De Werkloosheidswet (WW) is een werknemersverzekering, die ervoor zorgt dat je medewerkers aanspraak kunnen maken op een uitkering als ze hun baan of een aantal uren werk per week verliezen. Zij kunnen een aanvraag voor een WW-uitkering bij UWV doen.

Op deze pagina

wat is de ww?

De Werkloosheidswet (WW) is bedoeld voor werknemers die hun baan hebben verloren, of minimaal vijf arbeidsuren per week verliezen en over deze uren geen recht op loon hebben. Zij kunnen dan aanspraak maken op een WW-uitkering. Het is dus voor het recht op een WW-uitkering niet nodig dat de arbeidsovereenkomst geheel is geëindigd.

De WW is een tijdelijke uitkering om het verlies aan inkomen tussen twee banen op te vangen. Daarnaast hebben werknemers van wie de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen, op basis van de WW recht op achterstallig loon over maximaal dertien weken.

De WW maakt deel uit van de werknemersverzekeringen. Werkgevers moeten afhankelijk van het type arbeidsovereenkomst een lage of hoge WW-premie afdragen: voor medewerkers met een vast contract is de premie 2,70% en voor medewerkers met een flexibel contract bedraagt de premie 7,70%.

voorwaarden WW-uitkering

Wie een WW-uitkering wil ontvangen, moet voldoen aan een heel aantal voorwaarden. Zo moet hij bij een werkgever in loondienst zijn (geweest) en natuurlijk werkloos zijn geworden. Volgens de WW is iemand werkloos als hij ten minste vijf arbeidsuren per week verliest en deze niet krijgt doorbetaald (of als hij minimaal de helft van het aantal arbeidsuren verliest bij een werkweek van minder dan tien uur). Daarnaast moet de medewerker voldoen aan de ‘26 uit 36 weken’-eis: in de 36 weken vóór de eerste werkloosheidsdag moet hij in ten minste 26 weken in loondienst hebben gewerkt.

Wie eenmaal een WW-uitkering heeft aangevraagd, is verplicht zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan. Daarnaast moet hij zich aan een aantal voorschriften houden. Doet hij dat niet, dan kan de uitkering geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend geweigerd worden.

duur van de WW-uitkering

Hoe lang de WW-uitkering precies duurt, is afhankelijk van iemands arbeidsverleden en het moment waarop hij werkloos werd. In de eerste tien jaar van hun loopbaan bouwen werknemers per gewerkt jaar een maand WW-recht op. Daarna bouwen zij per gewerkt jaar een halve maand op. De maximale duur van de WW-uitkering is 24 maanden. Sociale partners, werkgevers en werknemers mogen de duur van de WW aanvullen tot maximaal 38 maanden. Zij kunnen dit in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) afspreken.

tip:

Met de rekenhulp Hoelang duurt mijn WW-uitkering? van UWV krijgt de werknemer een idee hoe lang zijn WW-uitkering zal duren. 

hoogte van de WW-uitkering

De eerste twee maanden bedraagt de WW-uitkering 75% van het dagloon. Vanaf de derde maand is de hoogte van de uitkering 70% van het dagloon. Het dagloon is het loon dat iemand gemiddeld verdiende bij zijn werkgever (in 2021 met een maximum van € 223,40 per dag).

De hoogte van de WW-uitkering is niet gekoppeld aan het inkomen van de partner of andere gezinsleden. Ook het eigen vermogen heeft geen invloed op de hoogte van de WW-uitkering. 

Via de Rekenhulp WW op de website van UWV kan de werknemer een indicatie krijgen van de hoogte van de WW-uitkering.

aanvraag en uitvoering WW

Wie een WW-uitkering wil aanvragen, moet dat binnen een week na de laatste werkdag doen via de website van UWV. In het Stappenplan WW van UWV staat overzichtelijk op een rij wat de werknemer moet doen als hij zijn werk kwijtraakt en WW wil aanvragen. 

verwijtbaar werkloos: geen WW?

Het is mogelijk dat UWV vaststelt dat de werknemer  ‘verwijtbaar werkloos’ is als hij ontslag neemt zonder dat er een acute noodzaak is of als hij wegens een ‘dringende reden’ wordt ontslagen. Hij riskeert dan een zogeheten 100%-maatregel, waardoor de WW-uitkering € 0 bedraagt. Afhankelijk van de situatie kan een dergelijke maatregel voor bepaalde of onbepaalde tijd worden opgelegd. UWV beoordeelt de situatie en kijkt daarbij niet alleen naar de laatste baan, maar ook naar de banen daarvoor. Als het verlies van een eerdere baan aan de werkloze te (ver)wijten is, blijft dat doorwerken tot hij opnieuw recht op WW heeft opgebouwd (na 26 weken werken).

Wie een vaste baan bewust opzegt voor een nieuwe baan met een tijdelijk arbeidscontract, kan aan het eind van dit contract ook verwijtbaar werkloos zijn. Als het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, maar de werkgever de opzegtermijn niet in acht heeft genomen en in de overeenkomst is opgenomen dat de werknemer geen verwijt treft, zal de werknemer doorgaans aanspraak kunnen maken op een WW-uitkering. De WW-uitkering kan alleen pas ingaan op het moment dat de opzegtermijn zou zijn geëindigd.