Investeren in opleiden van medewerkers kost geld. Er zijn verschillende regelingen waardoor je, als werkgever, een tegemoetkoming kunt krijgen in de kosten. Betaalt je medewerker zijn studiekosten zelf, dan kan hij eventueel een aanvraag doen voor het STAP-budget.

Op deze pagina

STAP-budget

Werkenden en werkzoekenden die hun studiekosten zelf betalen, konden tot 1 januari 2022 een deel van die kosten aftrekken van de inkomstenbelasting. Deze regeling is afgeschaft. In plaats daarvan is per 1 maart 2022 de nieuwe subsidieregeling stimulering arbeidsmarktpositie (STAP) in werking getreden. 

Werkenden en werkzoekenden kunnen het zogeheten STAP-budget gebruiken voor allerlei vormen van ontwikkeling, zoals opleidingen, cursussen en trainingen. Het STAP-budget bedraagt maximaal € 1.000 per persoon (inclusief btw). Kost de scholing meer dan € 1.000, dan moet je medewerker het meerdere in principe zelf betalen. 

Je medewerkers (maar ook werkzoekenden) moeten voordat zij met de scholing starten het STAP-budget bij UWV aanvragen. Als de aanvraag is goedgekeurd, betaalt UWV een voorschot van 100% aan de opleider. 

Per persoon kan er één keer per jaar een aanvraag voor het STAP-budget bij UWV gedaan worden. Er zijn zes aanvraagtijdvakken per jaar, van ieder twee maanden:

  • 1 maart 2022 t/m 30 april 2022 (gesloten)
  • 1 mei 2022 t/m 30 juni 2022 (gesloten)
  • 1 juli 2022 t/m 31 augustus 2022 (gesloten)
  • 1 september 2022 t/m 31 oktober 2022
  • 1 november 2022 t/m 31 december 2022

De interesse voor het STAP-budget is groter dan het beschikbare budget. Daardoor sluiten de aanvragen al snel.

o&o-fonds: scholingsfonds van de brancheorganisatie

De meeste brancheorganisaties hebben hun eigen Opleidings- en Ontwikkelingsfonds (O&O-fonds), ook wel Scholingsfonds of Sectorfonds genoemd. Wil een medewerker een erkende opleiding volgen, dan hoef je als werkgever vaak niet (alles) zelf te betalen. De opleiding wordt dan betaald met scholingsgelden uit het opleidingsfonds van de brancheorganisatie. Natuurlijk moet ieder aangesloten bedrijf wel een jaarlijkse bijdrage storten. Vaak is dat een inhouding op het brutoloon van de medewerker plus een eigen bijdrage van de werkgever. De afspraken hierover worden gemaakt in de cao.

De mogelijkheden verschillen per branche. Het is daarom aan te raden contact op te nemen met het eigen O&O-fonds. Op Ooverzicht.nl staat een overzicht van erkende O&O-fondsen.

SLIM-regeling

Op basis van de Stimuleringsregeling voor Leren en ontwikkelen In Mkb-ondernemingen (SLIM) kunnen mkb-ers subsidie aanvragen voor verschillende activiteiten die met leren en ontwikkelen te maken hebben.  

De subsidie staat open voor drie doelgroepen:

  • individuele mkb-ondernemingen
  • samenwerkingsverbanden in het mkb
  • grootbedrijven uit de sectoren landbouw, horeca en recreatie.

De SLIM-subsidie kan aangevraagd worden voor de uitvoering van vier initiatieven:

  • de doorlichting van de onderneming, met als resultaat een opleidings- of ontwikkelplan

  • loopbaan- of ontwikkeladvies

  • de ontwikkeling en/of invoering van een methode die de leercultuur stimuleert

  • het bieden van praktijkleerplaatsen voor (delen van) een mbo-opleiding in de derde leerweg.

Het totaal van de kosten moet minimaal € 5.000 zijn. Van de totale kosten bedraagt de subsidie voor ondernemers met meer dan 50 medewerkers 60%. Voor ondernemers met minder dan 50 medewerkers bedraagt de subsidie 80% van de kosten. De subsidie is maximaal € 24.999. 

Voor het creëren van een praktijkleerplaats geldt een vaste vergoeding van maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijkleerplaats. 

Voor opleidingskosten is geen subsidie mogelijk. 

In 2022 zijn er twee tijdvakken waarbinnen de subsidie kan worden aangevraagd:

  • 1 maart 2022 09:00 uur t/m 31 maart 2022 17:00 uur

  • 1 september 2022 09:00 uur t/m 30 september 2022 17:00 uur.

Lees er meer over op ons Kenniscentrum of op SlimWerkgeven.nl.

subsidieregeling praktijkleren

De subsidieregeling praktijkleren moet werkgevers stimuleren om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. De subsidie biedt een tegemoetkoming van maximaal € 2.700 voor de kosten die de werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio). Werkgevers kunnen voor de volgende medewerkers subsidie aanvragen:

  • vmbo-leerlingen die een leerwerktraject volgen

  • deelnemers aan een mbo-beroepsbegeleidende leerweg (bbl)

  • studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek (inclusief landbouw en natuurlijke omgeving), bestaande uit een combinatie van leren en werken

  • promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s)

  • leerlingen uit het laatste schooljaar van het voortgezet speciaal onderwijs (vso)

  • leerlingen in het laatste schooljaar van het praktijkonderwijs (pro)

  • vmbo-leerlingen die een entree-opleiding volgen

Er geldt een aantal voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie. Deze kunnen verschillen per onderwijscategorie. Sommige sectoren komen in aanmerking voor een extra subsidiebedrag.

Werkgevers kunnen gedurende vooraf bepaalde periodes bij de RVO een aanvraag indienen. Deze regeling is tijdelijk gesloten. De volgende aanvraagperiode start op 2 juni 2022 en sluit op 16 september 2022.

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland staat meer informatie over de regeling.  

subsidie praktijkleren in de derde leerweg

Werkgevers, die studenten begeleiden die een mbo-opleiding in de derde leerweg volgen, kunnen een beroep doen op de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg. De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten van maximaal € 2.700 die een erkend leerbedrijf maakt voor het begeleiden bij de beroepspraktijkvorming. Een van de voorwaarden is dat het gaat om kortlopende bij- en omscholing van een werkzoekende of een werkende die werkloos dreigt te worden.

De duur van de opleiding waarvoor een erkend leerbedrijf een vergoeding kan ontvangen is maximaal 40 weken vanaf de startdatum die is opgenomen in de praktijkovereenkomst. Als de praktijkplaats of de begeleiding korter dan 40 weken duurt, wordt de subsidie naar verhouding bijgesteld.

Werkgevers kunnen gedurende vijf aanvraagrondes bij de RVO een aanvraag indienen. Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland staat meer informatie over de regeling. 

NL leert door

Werkenden en werkzoekenden, waaronder flexwerkers en zzp’ers, kunnen tot eind 2022 gebruik maken van gratis (online) scholingstrajecten. Dit kan zonder tussenkomst van de sector of werkgever. Een overzicht van alle scholingsmogelijkheden staat op Hoewerktnederland.nl.  

subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden

In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid en eerder stoppen met werken. Die afspraken zijn onder meer uitgewerkt in de subsidieregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (DIEU). Op grond van de DIEU-regeling is tussen juni 2021 en december 2025 voor sectoren 960 miljoen beschikbaar om duurzame inzetbaarheid te bevorderen en eerder uittreden via een RVU-vrijgesteld bedrag te faciliteren.