Heffingskortingen zijn kortingen op de loonbelasting en premie volksverzekeringen. Voor mensen in loondienst of met een uitkering houdt de werkgever (of uitkeringsinstantie/pensioenfonds) al rekening met bepaalde heffingskortingen. Maar er zijn ook heffingskortingen die direct door de Belastingdienst worden verrekend. 

Op deze pagina

heffingskortingen via de werkgever

Sommige heffingskortingen kan de werkgever (of uitkeringsinstantie/ pensioenfonds) al verrekenen in de aangifte inkomstenbelasting, waardoor de medewerker of uitkeringsgerechtigde minder belasting of premies hoeft te betalen. Dat mag voor deze heffingskortingen:

  • algemene heffingskorting

  • arbeidskorting

  • ouderenkorting/korting AOW-gerechtigden

  • alleenstaande ouderenkorting

  • jonggehandicaptenkorting

  • levensloopverlofkorting

Het totaal van deze kortingen noemen we: de loonheffingskorting.

Medewerkers kunnen hun werkgever schriftelijk vragen om de loonheffingskorting wel of niet toe te passen.

algemene heffingskorting

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. De hoogte van de korting is (onder andere) afhankelijk van iemands inkomen en leeftijd. De maximale heffingskorting is in 2021 € 2.837. Vanaf een inkomen van meer dan € 21.043 per jaar wordt de algemene heffingskorting lager naarmate het belastbare inkomen uit werk en woning stijgt. De algemene heffingskorting kan uiteindelijk afbouwen tot nihil. 

Partners hebben ieder een eigen recht op deze korting. De algemene heffingskorting kan niet worden overgedragen aan de partner. Als een van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden de heffingskorting gedeeltelijk laten uitbetalen door de Belastingdienst. In 2021 kan dit voor 13,33% van de totale heffingskorting.

arbeidskorting

De arbeidskorting is een heffingskorting voor mensen die werken en een arbeidsinkomen hebben. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van het arbeidsinkomen en het maximum van de arbeidskorting. Tot en met 2022 wordt de arbeidskorting stapsgewijs verhoogd. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2021 € 4.205. Bij een arbeidsinkomen van hoger dan € 105.736 is de arbeidskorting nihil. 

ouderenkorting

Als de belastingplichtige op 31 december 2020 de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft hij bij een inkomen lager dan € 49.323 (2021) recht op de ouderenkorting. Deze heffingskorting is maximaal € 1.703.

Krijgt de belastingplichtige een AOW-uitkering voor alleenstaanden, dan heeft hij ook recht op de alleenstaande ouderenkorting van € 443 (2021).

jonggehandicaptenkorting

Belastingplichtigen die recht hebben op een uitkering volgens de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) en geen ouderenkorting krijgen, hebben recht op de jonggehandicaptenkorting. Dit is ook het geval als ze (ondanks hun recht daarop) geen Wajong-uitkering krijgen omdat die samenvalt met een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid, of als hun arbeidsinkomen te hoog is. De korting bedraagt € 761.

levensloopverlofkorting

Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft. Voor bestaande deelnemers aan deze spaarregeling geldt onder bepaalde voorwaarden een overgangsregeling. Dit betekent voor de werkgevers van deze werknemers dat zij, bij het berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen, rekening kunnen houden met de levensloopverlofkorting. Voorwaarde hiervoor is dat de medewerker in kwestie zijn werkgever schriftelijk heeft gevraagd om dit te doen. 

De levensloopverlofkorting is gelijk aan het opgenomen bedrag uit de levensloopregeling met een maximum van € 223 per gespaard kalenderjaar in de periode 2006 tot en met 2011. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten, worden in mindering gebracht.

heffingskortingen via de belastingdienst

Er zijn ook heffingskortingen waar de werkgever (dan wel: uitkeringsinstantie of pensioenfonds) geen rekening mee houdt. Deze kortingen kunnen via de aangifte inkomstenbelasting bij de Belastingdienst worden aangevraagd. Het gaat daarbij om:

inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is voor werkende ouders die de zorg hebben voor kinderen tot 12 jaar. Om recht te hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Bovendien mag het arbeidsinkomen niet lager zijn dan € 5.153. Bij een arbeidsinkomen tussen € 5.153 en € 29.738 bedraagt de korting 11,45% x (arbeidsinkomen - € 5.153). Bedraagt het inkomen meer, dan heeft men recht op de maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting (€ 2.815 in 2021). In 2023 vervalt de uitbetaling van de inkomensafhankelijke combinatiekorting aan de minstverdienende partner. 

korting voor groene beleggingen

Deze korting voor belastingplichtigen die investeren in groene beleggingen bedraagt in 2021 0,7% van het vrijgestelde bedrag, voor mensen zonder fiscale partner is de vrijstelling maximaal€ 60.429.

heffingskortingen voor aow-gerechtigden

Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, zijn de heffingskortingen lager dan voor mensen die jonger zijn. Een overzicht van de bedragen staat op Belastingdienst.nl.