Met ingang van januari 2022 bestaat er voor uitzendkrachten meer werkzekerheid, een betere pensioenopbouw en minder verschil in loon tussen uitzendkrachten en vast personeel. Dat is het gevolg van de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten. 

Op deze pagina

SER-advies: meer werkzekerheid voor een veerkrachtige economie

In juni 2021 publiceerde de Sociaal-Economische Raad (SER) een aantal aanbevelingen om de Nederlandse economie veerkrachtiger te maken en mensen meer zekerheid te bieden. Deze aanbevelingen moeten leiden tot nieuwe of aangepaste wetgeving. De sociale partners in de uitzendsector hebben, op basis van het SER-advies, al in 2021 afspraken gemaakt voor meer werkzekerheid. Als resultaat daarvan hebben vakbonden FNV, CNV, De Unie en LBV en de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) eind 2021 een nieuwe CAO voor Uitzendkrachten bekendgemaakt. De nieuwe cao is ingegaan op 17 november 2021 en loopt tot 2 januari 2023. 

cao-wijzigingen in ‘t kort

De nieuwe CAO voor Uitzendkrachten wijzigt de volgende punten:

  • verkorting van fase A naar 52 gewerkte weken 

  • verkorting van fase B naar zes contracten in drie jaar

  • verkorting van de wachttermijn bij de pensioenregeling 

  • uitbreiding van de inlenersbeloning met eenmalige uitkeringen en thuiswerkvergoeding

  • bewuster en zorgvuldiger inschalen

  • meer zekerheid voor arbeidsmigranten

  • mogelijkheid om gebruik te maken van de regeling onwerkbaar weer

  • deelname van uitzendkrachten aan de private aanvulling voor het derde WW-jaar.

De meeste afspraken in de nieuwe cao gelden per 3 januari 2022. Hierop is een aantal uitzonderingen, zoals:

> de regeling onwerkbaar weer is ingegaan op 17 november 2021

> de afspraken over pensioen en arbeidsmigranten gelden vanaf 1 januari 2022

> de streefdatum voor de deelname van uitzendkrachten aan de private invulling van de WW is 1 april 2022.

verkorting van fase A en B

In de CAO voor Uitzendkrachten is het fasensysteem vastgelegd. Dit is een systeem waarbij uitzendkrachten meer rechten en betere (ontslag)bescherming krijgen naarmate zij langer als uitzendkracht werken. Het fasensysteem bestaat uit drie fasen: A, B en C. In de nieuwe cao wordt fase A verkort tot 52 gewerkte weken (dat was: 78 gewerkte weken). Voor uitzendkrachten die vóór 3 januari 2022 zijn gestart geldt tot 2 januari 2023 de termijn van maximaal 78 gewerkte weken. Uitzendkrachten die op 2 januari 2023 al 52 weken hebben gewerkt in fase A, stromen - bij voortzetting van het dienstverband - op die datum in in fase B. Vanaf 2 januari 2023 gaan ook weken waarin zij (doorbetaalde) vakantie opnemen, meetellen als gewerkte weken. 

Ook fase B wordt aangepast: in deze fase kunnen maximaal zes contracten in maximaal drie jaar worden gesloten (tot 3 januari 2022 was dit vier jaar). Voor uitzendkrachten die vóór 3 januari 2022 in fase B zijn gestart, geldt tot 2 januari 2023 de termijn van maximaal vier jaar en/of maximaal zes contracten. Uitzendkrachten die op 2 januari 2023 al drie jaar of langer  overeenkomsten in fase B hebben gehad, stromen - bij voortzetting van het dienstverband - op die datum in in fase C. 

Aan fase C verandert niets.

inlenersbeloning 

Voor de inlenersbeloning gelden per 3 januari 2022 deze wijzigingen:

  • de inlenersbeloning wordt uitgebreid met een thuiswerkvergoeding (ongeacht of deze vrij van loonheffing en premies kan worden uitbetaald) en eenmalige uitkeringen, zoals een dertiende maand

  • algemene loonsverhogingen, die met terugwerkende kracht worden vastgesteld, gelden ook met terugwerkende kracht voor uitzendkrachten (voor zover ze nog werkzaam zijn bij die inlener)

  • bewuster en zorgvuldiger inschalen (schaal en positie in schaal), waarbij rekening wordt gehouden met relevante werkervaring bij aanvang van de werkzaamheden en bij terugkeer in dezelfde soort functie. 

Per 1 januari 2023 wordt de inlenersbeloning nog verder uitgebreid, in ieder geval met vaste eindejaarsuitkeringen.

pensioen

Voor de pensioenregeling gelden per 1 januari 2022 de volgende aanpassingen:

  • de uitzendkracht gaat na acht gewerkte weken pensioen opbouwen (voorheen was dat nog 26 weken). Vanaf het begin van de negende week geldt voor de duur van 52 weken de basisregeling gevolgd door de plusregeling

  • de grondslag waarover de uitzendkracht pensioen opbouwt, wordt verbreed. Dat betekent dat over meer loonelementen pensioen wordt opgebouwd: 

- loon voor werknemersverzekeringen

- vermeerderd met de pensioenpremie 

- verminderd met de fiscale bijtelling leaseauto

- vermeerderd met het loon dat is uitgeruild voor vrije vergoedingen of verstrekkingen. 

Uitgebreide informatie over de wijzigingen in de pensioenregeling staat op Stippensioen.nl.

arbeidsmigranten 

Ook de positie van arbeidsmigranten verbetert in de nieuwe cao. Arbeidsmigranten krijgen de eerste keer dat zij aan het werk gaan in Nederland een inkomensgarantie ter hoogte van het voltijds minimum(jeugd)loon van ten minste twee maanden, ongeacht de contractduur en het aantal gewerkte weken. Daarnaast mogen zij na het einde van hun contract langer (tot vier weken) blijven wonen in de door de uitzendonderneming geregelde huisvesting. 

private invulling derde ww-jaar 

Het streven is dat uitzendkrachten vanaf 1 april 2022 ook deelnemen aan de private aanvulling van de WW, een regeling die inmiddels ook voor werknemers in veel andere sectoren geldt. De uitzendwerkgevers betalen de komende jaren de premie.

Je kunt de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten downloaden van ABU.nl.