Een geheimhoudingsbeding en een verbod op nevenactiviteiten kun je in de arbeidsovereenkomst opnemen om je medewerkers te verplichten bepaalde bedrijfsinformatie geheim te houden en te voorkomen dat ze, naast hun werkzaamheden voor jou, werk doen dat je concurrenten in de kaart speelt (concurrerende nevenactiviteiten). 

Op deze pagina

verbod op nevenactiviteiten

In beginsel mag je medewerker nevenwerkzaamheden verrichten. Dat wil zeggen: naast het werk dat hij voor jou doet, mag hij ander werk doen voor een andere werkgever. 

Als je een verbod op nevenactiviteiten opneemt in de arbeidsovereenkomst betekent dat dat je, als werkgever, je medewerker verbiedt nevenactiviteiten uit te voeren die niet te verenigen zijn met de werkzaamheden die hij normaal gesproken voor jou doet. Maar als werkgever mag je alleen die activiteiten beperken (verbieden) waarmee je medewerker ‘direct en duidelijk de goede vervulling van zijn werk, het goed functioneren van de onderneming of het streven van de werkgever in relatie tot zijn werk in gevaar brengt’.

Een verbod op nevenactiviteiten is bijvoorbeeld alleen toegestaan als:

  • je medewerker jou beconcurreert met producten of diensten die ongeveer gelijk zijn aan de producten of diensten van jouw bedrijf

  • je medewerker minder geconcentreerd of productief is omdat hij in de avonduren of in het weekend nog een baan heeft

  • je medewerker nevenwerkzaamheden verricht die het imago van je organisatie kunnen schaden.

Ook als je in de arbeidsovereenkomst geen verbod op nevenactiviteiten hebt afgesproken, mag je medewerker jou geen concurrentie aandoen. En ook niet-concurrerende werkzaamheden zijn verboden als het resultaat daarvan is dat je medewerker zijn werk bij jou minder goed verricht.

Nevenactiviteiten zijn niet hetzelfde als concurrerende activiteiten die je medewerker oppakt na het einde van de arbeidsovereenkomst. Een beding waardoor nevenwerkzaamheden worden verboden (tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst) is daarom niet hetzelfde als een concurrentiebeding

Een verbod op nevenactiviteiten moet schriftelijk worden overeengekomen. Dat kan in een apart opgesteld contract, in een clausule in de arbeidsovereenkomst of via de cao. In de wet staan geen specifieke bepalingen over een verbod op nevenwerkzaamheden. Werkgever en werknemer zijn dus in principe vrij om een verbod op nevenwerkzaamheden af te spreken. Het is wel van belang dat de afspraken duidelijk en schriftelijk worden vastgelegd. Moet je medewerker bijvoorbeeld altijd toestemming vragen voor nevenactiviteiten? En wat is de sanctie als hij zich niet aan de afspraken houdt? Vaak is dat een boete. Afhankelijk van de graad van schending kan het zelfs reden zijn voor ontslag op staande voet.

geheimhoudingsbeding

Een geheimhoudingsbeding verplicht de werknemer om bepaalde bedrijfsgegevens geheim te houden. Bijvoorbeeld wanneer een organisatie bezig is met patenten, een mogelijke overname of bedrijfsverkoop. In het beding kan staan dat de werknemer een boete moet betalen als hij zich niet houdt aan de afspraken. Een geheimhoudingsbeding geldt tijdens en na de arbeidsovereenkomst. De werkgever moet wel kunnen bewijzen dat de werknemer het geheimhoudingsbeding geschonden heeft. Een rechter kan de hoogte van eventueel verschuldigde boetes matigen.