De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de berekening van een aantal zaken, waaronder een wettelijk maximumbedrag. De werkgever moet de vergoeding uitbetalen aan het einde van het dienstverband. Sommige kosten van de transitievergoeding zijn aftrekbaar. Per 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Als gevolg daarvan is onder meer de berekening van de transitievergoeding gewijzigd en is de mogelijkheid om kosten in mindering te brengen op de transitievergoeding verruimd. 

Op deze pagina

berekening transitievergoeding

De berekening van de transitievergoeding gaat vanaf 1 januari 2020 als volgt:

  • een derde maandsalaris per heel dienstjaar

  • over het resterende deel van de arbeidsovereenkomst: (bruto salaris ontvangen over resterende deel arbeidsovereenkomst / bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris/12)

De formule wordt ook gebruikt voor het berekenen van de transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst korter dan een jaar heeft geduurd. 

De transitievergoeding wordt in elk geval berekend over het basissalaris. Daarnaast tellen mee:

  • vakantietoeslag

  • provisies

  • eindejaarsuitkering

  • overwerkvergoedingen

  • ploegentoeslagen

  • bonussen

  • winstuitkeringen

Per 1 januari 2020 bedraagt het wettelijk bepaalde maximumbedrag voor de transitievergoeding € 83.000 of, bij een hoger jaarsalaris dan € 83.000, maximaal een jaarsalaris.

De afgelopen jaren was het maximale bedrag voor de transitievergoeding als volgt:
2019: € 81.000
2018: € 79.000
2017: € 77.000
2016: € 76.000
2015: € 75.000

uitbetaling transitievergoeding

De werkgever moet de transitievergoeding bij het einde van het dienstverband uitbetalen, tegelijk met de betaling van niet-genoten vakantiedagen, vakantiegeld en dergelijke. Dat moet binnen een maand na het einde van het dienstverband gebeuren. Loopt een arbeidsovereenkomst bijvoorbeeld op 1 april 2020 af, dan moet je de transitievergoeding dus voor 1 mei 2020 betaald hebben. Eventueel kan de werkgever (schriftelijk) met de werknemer overeenkomen dat hij de transitievergoeding in termijnen betaalt.

Let op: over de transitievergoeding moet de werkgever loonheffingen inhouden en afdragen aan de Belastingdienst.

compensatieregeling

Vanaf 1 april 2020 kan de werkgever bij ontslag van een werknemer wegens langdurige arbeidsongeschiktheid de betaalde transitievergoeding, onder enkele voorwaarden gecompenseerd krijgen. Dat geldt ook voor vergoedingen die in het verleden zijn betaald vanaf 1 juli 2015. 

Daarnaast komt er voor kleine werkgevers een compensatieregeling voor betaalde transitievergoedingen in geval van bedrijfsbeëindiging door hun overlijden, pensionering of ziekte om te voorkomen dat dit bijvoorbeeld ten koste gaat van hun eigen pensioen. Het is de bedoeling dat de regeling op 1 januari 2021 in werking treedt.

De compensatieregeling voor kleine bedrijven (minder dan 25 werknemers) die de transitievergoeding niet (volledig) kunnen betalen, is per 1 januari 2020 vervallen.

aftrekbare kosten

Sommige kosten kunnen op de transitievergoeding in mindering worden gebracht. Het gaat dan om transitie- en inzetbaarheidskosten:

  • transitiekosten zijn kosten die de werkgever heeft betaald om te voorkomen dat de werknemer werkloos wordt of om de periode van werkloosheid te bekorten. Denk hierbij aan scholingskosten, outplacement of het hanteren van een langere opzegtermijn.

  • inzetbaarheidskosten zijn kosten die de werkgever heeft gemaakt om de werknemer breder inzetbaar te maken. Bijvoorbeeld voor een opleiding die geen betrekking heeft op de functie, maar juist kan bijdragen aan een bredere inzetbaarheid in de arbeidsmarkt (zoals een cursus administratie voor een schoonmaakster). De kosten voor inzetbaarheid moeten minimaal vijf jaar voor het einde van de arbeidsovereenkomst gemaakt zijn.

De werknemer moet vooraf hebben ingestemd met het maken van de kosten en het in mindering brengen daarvan op de transitievergoeding. Bovendien moeten de kosten proportioneel zijn. Buitensporig hoge kosten voor bijvoorbeeld een outplacementtraject mogen niet worden afgetrokken. Kosten die bijvoorbeeld te maken hebben met een studiekostenbeding mogen niet met de transitievergoeding worden verrekend.