Je medewerkers hebben recht op een minimumaantal vakantiedagen, doorbetaling van loon tijdens de vakantie en vakantiegeld. Dat is in de wet vastgelegd. Vaak staat in de arbeidsovereenkomst of cao dat werknemers boven op dit wettelijk minimum extra vakantiedagen krijgen: de bovenwettelijke vakantiedagen. Tijdens de vakantie betaalt je, als werkgever, het loon door.

Naast vakantie hebben je medewerkers ook het recht om verlof op te nemen in bepaalde situaties. Het ligt aan het soort verlof of dit betaald of onbetaald verlof is.

Op deze pagina

wettelijke vakantiedagen

Het wettelijke minimumaantal vakantiedagen per jaar is viermaal het aantal overeengekomen arbeidsuren per week.

Iemand die bijvoorbeeld veertig uur per week werkt, heeft per jaar recht op 160 uur vakantie. Dat zijn vier weken. Iemand die twintig uur per week werkt, heeft per jaar recht op tachtig uur vakantie. Dat lijkt minder te zijn, maar hij hoeft ook minder op te nemen. Per saldo is hij dan toch vier weken vrij.

bovenwettelijke vakantiedagen

Veel medewerkers bouwen op grond van de cao of hun arbeidsovereenkomst meer vakantiedagen op dan het wettelijke minimum: de bovenwettelijke vakantiedagen. Gemiddeld heeft een medewerker in Nederland een totaal van 25 vakantiedagen. De vakantiedagen worden naar evenredigheid van het verstreken deel van het jaar opgebouwd.

Een medewerker die bijvoorbeeld jaarlijks recht heeft op 24 vakantiedagen, heeft na drie maanden zes dagen opgebouwd. In overleg met zijn werkgever kan hij eventueel een voorschot nemen.

extra vakantiedagen

Vaak spelen ook de lengte van het dienstverband en iemands leeftijd een rol bij het aantal vakantiedagen, zowel bij jongere als bij oudere medewerkers. Beide groepen kunnen extra vakantiedagen toegewezen krijgen.

Dit soort regelingen kan in strijd zijn met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (WGBL). Het onderscheid op grond van leeftijd bij de toekenning van vakantiedagen moet namelijk objectief gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld omdat sprake is van fysiek zwaar belastend werk en er verschil is in ziekteverzuim tussen medewerkers van verschillende leeftijden.

vakantie en arbeidsongeschiktheid

Medewerkers die langdurig arbeidsongeschikt zijn, hebben recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als arbeidsgeschikte medewerkers. Als werkgever mag je alleen de bovenwettelijke vakantiedagen inhouden op de ziektedagen. Dit moet dan wel schriftelijk zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of de cao. Hierin kan ook staan dat, wanneer een medewerker ziek wordt tijdens zijn vakantie, deze ziektedagen als vakantiedagen worden aangemerkt. Maar iemand moet altijd minimaal recht blijven houden op het wettelijke minimumaantal vakantiedagen.

Als er niks schriftelijk is afgesproken, kun je als werkgever alleen met toestemming van je medewerker de bovenwettelijke vakantiedagen laten ruilen tegen ziektedagen.

geen loon?

Heeft de medewerker geen recht op loon, dan bouwt hij normaal gesproken ook geen vakantiedagen op. Een voorbeeld hiervan is het ouderschapsverlof: tijdens dit verlof bouwt iemand geen vakantiedagen op. Blijft hij naast het ouderschapsverlof gedeeltelijk werken, dan bouwt hij over die uren wel vakantierechten op. Ook als de medewerker langdurend zorgverlof of aanvullend geboorteverlof opneemt, bouwt hij vakantiedagen op.

COVID-19 en vakantie

Op Rijksoverheid.nl staat meer informatie over de gevolgen van COVID-19 voor het opnemen van vakantie en vakantiegeld.