De inkomstenbelasting heeft een boxenstelsel. Er zijn drie boxen: iedere box vertegenwoordigt een bepaald type inkomstenbron en per box geldt een ander belastingtarief. De inkomsten uit de verschillende boxen zijn niet onderling uitwisselbaar. Het is dus niet mogelijk om negatieve inkomsten van de ene box te compenseren met positieve inkomsten uit de andere box.

Op deze pagina

box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

Belastbaar inkomen uit werk en woning bestaat uit:

  • winst uit onderneming

  • loon, uitkering of pensioen

  • fooien en andere inkomsten

  • buitenlandse inkomsten

  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter

  • periodieke uitkeringen (zoals lijfrente en alimentatie)

  • eigenwoningforfait

  • kapitaalverzekering eigen woning

  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld terugontvangen lijfrentepremies)

  • negatieve persoonsgebonden aftrekposten

Van deze inkomsten kun je bepaalde posten aftrekken

schijventarief box 1

De belastingheffing over het inkomen uit werk en woning (box 1) is per 1 januari 2021 als volgt:

  • schijf 1 (€ 0 t/m € 68.507) 37,10%

  • schijf 2 (€ 68.507 en hoger) 49,50%

Tussen 2022 en 2024 gaat het tarief naar beneden tot 37,03%. 

Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt in 2021 tot € 35.941 een lager tarief van 19,20%, omdat zij niet premieplichtig zijn voor de Algemene Ouderdomswet (AOW). Ook dit tarief daalt tussen 2022 en 2024 (tot 19,13%). 

Tip: een overzicht van de tarieven en schijven in 2021 staat op Belastingdienst.nl.

box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast: dat is het inkomen van aandeelhouders in een vennootschap of coöperatie. Hierbij gaat het om mensen die een (direct of indirect) belang van ten minste 5% van de aandelen in een binnen- of buitenlandse vennootschap bezitten of ten minste 5% van het stemrecht in een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag: het zogenoemde ‘aanmerkelijk belang’. Dit belang kan bestaan uit aandelen, opties op aandelen, winstbewijzen of stemrechten. De inkomsten (zoals dividenden) en voordelen uit aanmerkelijk belang zijn belast tegen een tarief van 26,9%.

wijziging box 2

Het tarief in box 2 is de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd van 25% in 2019, 26,25% in 2020 naar 26,9% per 2021. 

box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

In box 3 wordt het inkomen uit sparen en beleggen belast. Dit noemen we de vermogensrendementsheffing. Deze heffing is onder andere van toepassing op onroerende zaken (met uitzondering van de eigen woning die als hoofdverblijf dient), beleggingen, spaartegoeden en lijfrente- en kapitaalverzekeringen die niet in box 1 vallen, minus schulden en minus het heffingvrije vermogen van € 50.000 per persoon. Iedereen die in 2021 een vermogen (minus schulden) heeft van € 50.000 of meer, betaalt vanaf 2021 31% belasting over het fictieve rendement van dit vermogen. In 2020 was dat 30%. 

fictief rendement

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een rendement over je eigen vermogen behaalt. Dat hoeft niet werkelijk zo te zijn, maar voor de belastingheffing in box 3 geldt voor iedereen een fictief rendement over de waarde van de grondslag sparen en beleggen. In 2021 zijn er drie schijven voor het berekenen van het fictief rendement. Op Rijksoverheid.nl staat hoe de schijven zijn opgebouwd en met welke percentages wordt gerekend.