De inkomstenbelasting wordt geheven over bronnen van inkomen volgens het boxenstelsel. Er zijn drie boxen. Iedere box kent een eigen manier van belastingheffing. De inkomsten uit de verschillende boxen zijn niet onderling uitwisselbaar. Het is dan ook niet mogelijk om negatieve inkomsten van de ene box te compenseren met positieve inkomsten uit de andere box.

Op deze pagina

box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

Box 1 bevat belastbaar inkomen uit werk en woning, te weten:

  • winst uit onderneming
  • loon, uitkering of pensioen
  • fooien en andere inkomsten
  • buitenlandse inkomsten
  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
  • periodieke uitkeringen (zoals lijfrente en alimentatie)
  • eigenwoningforfait
  • kapitaalverzekering eigen woning
  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld terugontvangen lijfrentepremies)
  • negatieve persoonsgebonden aftrekposten

Van deze inkomsten kan men bepaalde posten aftrekken. Het tarief voor box 1 is een oplopend tarief met vier schijven. De belasting over het inkomen in box 1 is hoger naarmate het inkomen hoger wordt; het maximale tarief is 51,75%.

schijventarief box 1

De belastingheffing over het inkomen uit werk en woning (box 1) kent een progressieve tariefstructuur met vier tarieven. De tarieven zijn telkens verbonden aan een deel van het inkomen, ook wel inkomensschijf genoemd. Alleen over de eerste twee schijven van het inkomen moet premie volksverzekeringen worden betaald. Vanaf de derde schijf is het maximum premieloon bereikt.

tarieven box 1 (werk en woning) in 2019

  • schijf 1 (€ 0 t/m € 20.384): 36,65%
  • schijf 2 (€ 20.384 t/m € 34.300): 38,10%
  • schijf 3 (€ 34.300 t/m € 68.507): 38,10%
  • schijf 4 (€ 68.507 en hoger): 51,75%

Mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, hoeven over hun inkomsten geen AOW-premie af te dragen, waardoor het totaal van de premie volksverzekeringen voor hen lager is. Het tarief van de eerste twee schijven in box 1 is daarom voor hen ook lager. Over het deel van het inkomen dat boven de eerste twee schijven uitkomt, is alleen belasting verschuldigd. Het bedrag aan belasting wordt naar beneden afgerond op hele euro’s.

Tip: een overzicht van de tarieven en schijven in 2019 staat op Belastingdienst.nl.

wijziging box 1

Per 2021 wil het kabinet het vierschijvenstelsel gaan vervangen door een tweeschijvenstelsel met een gezamenlijk basistarief voor het inkomen tot en met € 68.507 en een toptarief voor het inkomen boven € 68.507. Het basistarief wordt in 2021 37,05% en het toptarief 49,50%.

box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast: het inkomen van aandeelhouders in een vennootschap of coöperatie. Hierbij gaat het om mensen die een (direct of indirect) belang van ten minste 5% van de aandelen in een binnen- of buitenlandse vennootschap bezitten of ten minste 5% van het stemrecht in een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag: het zogenoemde ‘aanmerkelijk belang’. Dit belang kan bestaan uit aandelen, opties op aandelen, winstbewijzen of stemrechten. De inkomsten (zoals dividenden) en voordelen uit aanmerkelijk belang zijn belast tegen een tarief van 25%.

wijziging box 2

Het kabinet heeft voorgesteld het tarief in box 2 te verhogen van 25% naar 26,9% per 2021. Dit gebeurt in twee stappen: met ingang van 2020 wordt het tarief met 1,25%-punt verhoogd naar 26,25% en met ingang van 2021 wordt het tarief met 0,65%-punt verder verhoogd naar 26,9%.

box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

In box 3 wordt het inkomen uit sparen en beleggen belast. Dit noemt men de vermogensrendementsheffing. Deze heffing is onder andere van toepassing op onroerende zaken (met uitzondering van de als hoofdverblijf dienende eigen woning), aandelen, obligaties, spaartegoeden en lijfrente- en kapitaalverzekeringen die niet in box 1 vallen, minus het heffingsvrij vermogen.

fictief rendement

Niet de werkelijke opbrengst wordt belast, maar een fictief rendement over de waarde van de grondslag sparen en beleggen. In 2019 zijn er drie schijven voor het berekenen van het fictief rendement. Op Belastingdienst.nl staat hoe de schijven zijn opgebouwd en met welke percentages wordt gerekend.

heffingsvrij vermogen

De vermogensrendementsheffing is niet verschuldigd over het vermogen van € 30.360 per belastingplichtige. Voor wie heel 2019 voor fiscaal partnerschap kiest, is het vermogen € 60.720 voor de fiscale partners tezamen. Het is niet mogelijk een extra bedrag per minderjarig kind bij het vermogen (box 3) op te tellen.