Het Nederlandse pensioenstelsel is beter georganiseerd dan in veel ons omringende landen en zit solide in elkaar. Maar door veranderingen op de arbeidsmarkt, de stijgende levensverwachting, de financiële crisis en de lage rente is een vernieuwing van het pensioenstelsel noodzakelijk geworden. In het pensioenakkoord, dat het kabinet na jarenlang onderhandelen met de werkgevers en vakbonden in juni 2019 heeft gesloten, staan afspraken over het pensioen van huidige en toekomstige generaties. Ook zijn er afspraken gemaakt die ervoor moeten zorgen dat zoveel mogelijk mensen gezond en werkend hun pensioenleeftijd kunnen bereiken.

Op deze pagina

het Nederlandse pensioenstelsel

Nederland heeft een uitgebreid pensioenstelsel dat bestaat uit drie pijlers:

basispensioen via de overheid (1e pijler)

De AOW-uitkering (Algemene ouderdomswet) vormt het basisinkomen waarmee gepensioneerden in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Iedereen die in Nederland woont of werkt, bouwt in principe automatisch AOW op.

Let op: de leeftijd waarop men voor het eerst een AOW-uitkering krijgt (AOW-leeftijd) en de richtleeftijd waarop men voor het eerst aanvullend pensioen krijgt (pensioenrichtleeftijd) lopen uiteen. Op 1 januari 2019 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden en de pensioenrichtleeftijd 68 jaar.

aanvullend pensioen via de werkgever (2e pijler)

Voor 90% van de werknemers is een aanvullende pensioenregeling getroffen door hun werkgever. Hierdoor krijgen werknemers die de pensioenleeftijd hebben bereikt een aanvullende uitkering bovenop de AOW-uitkering.

individuele aanvullende pensioenvoorzieningen (3e pijler)

Via individuele verzekeringen en privévoorzieningen (zoals lijfrente, banksparen, koopsommen en levensverzekeringen) bestaat er enige ruimte om fiscaal aantrekkelijk te sparen voor extra pensioen. Bijvoorbeeld om hun pensioengat aan te vullen of om eerder met pensioen te gaan. Deze fiscale mogelijkheden zijn de laatste jaren wel sterk ingeperkt. Zelfstandigen moeten zelf voor hun pensioenvoorziening zorgen en kunnen daarvoor individuele verzekeringen of bankspaarproducten gebruiken.

pensioenakkoord: wijziging pensioenstelsel

Het kabinet heeft in juni 2019 een principeakkoord bereikt met werkgevers- en werknemersorganisaties en de SER voor een 'toekomstbestendig en evenwichtig pensioenstelsel'. Met dit principeakkoord wordt de Nederlandse oudedagsvoorziening gemoderniseerd, stijgt de AOW-leeftijd minder snel en komt er ruimte om eerder te stoppen met werken. 

De speerpunten zijn:

  • de AOW-leeftijd stijgt minder snel
  • er komt een nieuwe manier van premieheffing
  • het pensioen wordt aangepast aan de economische situatie
  • mensen krijgen meer flexibiliteit bij het opnemen van hun pensioen
  • er komt 800 miljoen euro voor duurzame inzetbaarheid en scholing
  • vroegpensioen voor zware beroepen wordt mogelijk
  • er komt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp'ers

Het kabinet, sociale partners en pensioenuitvoerders gaan de afspraken gezamenlijk uitwerken. Het streven is om de afspraken over de AOW-leeftijd op 1 januari 2020 in te laten gaan. Het nieuwe pensioenstelsel zou op 1 januari 2022 in moeten gaan. Kijk voor meer informatie over het pensioenakkoord op Kenniscentrum.