Het aanvullend pensioen is het pensioen dat werknemers via de werkgever opbouwen. Gepensioneerde werknemers ontvangen dit meestal naast een AOW-uitkering. Het aanvullend pensioen zorgt ervoor dat iemand na zijn pensioendatum een bepaalde levensstandaard kan handhaven. 

Naast dit zogeheten ouderdomspensioen zijn er ook pensioenen die de Anw en WIA/WAO aanvullen, maar die stoppen juist als iemand de AOW-leeftijd bereikt.

Op deze pagina

pensioenleeftijd

Op 1 januari 2018 is de fiscale richtleeftijd voor het aanvullend pensioen van 67 naar 68 jaar gegaan. Werknemers kunnen hun pensioen eerder laten ingaan, maar  krijgen dan een lagere maandelijkse uitkering. Pensioenfondsen en -verzekeraars zijn niet verplicht om de pensioenleeftijd ook daadwerkelijk te verhogen naar 68 jaar. Pensioenen die voor 2018 zijn opgebouwd, kunnen nog steeds een eerdere ingangsleeftijd hebben.

Volgens het in juni 2019 afgesloten pensioenakkoord komt er een regeling die het mogelijk maakt voor mensen met een zwaar beroep om eerder te stoppen. Van 2021 tot en met 2025 betalen werkgevers geen heffing over regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing) tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW. Voorwaarde hiervoor is dat uittreding plaatsvindt in de laatste drie jaar vóór de AOW-leeftijd. Werknemers krijgen dan als het ware eerder AOW, betaald door de werkgever. Zij kunnen dit zelf aanvullen, bijvoorbeeld met spaargeld of door hun aanvullend pensioen eerder in te laten gaan. 

verplichting werkgever

De werkgever is niet verplicht voor een pensioenregeling te zorgen, behalve wanneer in een bedrijfstak een bedrijfstakpensioenfonds aan de orde is waaraan deelname verplicht is gesteld of de werkgever bij cao verplicht is pensioen aan te bieden. Heeft de werkgever eenmaal een pensioenovereenkomst gesloten, dan is hij gebonden aan de Pensioenwet.

Via de website MijnPensioenoverzicht kan iedere Nederlander een overzicht krijgen van zijn opgebouwde en op te bouwen pensioenaanspraken bij pensioenfondsen en pensioenverzekeraars én van zijn opgebouwde AOW-rechten.

zelf aanvragen of niet

In principe moet de werknemer voor de uitkering van het aanvullend pensioen zelf een aanvraag indienen. Het pensioenfonds hoeft geen initiatief te nemen. De meeste pensioenfondsen doen dat echter wel: zij benaderen aan de hand van gegevens uit de Basisregistratie personen (BRP) mensen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Wie drie maanden voor de pensioendatum nog geen bericht heeft gehad, zal zelf achter zijn pensioen aan moeten. Werknemers die enkele malen van werkgever zijn veranderd, moeten hun aanvraag bij verschillende pensioenfondsen indienen.