Een pensioengat ofwel pensioentekort ontstaat als iemand geen volledig pensioen opbouwt. Pensioenbreuk ontstaat als de deelname aan de pensioenregeling eindigt. Met de regelingen voor waardeoverdracht probeert men het pensioenverlies bij verandering van werkkring te beperken.

Op deze pagina

hoe ontstaat een pensioengat?

We spreken van een pensioengat als iemand te weinig pensioen heeft opgebouwd om na het bereiken van de AOW-leeftijd rond te kunnen komen. Zo’n pensioentekort kan bijvoorbeeld ontstaan door:

  • een onvolledige AOW-uitkering (bijvoorbeeld als iemand een aantal jaren in het buitenland heeft gewoond)

  • een tekort aan dienstjaren (als iemand een aantal jaren niet of minder heeft gewerkt)

  • het werken voor een werkgever zonder pensioenregeling

  • een pensioenbreuk (bijvoorbeeld door het veranderen van baan)

  • onbetaald verlof

  • eerder met pensioen gaan

  • een echtscheiding (en de ex-partner heeft recht op een deel van het pensioen)

  • het ruilen van een ouderdomspensioen voor een partnerpensioen.

Als duidelijk is dat iemand een pensioengat heeft, zijn er verschillende mogelijkheden om het pensioen aan te vullen. Bijvoorbeeld door te sparen, beleggen, bijstortingen in de pensioenregeling te doen en extra inkomen via banksparen, lijfrente-, spaar- of koopsompolissen te genereren.

hoe ontstaat een pensioenbreuk?

Een pensioenbreuk ontstaat als de deelname aan de pensioenregeling eindigt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de medewerker van baan verandert en de pensioenregeling van zijn oude werkgever niet aansluit op de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever. Maar pensioenverlies komt ook doordat medewerkers werkloos of arbeidsongeschikt worden of tijdelijk stoppen met werken. Het gevolg van pensioenbreuk is meestal een pensioengat. Om daar iets aan te doen, bestaan er regelingen voor waardeoverdracht.

Als de medewerker blijft werken binnen een bedrijfstak waarvoor één verplichte bedrijfstakpensioenregeling geldt, bestaat er geen risico op pensioenbreuk. Voor iemand die bijvoorbeeld zijn hele leven binnen de gezondheidszorg blijft werken, heeft een overstap naar een andere werkgever in de zorgsector geen pensioengevolgen.

regelingen voor waardeoverdracht

Met de regelingen voor waardeoverdracht kan het pensioenverlies bij verandering van werkkring worden beperkt. Ook kunnen medewerkers die van baan veranderen hun opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar de pensioenuitvoerder van hun nieuwe werkgever. Ze moeten daarvoor een aanvraag indienen bij de pensioenuitvoerder van hun nieuwe werkgever. Een verzoek tot waardeoverdracht kan op ieder moment gedaan worden. 

nadelige waardeoverdracht: informatieplicht werkgever

Niet in alle gevallen is waardeoverdracht voordelig voor de medewerker. De oude en nieuwe pensioenuitvoerder zijn verplicht hierover informatie aan de medewerker te verstrekken, zodat hij kan afwegen of hij van het recht van waardeoverdracht gebruik wil maken. 

Pensioenfondsen die een tekort hebben in hun financiële positie (een dekkingsgraad van minder dan 100%) mogen in die situatie geen medewerking verlenen aan waardeoverdrachten. Een verzoek voor waardeoverdracht kan desondanks gewoon worden ingediend. Zodra het pensioenfonds weer aan de minimale dekkingsgraad voldoet, wordt het traject van de waardeoverdracht alsnog uitgevoerd, als de medewerker dat nog steeds wil.

Uitgebreide informatie over waardeoverdracht staat op Nibud.nl.

bijbetalingen voor de werkgever beperkt

Ook voor jou als werkgever is waardeoverdracht niet altijd voordelig. Het is mogelijk dat je voor waardeoverdrachten van oud-medewerkers bijbetalingen moet doen en daardoor mogelijk in financiële problemen komt. Daarom zijn de bijbetalingen beperkt tot maximaal € 15.000 per waardeoverdracht. Dergelijke bijbetalingen kunnen aan de orde zijn bij verzekerde pensioenregelingen. Gaat daardoor de waardeoverdracht op dat moment niet door, dan blijft de deelnemer in de pensioenregeling. Blijkt op een later moment dat die bijbetaling minder is dan € 15.000, dan kan de deelnemer opnieuw om waardeoverdracht vragen.

kleine pensioenen en automatische waardeoverdracht

Medewerkers die veel verschillende werkgevers hebben gehad, hebben daarmee ook veel verschillende kleine pensioenpotjes. Voor kleine pensioenen (die grens ligt in 2021 op een pensioen van maximaal € 503,24 per jaar) geldt sinds 2019 de mogelijkheid van automatische waardeoverdracht. Pensioenuitvoerders hebben de bevoegdheid om een klein pensioen van een gewezen deelnemer over te dragen naar diens nieuwe pensioenuitvoerder, zonder dat daartoe een verzoek of instemming van de deelnemer voor vereist is. De oude pensioenuitvoerder kan vaststellen of er inderdaad een nieuwe pensioenuitvoerder is door dit na te vragen bij het Pensioenregister. Als blijkt dat de gewezen deelnemer inderdaad bij een nieuwe pensioenuitvoerder pensioen opbouwt, dan kan het pensioen op korte termijn worden overgedragen naar de nieuwe uitvoerder. De deelnemer wordt hierover achteraf geïnformeerd door zijn nieuwe uitvoerder.

In 2019 is de automatische waardeoverdracht ingevoerd voor alle deelnemers van wie de deelname aan de pensioenregeling in 2018 of 2019 is geëindigd. Vanaf april 2021 zal begonnen worden met de overdracht van de circa 5 miljoen kleine pensioenen die voor 2018 zijn opgebouwd.