Bij de berekening van het nettoloon houdt de werkgever (of uitkeringsinstantie/pensioenfonds) rekening met bepaalde heffingskortingen. Maar de werkgever of uitkerende instantie beschikt niet over alle gegevens. In sommige situaties is het mogelijk om de uitbetaling van de heffingskorting zelf te regelen via de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting of via een verzoek tot voorlopige teruggaaf. Ook wie aftrekposten heeft, kan belasting terugkrijgen.

Op deze pagina

aftrekposten

De volgende aftrekposten komen (onder voorwaarden) in aanmerking voor vermindering van de belasting:

  • reisaftrek openbaar vervoer

  • aftrekbare kosten van de eigen woning

  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals premies voor lijfrenten

  • persoonsgebonden aftrek, zoals:

    • alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen

    • uitgaven voor specifieke zorgkosten

    • tijdelijk verblijf thuis ernstig gehandicapten

    • studiekosten en andere scholingsuitgaven

    • kwijtgescholden durfkapitaal

    • giften

In 2021 bedraagt het maximale aftrektarief voor deze aftrekposten 43%.

verlening voorlopige teruggaaf

De Belastingdienst verleent de voorlopige teruggaaf op verzoek van de belastingplichtige. Als het voorgaande belastingjaar een voorlopige teruggaaf werd verleend, verleent de Belastingdienst op basis daarvan automatisch weer een voorlopige teruggaaf. Als de belastingplichtige de automatische voorlopige teruggaaf wil wijzigen of stopzetten, moet hij zelf bij de Belastingdienst een verzoek indienen.

Als iemand geen verplichte aangifte inkomstenbelasting te hoeft te doen maar wel recht heeft op een teruggaaf van een deel van de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen, dan kan diegene achteraf het te veel betaalde bedrag terugvragen door aangifte te doen. Dat kan tot vijf jaar terug. Om de teveel betaalde belasting terug te krijgen, moet de teruggaaf ten minste € 15 zijn.