Als werkgever moet je de identiteit van je medewerker vaststellen vóórdat hij start met werken. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat medewerkers zich tijdens het werk kunnen identificeren bij een controle. De identificatieplicht op de werkplek bestaat uit drie onderdelen: verificatieplicht, bewaarplicht en zorgplicht.
Bij de verificatieplicht controleer je of het identiteitsbewijs geldig en echt is en of het document bij de juiste persoon hoort. De bewaarplicht houdt in dat je een kopie van het identiteitsbewijs opneemt in de loonadministratie. Met de zorgplicht zorg je ervoor dat medewerkers tijdens het werk een geldig identiteitsbewijs kunnen tonen als daar om wordt gevraagd.
> bekijk het stappenplan verificatieplicht van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) met daarin een overzicht van de verplichtingen die je hebt