Het aanvullend pensioen is het pensioen dat werknemers via hun werkgever opbouwen. Gepensioneerde medewerkers ontvangen dit pensioen meestal naast een AOW-uitkering. Het aanvullend pensioen zorgt ervoor dat iemand na zijn pensioendatum een bepaalde levensstandaard kan handhaven. 

Naast dit zogeheten ouderdomspensioen zijn er ook pensioenen die de Algemene nabestaandenwet (Anw) en WIA/WAO aanvullen, maar die stoppen juist als iemand de AOW-leeftijd bereikt.

Op deze pagina

pensioenleeftijd

Op 1 januari 2018 is de fiscale richtleeftijd voor het aanvullend pensioen van 67 naar 68 jaar gegaan. Medewerkers kunnen hun pensioen eerder laten ingaan, maar ze krijgen dan wel een lagere maandelijkse uitkering. Pensioenfondsen en -verzekeraars zijn niet verplicht om de pensioenleeftijd ook daadwerkelijk te verhogen naar 68 jaar. Pensioenregelingen  kunnen nog steeds een eerdere ingangsleeftijd dan 68 jaar hebben, vooral als de pensioenen in het verleden zijn opgebouwd.

verplichting werkgever

Als werkgever ben je niet verplicht voor een pensioenregeling te zorgen, behalve wanneer in een bedrijfstak een bedrijfstakpensioenfonds bestaat waaraan deelname verplicht is gesteld of als in de cao die voor jou geldt staat dat je pensioen moet aanbieden. Heb je eenmaal een pensioenovereenkomst gesloten, dan ben je gebonden aan de Pensioenwet.

Via de website MijnPensioenoverzicht kan iedere Nederlander een overzicht krijgen van zijn opgebouwde en op te bouwen pensioenaanspraken bij pensioenfondsen en pensioenverzekeraars én van zijn opgebouwde AOW-rechten.

zelf aanvragen of niet

In principe moet de medewerker zelf een aanvraag indienen voor de uitkering van het aanvullend pensioen. Het pensioenfonds hoeft geen initiatief te nemen. Maar de meeste pensioenfondsen en verzekeraars doen dat wel: zij benaderen aan de hand van gegevens uit de Basisregistratie personen (BRP) mensen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Wie drie maanden voor de pensioendatum nog geen bericht heeft gehad, zal zelf achter zijn pensioen aan moeten. Medewerkers die enkele malen van werkgever zijn veranderd, moeten hun aanvraag bij verschillende pensioenfondsen indienen. Medewerkers die in het buitenland verblijven moeten in alle gevallen hun pensioen zelf aanvragen bij het pensioenfonds of de verzekeraar.