend als zij langer in (nagenoeg) dezelfde functie bij verschillende opdrachtgevers maar via dezelfde uitzendonderneming hebben gewerkt. De werkervaring wordt dan over de opdrachtgevers heen doorgeteld.

  • Bij het wegvallen van werk krijgen uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst met een loondoorbetalingsverplichting, in principe alle uitzendkrachten in fase B en C, 100% van hun uurloon in hun laatste terbeschikkingstelling betaald. Als ze vervolgens bij een andere opdrachtgever gaan werken, ontvangen ze de daar geldende inlenersbeloning. Voor uitzendkrachten in fase C met een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd gaat een nieuwe sterk vereenvoudigde inkomensbescherming gelden. Het loon in een nieuwe opdracht is de daar geldende inlenersbeloning maar bedraagt altijd ten minste 90% van het laatst verdiende loon en nooit minder dan 85% van het hoogst genoten loon in fase C.

  • De percentages voor de doorbetaling/aanvulling van loon bij ziekte zijn gelijk getrokken: in de eerste 52 weken (aanvulling tot) 90% en in week 53 t/m 104 (aanvulling tot) 80%.

  • De vakantiebijslag is verhoogd naar 8,33%.

  • De pensioenopbouw voor arbeidsmigranten, waarbij sprake is van uitruil van arbeidsvoorwaarden, wordt verbeterd. Ook over het uitgeruilde loon wordt pensioen opgebouwd.

De vroegere regeling voor scholing en ontwikkeling is verbreed naar een regeling voor duurzame inzetbaarheid. Uitzendbureaus zijn volgens de CAO voor Uitzendkrachten verplicht 1,02% van het door het uitzendbureau totaal aan alle uitzendkrachten in fase A betaalde loon te besteden aan duurzame inzetbaarheid.

abu-loongebouw: voor de allocatiegroep

Als een uitzendkracht tot de allocatiegroep behoort, kan hij worden beloond volgens het ABU-loongebouw (zie CAO voor Uitzendkrachten, artikel 33). Bij de harmonisering van de cao’s per 30 december 2019 is deze uitzonderingsgroep ingeperkt. Nu behoren nog alleen de door de overheid aangewezen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (o.a. Wet banenafspraak, Participatiewet en WWB) en schoolverlaters zonder startkwalificatie tot de allocatiegroep. Voor hen geldt de inlenersbeloning dus niet, maar een afwijkend loongebouw met periodieke verhogingen. 

  • uurlonen

In het ABU-loongebouw zijn de lonen uitgedrukt in uurlonen. De hoogte van het uurloon hangt af van de functie, bestaande uit de daarbij behorende activiteiten, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor het begin van de uitzending maakt het uitzendbureau schriftelijk of digitaal de functiegroep aan de uitzendkracht bekend.

De ABU beloning betreft het feitelijk loon, de initiële loonsverhoging en de periodieken. Voor de overige beloningselementen, conform de elementen van de inlenersbeloning, geldt ook die inlenersbeloning. De ABU beloning geldt dan als grondslag.

  • periodieken in het ABU-loongebouw

De uitzendkracht die is ingedeeld in het ABU-loongebouw heeft recht op een verhoging van het feitelijk loon met de voor zijn functiegroep toepasselijke periodiek als hij 26 weken heeft gewerkt. Daarbij wordt het uurloon twee keer per jaar (1 januari en 1 juli) aangepast met het percentage waarmee het wettelijk minimumloon wordt verhoogd. Indeling in de functiegroep gebeurt aan de hand van het ABU-functieraster zoals opgenomen in de CAO voor Uitzendkrachten.