Werkgevers die jongeren, ouderen, werknemers die tijdelijk minder presteren en/of werknemers met een arbeidsbeperking in dienst nemen, kunnen een beroep doen op een aantal regelingen die de loonkosten verlagen. Op deze manier probeert de overheid het aantrekkelijker te maken om deze groepen werknemers in dienst te nemen.

Een werkgever die een werknemer met een arbeidshandicap of ziekte in dienst houdt of in dienst neemt, kan ter compensatie een beroep doen op een aantal financiële voordelen van UWV en de gemeenten. Daarnaast kennen we nog de loonkostenvoordelen (LKV’s), het lage-inkomensvoordeel (LIV), de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV) en de afdrachtvermindering loonbelasting.

Op deze pagina

loonkostenvoordelen

Per 1 januari 2018 geldt een systeem van loonkostenvoordelen (LKV’s), dat in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) geregeld is. De LKV’s zijn de opvolgers van de voormalige premiekortingen. De LKV’s moeten het voor werkgevers aantrekkelijker maken om ouderen en mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.

Het loonkostenvoordeel is een tegemoetkoming per verloond uur voor werkgevers die een werknemer uit één van de volgende doelgroepen in dienst nemen of houden:

  • arbeidsgehandicapte werknemers

  • oudere werknemers

  • de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

  • herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers

werknemers met een arbeidshandicap

Werkgevers krijgen een loonkostenvoordeel voor het in dienst nemen van een werknemer met een arbeidsbeperking van € 3,05 per verloond uur, met een maximum van € 6.000 per jaar voor maximaal drie jaar. Het gaat om onder anderen werknemers die uit een WIA-uitkering komen, werknemers met een WIA-uitkering die hun werk volledig of deels hervatten en werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn.

werknemer van 56 jaar en ouder

Werkgevers krijgen een loonkostenvoordeel voor het in dienst nemen van een werknemer van 56 jaar of ouder die in de maand voorafgaand aan de dienstbetrekking een WW-, bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering had. Het LKV bedraagt € 3,05 per verloond uur, maximaal € 6.000 per jaar voor maximaal drie jaar.

doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

Het LKV voor werknemers die onder de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden vallen, bedraagt € 1,01 per werknemer per verloond uur met een maximum van € 2.000 per werknemer per jaar voor maximaal drie jaar. Per 2020 is hier geen duur meer aan verbonden.

herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers

Er bestaat recht op dit LKV als een arbeidsgehandicapte werknemer weer geheel of gedeeltelijk voor zijn werkgever gaat werken, in zijn eigen functie of in een andere. Het LKV bedraagt € 3,05 per uur, maximaal € 6.000 per jaar voor maximaal een jaar.

De werkgever heeft recht op LKV zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal drie jaar (maximaal een jaar bij een herplaatste werknemer), en uiterlijk totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt heeft. De werkgever moet beschikken over een doelgroepverklaring. Deze geeft aan dat iemand tot de doelgroep behoort en aan de overige voorwaarden voldoet.

aanvragen loonkostenvoordelen

Om een loonkostenvoordeel aan te vragen moet de werkgever in de aangifte loonheffingen in het betreffende tijdvak de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op 'ja' zetten. Het loonkostenvoordeel wordt naar verwachting medio september in het volgende kalenderjaar door de Belastingdienst uitbetaald. Het loonkostenvoordeel over 2018 wordt dus in 2019 door de Belastingdienst uitbetaald.

lage-inkomensvoordeel

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers vanaf 22 jaar met een laag inkomen in dienst nemen en houden. Een laag inkomen is een loon tussen 100% en 125% van het wettelijk minimumloon. Voorwaarde voor het recht op het LIV is dat de werknemer ten minste 1.248 verloonde uren in het betreffende kalenderjaar moet hebben bij de werkgever. Hoeveel de tegemoetkoming precies is, hangt af van het aantal verloonde uren van de werknemer en van zijn gemiddelde uurloon (jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren). Op UWV.nl staat meer informatie over de berekening van het LIV.

hoe werkt het liv

De Belastingdienst keert de tegemoetkoming op basis van gegevens van UWV automatisch uit. De werkgever hoeft daar geen aanvraag voor in te dienen. Het LIV wordt in verhouding (naar rato) berekend op basis van het aantal verloonde uren per jaar.

tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon

Werkgevers hebben recht op een tegemoetkoming voor jongere werknemers (voor 18- tot en met 21-jarigen) die binnen bepaalde bandbreedtes van het wettelijk minimum jeugdloon vallen: de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV). Deze tegemoetkoming is het eerste jaar (2018) de helft hoger dan normaal, om de periode tussen de inwerkingtreding op 1 juli 2017 tot en met 31 december 2017 te compenseren.

Het jeugd-LIV betaalt de Belastingdienst automatisch aan de werkgever uit. Dit gebeurt in de tweede helft van 2019 op basis van gegevens van UWV.

Kijk op UWV.nl voor de hoogte van het jeugd-LIV per werknemer.

Voor werknemers van 22 jaar of ouder (en vanaf 1 juli 2019 van 21 jaar en ouder), die nu het minimumloon voor volwassenen gaan verdienen, geldt het lage-inkomensvoordeel.

afdrachtvermindering loonbelasting

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) geeft werkgevers recht op een lagere dan normale afdracht van loonbelasting/premie volksverzekeringen. De op het loon van werknemers in te houden loonheffingen veranderen niet. De afdrachtverminderingen komen dus geheel ten goede aan de werkgever.

speur- en ontwikkelingswerk (s&o)

Deze afdrachtvermindering wordt verleend voor werknemers die speur- en ontwikkelingswerk (S&O) verrichten. Het doel van deze regeling is werkgevers ertoe aan te zetten uitgaven ten gunste van technologisch onderzoek en ontwikkeling te verhogen.

Omdat de loonkosten doorgaans de grootste kostenpost vormen bij S&O, worden deze gesubsidieerd. De afdrachtvermindering bedraagt per kalenderjaar 32% van de verwachte S&O-kosten en -uitgaven, maar maximaal € 350.000. Over het bedrag boven € 350.000 geldt een afdrachtvermindering van 14%. Voor bepaalde startende ondernemers bestaat een S&O-afdrachtvermindering van 40% (over de eerste € 350.000). Ook voor startende ondernemers geldt over het meerdere S&O-loon een percentage van 14%. Alleen het loon voor zover besteed aan S&O-werkzaamheden komt voor afdrachtvermindering in aanmerking.


Voor toepassing van de afdrachtvermindering S&O moet de werkgever over een zogenoemde S&O-verklaring beschikken. Deze verklaring wordt afgegeven door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De RVO heeft ook een handleiding WBSO 2019 (pdf) ontwikkeld. Hierin staat uitgebreid omschreven wanneer een organisatie van de WBSO gebruik kan maken.

zeevaart

De afdrachtvermindering zeevaart kan worden toegepast als de werkgever loon betaalt aan zeevarenden die werken op een schip dat onder Nederlandse vlag vaart en dat grotendeels op zee wordt geëxploiteerd in het internationale verkeer en bij sleep- en hulpverlenings- of baggerwerkzaamheden. De afdrachtvermindering zeevaart bedraagt 40% van het loon van zeevarenden die in een EU- of een EER-land wonen. De aftrek bedraagt 10% als de zeevarende buiten de EU of EER woont. Voor deze zeevarende geldt de voorwaarde dat hij in Nederland aan de loonbelasting onderworpen is of dat hij premieplichtig is voor de volksverzekeringen.