De inkomstenbelasting wordt geheven over bronnen van inkomen volgens het boxenstelsel. Er zijn drie boxen. Iedere box kent een eigen manier van belastingheffing. De inkomsten uit de verschillende boxen zijn niet onderling uitwisselbaar. Het is dan ook niet mogelijk om negatieve inkomsten van de ene box te compenseren met positieve inkomsten uit de andere box.

Op deze pagina

box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

Box 1 bevat belastbaar inkomen uit werk en woning, te weten:

  • winst uit onderneming

  • loon, uitkering of pensioen

  • fooien en andere inkomsten

  • buitenlandse inkomsten

  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter

  • periodieke uitkeringen (zoals lijfrente en alimentatie)

  • eigenwoningforfait

  • kapitaalverzekering eigen woning

  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld terugontvangen lijfrentepremies)

  • negatieve persoonsgebonden aftrekposten


Van deze inkomsten kan men bepaalde posten aftrekken. Box 1 bevat belastbaar inkomen uit werk en woning, te weten:

  • winst uit onderneming
  • loon, uitkering of pensioen
  • fooien en andere inkomsten
  • buitenlandse inkomsten
  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
  • periodieke uitkeringen (zoals lijfrente en alimentatie)
  • eigenwoningforfait
  • kapitaalverzekering eigen woning
  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld terugontvangen lijfrentepremies)
  • negatieve persoonsgebonden aftrekposten

Van deze inkomsten kan men bepaalde posten aftrekken

schijventarief box 1

De belastingheffing over het inkomen uit werk en woning (box 1) is per 1 januari 2020 van een tariefstructuur met vier tarieven naar twee tarieven teruggebracht:  een basistarief van 37,35% voor het inkomen tot en met € 68.507 en een toptarief van 49,50% voor het inkomen daarboven. 

tarieven box 1 (werk en woning) in 2020

  • basistarief (€ 0 t/m € 68.507): 37,35%
  • toptarief ((€ 68.508 en hoger): 49,50%

Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, geldt tot en met een inkomen van € 34.712 (of € 35.375 voor mensen geboren voor 1946) een gecombineerd tarief van 19,45%, omdat zij niet premieplichtig zijn voor de Algemene Ouderdomswet (AOW).

tip:

Een overzicht van de tarieven en schijven in 2020 staat op Belastingdienst.nl.

box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast: het inkomen van aandeelhouders in een vennootschap of coöperatie. Hierbij gaat het om mensen die een (direct of indirect) belang van ten minste 5% van de aandelen in een binnen- of buitenlandse vennootschap bezitten of ten minste 5% van het stemrecht in een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag: het zogenoemde ‘aanmerkelijk belang’. Dit belang kan bestaan uit aandelen, opties op aandelen, winstbewijzen of stemrechten. De inkomsten (zoals dividenden) en voordelen uit aanmerkelijk belang zijn belast tegen een tarief van 26,25%.

wijziging box 2

Het tarief in box 2 wordt stapsgewijs verhoogd van 25% in 2019 naar 26,9% per 2021. Per 1 januari 2020 is het tarief met 1,25%-punt verhoogd naar 26,25% en met ingang van 2021 wordt het tarief met 0,65%-punt verder verhoogd naar 26,9%.

box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

In box 3 wordt het inkomen uit sparen en beleggen belast. Dit noemt men de vermogensrendementsheffing. Deze heffing is onder andere van toepassing op onroerende zaken (met uitzondering van de als hoofdverblijf dienende eigen woning), aandelen, obligaties, spaartegoeden en lijfrente- en kapitaalverzekeringen die niet in box 1 vallen, minus het heffingvrij vermogen. 

fictief rendement

Niet de werkelijke opbrengst wordt belast, maar een fictief rendement over de waarde van de grondslag sparen en beleggen. In 2020 zijn er drie schijven voor het berekenen van het fictief rendement. Op Belastingdienst.nl staat hoe de schijven zijn opgebouwd en met welke percentages wordt gerekend.

heffingsvrij vermogen

De vermogensrendementsheffing is niet verschuldigd over het vermogen van € 30.846 per belastingplichtige. Voor wie heel 2020 voor fiscaal partnerschap kiest, is het vermogen € 61.692 voor de fiscale partners tezamen. Het is niet mogelijk een extra bedrag per minderjarig kind bij het vermogen (box 3) op te tellen.