De uitzendkracht en de uitzendonderneming kunnen beiden besluiten de uitzendovereenkomst op te zeggen. Zij moeten zich houden aan de op- of aanzegtermijn die in de CAO voor Uitzendkrachten staat. Die termijn hangt af van de aard en de duur van de uitzendovereenkomst. Of jij als inlener een uitzending (tussentijds) kan beëindigen, hangt af van de (commerciële) contractuele afspraken met de uitzendonderneming. Meestal geldt een termijn van vijftien kalenderdagen bij een opdracht voor onbepaalde tijd. Bij een opdracht voor bepaalde tijd is tussentijdse opzegging in principe niet mogelijk, tenzij schriftelijk anders is afgesproken.
opzeggen uitzendovereenkomst met uitzendbeding
In fase A werkt een uitzendkracht meestal met een uitzendbeding. Hij mag op elk moment opzeggen, maar moet de uitzendonderneming uiterlijk één werkdag van tevoren te waarschuwen. Als jij als inlener de uitzending beëindigt, eindigt de uitzendovereenkomst automatisch. De uitzendonderneming moet de uitzendkracht tijdig waarschuwen dat de uitzending stopt.
kennisgevingstermijn
Gedurende de eerste 26 werkweken geldt geen kennisgevingstermijn. Vanaf week 27 tot en met 52 geldt er een kennisgevingstermijn van tien kalenderdagen.
Wordt de termijn van kennisgeving niet (volledig) in acht genomen, dan krijgt de uitzendkracht een vergoeding ter hoogte van het loon over de resterende termijn. De uitzendonderneming mag in plaats daarvan ook passend werk aanbieden. Weigert de uitzendkracht dit, dan vervalt het recht op vergoeding.
opzeggen uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding
Een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding (fase A, B of C) kan zowel door de uitzendkracht als door de uitzendonderneming tegen de eerstvolgende werkdag worden opgezegd.
De uitzendonderneming moet hierbij de wettelijke opzegtermijn in acht nemen:
-
korter dan vijf jaar in dienst: één maand
-
vijf tot tien jaar in dienst: twee maanden
-
tien tot vijftien jaar in dienst: drie maanden
-
vijftien jaar of langer in dienst: vier maanden.
Voor uitzendkrachten geldt altijd een wettelijke opzegtermijn van één maand.
Tussentijdse opzegging is niet mogelijk als dit niet schriftelijk is afgesproken of als de wettelijke opzegtermijn langer is dan de resterende duur van de uitzendovereenkomst. Bij loonuitsluiting hoeft de uitzendkracht geen opzegtermijn te hanteren. Als de uitzendkracht alleen loon ontvangt over de daadwerkelijk gewerkte uren dan moet dat schriftelijk en uitdrukkelijk worden bevestigd.
recht op transitievergoeding
Bij het einde van de uitzendovereenkomst heeft de uitzendkracht recht op een transitievergoeding. De uitzendonderneming moet deze binnen een maand uitbetalen. De uitzendkracht kan tot twaalf maanden na het einde dienstverband een verzoek doen bij de rechtbank.