De heffingskortingen zijn kortingen op de te betalen loonbelasting en premie volksverzekeringen. De heffingskortingen zijn opgebouwd uit verschillende delen: een deel voor de inkomstenbelasting en een aantal delen voor de verschillende premie volksverzekeringen, waaronder een deel voor de premie AOW.

Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, zijn de heffingskortingen lager dan voor mensen die jonger zijn (behalve de korting voor groene beleggingen). Omdat AOW-gerechtigden geen AOW-premie meer betalen, ontvangen zij hiervoor ook geen heffingskorting. Er zijn heffingskortingen waarmee de werkgever rekening mag houden en heffingskortingen die direct door de Belastingdienst worden verrekend.

Op deze pagina

heffingskortingen via de werkgever

De werkgever (of uitkeringsinstantie of pensioenfonds) mag onder voorwaarden rekening houden met een aantal heffingskortingen:

  • algemene heffingskorting
  • arbeidskorting
  • ouderenkorting
  • alleenstaande ouderenkorting
  • jonggehandicaptenkorting
  • levensloopverlofkorting

Samen worden deze kortingen de loonheffingskorting genoemd. De werknemer verzoekt de werkgever schriftelijk om de loonheffingskorting wel of niet toe te passen.

algemene heffingskorting

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. De maximale heffingskorting is in 2019 € 2.477 en is inkomensafhankelijk. Vanaf een inkomen van € 20.384 wordt de algemene heffingskorting lager naarmate het belastbare inkomen uit werk en woning stijgt. De algemene heffingskorting kan uiteindelijk afbouwen tot nihil. Partners hebben ieder een eigen recht op deze korting.

De algemene heffingskorting kan niet worden overgedragen aan de partner. Als een van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden de heffingskorting laten uitbetalen door de Belastingdienst. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd in vijftien jaar tijd. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat er in 2019 ten hoogste 26,67% van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdienende partner. Deze afbouw geldt niet voor de belastingplichtige die geboren is voor 1 januari 1963.

arbeidskorting

De arbeidskorting wordt berekend over het arbeidsinkomen. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van het arbeidsinkomen en het maximum van de arbeidskorting. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2019 € 3.399. Voor arbeidsinkomens boven de € 34.060 wordt de arbeidskorting afgebouwd. Bij een arbeidsinkomen van hoger dan € 90.710 is de arbeidskorting nihil.

ouderenkorting

Als de belastingplichtige op 31 december 2019 de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft hij recht op de volgende ouderenkorting bij een verzamelinkomen op jaarbasis:

  • tussen € 0 - € 36.783: ouderenkorting bedraagt € 1.596
  • tussen € 36.783 - € 47.423: ouderenkorting bedraagt € 1.596 - 15% x (verzamelinkomen - € 36.783)
  • hoger dan € 47.423: ouderenkorting is nihil

alleenstaande ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting van € 429 als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

jonggehandicaptenkorting

Belastingplichtigen die een uitkering in het kader van de Wet Wajong krijgen, hebben recht op de jonggehandicaptenkorting, tenzij de ouderenkorting geldt. Ook als weliswaar recht bestaat op een Wajong-uitkering, maar niet daadwerkelijk een Wajong-uitkering wordt ontvangen (vanwege bijvoorbeeld een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid), komt men voor de jonggehandicaptenkorting in aanmerking. De korting bedraagt € 737.

levensloopverlofkorting

Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft. Werknemers kunnen niet meer beginnen met sparen in deze regeling. Voor bestaande deelnemers geldt een overgangsregeling. Voor werknemers die op grond van deze regeling door mogen sparen in de levensloopregeling, houdt de werkgever bij het berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen rekening met de levensloopverlofkorting. Voorwaarde is dat de werknemer zijn werkgever hierom schriftelijk heeft gevraagd. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het opgenomen bedrag uit de levensloopregeling met een maximum van € 215 per gespaard kalenderjaar in de periode 2006 tot en met 2011. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten, worden in mindering gebracht.

heffingskortingen via de belastingdienst

Met enkele heffingskortingen houdt de werkgever geen rekening. Deze kortingen kan men rechtstreeks krijgen van de Belastingdienst.

inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen tot 12 jaar. In 2019 verdwijnt het basisbedrag van de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Wel is het opbouwpercentage waarmee berekend wordt op hoeveel combinatiekorting men recht heeft, omhoog gegaan van 6,16% naar 11,45%. Hierdoor is de maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting (€ 2.835 in 2019) al bij een lager inkomen bereikt.

korting voor groene beleggingen

Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in groene beleggingen. De korting bedraagt in 2019 0,7% van het bedrag dat daarvoor is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.