De regeling Werktijdverkorting (wtv) is stopgezet. Dit is een van de ‘corona-maatregelen’ die de overheid heeft genomen om werkgevers te steunen. In de plaats daarvan kunnen ondernemers die vanwege de coronapandemie  in moeilijkheden zijn gekomen een beroep doen op de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) geïntroduceerd. Deze regeling geldt tot en met 30 september 2021. 

Per 1 oktober 2021 is het weer mogelijk om werktijdverkorting aan te vragen.

Op deze pagina

wat is werktijdverkorting?

Werktijdverkorting is het tijdelijk verkorten van de werktijd van werknemers in verband met gebeurtenissen en ontwikkelingen die niet meer tot het normale bedrijfsrisico gerekend kunnen worden, zoals een brand, epidemie of overstroming. Of wanneer overheidsmaatregelen van kracht zijn, bijvoorbeeld na een uitbraak van vogelgriep. Bedrijven die hiervoor in aanmerking komen, hebben de mogelijkheid de werknemer(s) tijdelijk minder te laten werken tegen evenredige vermindering van het loon. De werknemers krijgen dan loon uitbetaald over het gewerkte aantal uren. Over de niet-gewerkte uren ontvangen ze een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW).

Als door extreme weersomstandigheden niet gewerkt kan worden, kan een werkgever worden vrijgesteld van zijn plicht om het loon te betalen. 

vergunning tot werktijdverkorting aanvragen

Een werkgever die tijdelijk de werktijd van zijn personeel wil verkorten, moet bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een vergunning voor werktijdverkorting aanvragen. Deze vergunning geldt maximaal zes weken. Als de situatie na deze zes weken niet is verbeterd, kan de werkgever verlenging van de vergunning aanvragen.

Een bedrijf komt alleen in aanmerking voor een vergunning als:

  • er sprake is van buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend, en

  • verwacht wordt dat gedurende minimaal twee tot maximaal 24 kalenderweken minstens 20% minder werk zal zijn.

De ontheffing wordt niet verleend:

  • over perioden voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag voor ontheffing is ontvangen

  • als de werkgever zijn personeelsbestand niet heeft aangepast aan de hoeveelheid mensen die nodig is om onder de gewijzigde omstandigheden te kunnen produceren

  • als de vermindering van werkzaamheden samenhangt met een werkstaking in de betreffende of in een andere onderneming. Hierop geldt een uitzondering: als de werktijdverkorting de werkstaking naar verwachting niet zal beïnvloeden.

gevolgen van werktijdverkorting voor de werknemer

De werknemers blijven voor de duur van de werktijdverkorting volledig bij de werkgever in dienst. UWV zal de WW-uitkering voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen dan ook aan de werkgever overmaken. Meestal merken de werknemers financieel dus weinig van de werktijdverkorting: zij ontvangen gewoon hun loon. In de cao of arbeidsovereenkomst kunnen nadere afspraken over deze betaling zijn opgenomen.

inschrijven bij UWV

Gedurende de eerste periode (zes weken) van werktijdverkorting is de werknemer niet verplicht zich voor ander werk bij UWV in te schrijven, al is dat wel raadzaam. Als de werkgever echter een verlengingsvergunning heeft aangevraagd en gekregen én de werknemer voor de volledige werktijd een WW-uitkering ontvangt, moet de werknemer op zoek naar een (tijdelijke) baan bij een andere werkgever. Uiterlijk op de tweede dag na de verlening van de verlengingsvergunning moet de werknemer ingeschreven staan bij UWV.

aanvragen werktijdverkorting

Een bedrijf kan de vergunning voor werktijdverkorting aanvragen bij het ministerie van SZW. Zodra de werkgever de vergunning heeft, kan hij voor zijn werknemers voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering aanvragen bij UWV via het formulier ‘Melding werktijdverkorting’.

De productie moet in principe binnen 24 weken volledig zijn hersteld. Eventueel wordt de werktijdverkorting verlengd met nog een periode van zes weken, op voorwaarde dat herstel in die periode wordt gegarandeerd.

regeling onwerkbaar weer

Als door extreme weersomstandigheden (zoals vorst, sneeuw en overvloedige regenval) niet kan worden gewerkt, kan een werkgever na het verstrijken van een aantal wachtdagen onder voorwaarden worden vrijgesteld van zijn plicht om het loon te betalen. Hij doet dan een beroep op de Regeling onwerkbaar weer.

Bij vorst, ijzel, en sneeuwval gelden twee wachtdagen per winterseizoen (van 1 november tot en met 31 maart). In het geval van overvloedige regenval gelden 19 wachtdagen per kalenderjaar. Tijdens de wachtdagen betaalt de werkgever gewoon het loon door aan de werknemers. Nadat de wachtdagen zijn verstreken kan hij een WW-uitkering aanvragen voor zijn werknemers.

De volgende voorwaarden gelden:

  • de werkgever moet er alles aan gedaan hebben om te voorkomen dat het werk gestopt moet worden

  • het onwerkbare weer is de enige reden waarom de werknemer niet kan werken

  • de werknemer kan per week minimaal vijf uur niet werken. Bij een arbeidscontract van minder dan tien uur per week gaat het om minimaal de helft van zijn uren 

  • werkgever moet melding doen van iedere dag waarop ten gevolge van buitengewone natuurlijke omstandigheden niet kan worden gewerkt.

  • er moet een artikel over de regeling zijn opgenomen in de cao. Cao-partijen hebben tot 1 november 2020 de tijd om de cao aan te passen aan de regeling. 

De werkgever kan de WW aanvragen via het formulier Aanvraag WW-uitkering wegens onwerkbaar weer van UWV.