Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (een tijdelijk contract) staat de einddatum vooraf vast of is het eindmoment ‘objectief bepaalbaar’. Het gaat dan bijvoorbeeld om een contract voor zes maanden of voor de duur van een bepaald, nauwkeurig omschreven project. Een tijdelijk contract eindigt automatisch (‘van rechtswege’) aan het einde van de afgesproken periode of op het moment dat het project is afgerond.
aanzegverplichting
Als je medewerker een tijdelijk contract heeft voor zes maanden of langer, heb je een aanzegverplichting: je moet je medewerker minimaal een maand voor het bereiken van de einddatum schriftelijk laten weten of het contract wel (inclusief de voorwaarden) of niet wordt verlengd.
> lees hier meer over de aanzegverplichting
regels opzegging tijdelijk contract
Iemand met een tijdelijk contract moet deze in principe helemaal uitdienen. Er kan wel een proeftijd gelden: in die periode kunnen zowel de werkgever als de medewerker het contract met onmiddellijke ingang opzeggen. Wil een van beiden het contract tussentijds opzeggen (dus na afloop van een eventuele proeftijd en vóór de einddatum van het tijdelijke contract), dan kan dit alleen als ze dat van tevoren schriftelijk hebben afgesproken, bijvoorbeeld in de contractvoorwaarden of omdat het in de cao staat. In dat geval geldt een opzegtermijn.
> lees hier meer over de opzegtermijn
toestemming UWV of kantonrechter
Als werkgever heb je bij het tussentijds opzeggen van een tijdelijk contract een ontslagvergunning van UWV of toestemming van de kantonrechter nodig. Het is ook mogelijk om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan: in dat geval beslis je samen met je medewerker dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst al eerder eindigt.
> lees hier meer over de ontslagprocedure en de verschillende ontslaggronden