Op grond van de Wet fiscale behandeling pensioenen zijn ook individuele keuzes en maatwerk in pensioenen mogelijk. Werknemers kunnen hierdoor vroeger of later dan de gebruikelijke pensioenleeftijd stoppen met werken. De grenzen liggen meestal tussen vijf jaar voor en vijf jaar na de AOW-ingangsdatum. Om gebruik te kunnen maken van dergelijke flexibele pensioenmogelijkheden moeten deze wel opgenomen zijn in het toepasselijke pensioenreglement. Anders kan geen beroep worden gedaan op deze mogelijkheden.

Op deze pagina

variabele pensioenuitkering

Mensen die pensioen opbouwen via een premie- of een kapitaalovereenkomst kunnen zelf kiezen tussen een vast pensioen, een variabel pensioen of een combinatie. Bij de keuze voor een variabel pensioen wordt het pensioenkapitaal ook na de pensioendatum risicovol belegd. Dat zal naar verwachting leiden tot hogere rendementen, maar kan natuurlijk ook leiden tot tegenvallers. Ook als de deelnemers langer of korter leven dan verwacht, heeft dat gevolgen voor de hoogte van de te ontvangen uitkering. Bij een variabele uitkering kan er dus sprake zijn van verhogingen, maar ook van verlagingen van de uitkering. Het aantal aanbieders van variabele pensioenuitkeringen is vooralsnog beperkt, maar zal naar verwachting in de loop der tijd gaan toenemen.

vervroegde pensionering

Hoewel eerder met pensioen gaan nog steeds tot de wettelijke mogelijkheden behoort, zijn de financiële mogelijkheden hiervoor door strengere fiscale regels beperkter geworden. Zo is de premie voor prepensioen of vut sinds 2006 niet meer fiscaal aftrekbaar. Dit heeft tot gevolg gehad dat in veel pensioenregelingen de pensioenleeftijd is verhoogd en dat vut-regelingen en tijdelijke overbruggingspensioenen zijn afgeschaft.

Werknemers die op dit moment nog een prepensioen of vut-uitkering ontvangen, kunnen door de verhoging van de AOW-leeftijd te maken krijgen met een inkomensgat. Dit gat ontstaat omdat de AOW-uitkering later ingaat dan de prepensioen- of vut-uitkering stopt. Voor hen bestaat een overbruggingsregeling.

Tip: op wijzeringeldzaken.nl kan met een speciale rekenhulp worden berekend of men voor de overbruggingsregeling in aanmerking komt.

later met pensioen

Niet iedereen wil op de officiële pensioengerechtigde leeftijd ophouden met werken. Maar langer dan de AOW-gerechtigde leeftijd blijven werken kan alleen als de werkgever daarmee instemt.

In sommige bedrijven en instellingen is een regeling voor uitgestelde pensionering aanwezig. Vaak leidt langer doorwerken tot een hoger pensioen, omdat de ingangsdatum wordt uitgesteld én omdat er meer dienstjaren gemaakt worden. Als er gebruik gemaakt kan worden van uitgestelde pensionering tot na de AOW-leeftijd, hoeft sinds 1 januari 2017 niet meer aangetoond te worden dat men daadwerkelijk doorwerkt.  Voor werkgevers zijn er regelingen die het aantrekkelijk voor hen maken om werknemers na de AOW-leeftijd door te laten werken. Uiterlijk vijf jaar na de AOW-ingangsdatum moet het aanvullend pensioen verplicht ingaan.

Meer informatie over het werken tijdens het pensioen staat op Pensioenkijker.nl.

pensioen in deeltijd

Een werknemer kan, als de pensioenregeling van zijn werkgever dat mogelijk maakt, ook in deeltijd met pensioen gaan, oftewel in deeltijd blijven werken. Er zijn dan verschillende mogelijkheden, afhankelijk van de pensioenregeling:

  • de werknemer ontvangt naast het inkomen uit arbeid ook pensioen

  • de werknemer krijgt nog geen pensioen, waardoor het pensioenbedrag hoger wordt

  • de werknemer bouwt nog steeds pensioen op

Tegenwoordig zijn er werkgevers die met een zogenaamde ‘vitaliteitsregeling’ aan oudere werknemers de mogelijkheid bieden om een deeltijdbaan te combineren met een deeltijdpensioen met nog steeds volledige pensioenopbouw. Het idee is dat oudere werknemers daarmee meer kans hebben om werkend de pensioendatum te bereiken, zonder dat het tot een lager pensioen leidt.