aanpassing fasensysteem

Het fasensysteem voor uitzendkrachten wordt verkort. Dat betekent concreet:

  • fase A: van 78 weken naar 52 weken. In de CAO voor Uitzendkrachten geldt dit maximum al sinds 2022.

  • fase B: van zes contracten in vier jaar naar zes contracten in twee jaar. In de huidige CAO voor Uitzendkrachten is dit al drie jaar. De  cao-partijen hebben al afgesproken dit verder te verkorten naar twee jaar als de wet in deze vorm wordt aangenomen.

  • na fase B krijgt de uitzendkracht bij verlenging een vast contract (fase C).

Deze wijziging gaat waarschijnlijk per 1 januari 2028 in.

gelijke arbeidsvoorwaarden

Zodra de wet in werking treedt krijgen uitzendkrachten wettelijk recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als medewerkers in een vergelijkbare functie bij de opdrachtgever. Dat is per 1 januari 2026 al zo geregeld in de CAO voor Uitzendkrachten.

De Tweede Kamer heeft daarnaast vastgelegd dat uitzendkrachten recht hebben op loondoorbetaling bij ziekte, ook als er een uitzendbeding geldt. 

ketenregeling

De onderbrekingstermijn in de ketenregeling wordt per 1 januari 2028 aangescherpt om draaideurconstructies te voorkomen. De huidige onderbrekingstermijn van zes maanden tussen 2 arbeidsovereenkomsten wordt verlengd naar drie jaar (36 maanden). Daardoor tellen eerdere contracten mee als de werknemer binnen drie jaar terugkeert. Het maximum van drie tijdelijke contracten blijft bestaan.
Ook de onderbrekingstermijn tussen uitzendovereenkomsten gaat van zes maanden naar drie jaar (36 maanden). Oorspronkelijk was vijf jaar voorgesteld; de Tweede Kamer heeft dit verkort naar 36 maanden.

Er geldt een uitzondering voor jongeren met een bijbaan - zoals vakantiewerkers - en voor seizoenwerkers.

oproepcontract wordt bandbreedtecontract

Nulurencontracten en onzekere min-maxcontracten verdwijnen voor de meeste werkgevers. Daarvoor in de plaats komt per 2028 het bandbreedtecontract: een basiscontract met een minimum- en een maximumaantal uren, waarbij het verschil maximaal 30% mag zijn.

  • bij een minimum van tien uur is het maximum dertien uur

  • de medewerker mag oproepen boven het maximum weigeren

  • wordt er structureel meer gewerkt, dan moet je een contract met meer uren aanbieden

Uitzondering: jongeren met een bijbaan (scholieren en studenten) mogen op een oproepcontract blijven werken als ze gemiddeld niet meer dan zestien uur per week werken. AOW-gerechtigden mogen ook op een oproepcontract werken.

> lees hier meer over oproepkrachten

verdwijnen uitsluiting loondoorbetaling

De mogelijkheid om in een contract op te nemen dat geen loon verschuldigd is  (loonuitsluiting) als er geen werk is, verdwijnt voor reguliere werkgevers. Alleen voor scholieren en studenten mag nog maximaal zes maanden loonuitsluiting worden overeengekomen. 

Uitzendorganisaties mogen voor de duur van fase A de loondoorbetalingsverplichting wel blijven uitsluiten. 

overgangsrecht

Tijdelijke contracten die vóór 1 januari 2028 zijn gesloten, lopen door tot de afgesproken einddatum. Nieuwe contracten vallen direct onder de nieuwe regels. Voor scholieren en studenten met een bijbaan blijft de onderbrekingstermijn van zes maanden gelden.

wat betekent dit voor jou als werkgever?

De nieuwe regels hebben invloed op hoe je je flexibele schil organiseert. Houd rekening met het volgende:

  • nulurencontracten zijn straks niet meer toegestaan, behalve voor scholieren, studenten en AOW-gerechtigden

  • loonuitsluiting vervalt, behalve in fase A bij uitzenden en voor scholieren en studenten (maximaal zes maanden)

  • het uitzendbeding blijft bestaan in fase A

  • houd bij wanneer contracten aflopen en wanneer vervaltermijnen ingaan

  • eerdere werkervaring telt mee als een medewerker binnen drie jaar terugkeert

  • bereid alternatieven voor, zoals bandbreedtecontracten, en stem af met je uitzendorganisatie

Uitzenden in fase A een mogelijkheid voor tijdelijke inzet.

wijzigingen Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 12 mei 2026 aangenomen, met een aantal belangrijke wijzigingen ten aanzien van het eerdere wetsvoorstel:

  • de onderbrekingstermijn voor flexwerkers wordt drie jaar in plaats van zes maanden

  • nulurencontracten verdwijnen voor de meeste werkgevers, maar scholieren, studenten en AOW-gerechtigden mogen ermee doorgaan

 > lees meer over het wetsvoorstel op tweedekamer.nl

ingangsdatum wet meer zekerheid flexwerkers

De Eerste Kamer moet nog instemmen. Het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden gaat op zijn vroegst in per 1 januari 2027; de overige onderdelen op zijn vroegst per 1 januari 2028.

De gelijkwaardige beloning van uitzendkrachten is al per 1 januari 2026 geregeld in de CAO voor Uitzendkrachten en geldt dus ongeacht de wet.

veelgestelde vragen

  • wanneer gaat de wet meer zekerheid flexwerkers in?

    De wet is op 12 mei 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer ook instemt, treden de meeste onderdelen op zijn vroegst in werking op 1 januari 2028. Het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden treedt op zijn vroegst in op 1 januari 2027. Gelijkwaardige beloning geldt al vanaf 1 januari 2026 via de CAO voor Uitzendkrachten

  • verdwijnen nulurencontracten helemaal?

    Voor de meeste werkgevers verdwijnen nulurencontracten. Ze worden vervangen door bandbreedtecontracten met een minimum- en maximumaantal uren. Scholieren, studenten en AOW-gerechtigden mogen onder voorwaarden op een oproepcontract blijven werken. lees hier meer over oproepkrachten en het bandbreedtecontract.

  • wat verandert er voor uitzendkrachten?
  • wat verandert er voor de ketenregeling?

    De onderbrekingstermijn gaat van zes maanden naar drie jaar. Eerdere contracten tellen mee als een medewerker binnen drie jaar terugkeert. Het maximum van drie tijdelijke contracten in drie jaar blijft bestaan. 

    > lees hier meer over de ketenregeling