aanvraag en voorwaarden

Heb je tijdelijk minder werk door een uitzonderlijke situatie die niet tot het normale ondernemersrisico hoort? Dan kun je werktijdverkorting aanvragen. Voor de niet-gewerkte uren vraag je een WW-uitkering aan bij UWV voor je medewerkers. Zij blijven bij jou in dienst.

> lees hier meer over de ww-uitkering

wanneer kun je werktijdverkorting toepassen?

Werktijdverkorting is bedoeld als overbrugging bij een tijdelijke terugval in werk. Bijvoorbeeld bij brand, blikseminslag of andere buitengewone omstandigheden. 

Om in aanmerking te komen, moet:

  • de situatie niet tot het normale ondernemersrisico behoren

  • sprake zijn van tijdelijk minder werk voor een periode van minimaal 2 tot maximaal 24 weken

  • er naar verwachting minimaal 20% minder werk zijn.

Gaat het om (extreme) weersomstandigheden? Dan kun je mogelijk gebruikmaken van de Regeling onwerkbaar weer.

hoe vraag je werktijdverkorting aan?

De aanvraag verloopt in twee stappen.

  1. Je vraagt eerst een ontheffing voor werktijdverkorting aan bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De ontheffing geldt maximaal zes weken.

  2. Heb je de ontheffing ontvangen? Dan vraag je bij UWV een WW-uitkering aan voor de niet-gewerkte uren van je medewerkers.

Is er na afloop van de eerste periode nog geen herstel? Dan kun je vóór het einde van de lopende periode verlenging aanvragen. Doe je dit niet op tijd, dan vervalt de mogelijkheid tot verlenging.

UWV betaalt de WW-uitkering aan jou uit. Jij betaalt deze door aan je medewerker. Voor de uren die nog wel worden gewerkt, betaal je het normale loon.

> lees hier meer over tijdelijk minder werk via UWV

voor welke medewerkers geldt werktijdverkorting?

Je kunt werktijdverkorting alleen aanvragen voor medewerkers voor wie je een loondoorbetalingsplicht hebt én die voldoen aan de voorwaarden van de WW.

Let op:

  • je ontvangt geen WW-uitkering voor medewerkers die al ziek waren vóór de start van de vergunningsperiode

  • je ontvangt geen uitkering voor oproepkrachten met een nulurencontract of voor uitzendkrachten

  • wordt een medewerker ziek tijdens de vergunningsperiode, dan ontvang je wél een uitkering.

> lees hier meer over oproepkrachten

gevolgen voor je medewerker

Je medewerker blijft tijdens de werktijdverkorting volledig bij jou in dienst. UWV maakt de WW-uitkering aan jou over en jij betaalt het loon door aan je medewerker. In de praktijk merkt je medewerker financieel vaak weinig van de werktijdverkorting, tenzij in de cao of arbeidsovereenkomst andere afspraken zijn gemaakt.

Wel geldt dat de periode van werktijdverkorting ten koste gaat van de WW-aanspraken van je medewerker. Ook moet hij zich houden aan de verplichtingen die horen bij een WW-uitkering.

Tijdens de eerste periode van maximaal zes weken hoeft je medewerker zich nog niet in te schrijven bij UWV voor ander werk, al is dat wel verstandig. Krijg je een verlenging én ontvangt je medewerker over zijn volledige werktijd een WW-uitkering? Dan moet hij zich uiterlijk op de tweede dag na de verlenging inschrijven bij UWV en actief op zoek gaan naar (tijdelijk) ander werk.

> lees hier meer over verplichtingen bij een ww-uitkering

Kunnen je medewerkers door buitengewone natuurlijke omstandigheden niet werken, zoals vorst, ijzel, sneeuw of overvloedige regenval? Dan kun je onder voorwaarden gebruikmaken van de Regeling onwerkbaar weer. 

inhoud regeling onwerkbaar weer

Na een aantal wachtdagen kun je voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering aanvragen bij UWV.

Voor winterse omstandigheden zoals vorst, ijzel en sneeuw gelden twee wachtdagen per winterseizoen (1 november tot en met 31 maart). Bij overvloedige regenval gelden 19 wachtdagen per kalenderjaar. Tijdens de wachtdagen betaal je het loon gewoon door. Pas daarna kun je een WW-uitkering aanvragen voor de uren waarop niet gewerkt kan worden.

> lees hier meer over de regeling onwerkbaar weer

voorwaarden regeling onwerkbaar weer

Je kunt alleen een beroep doen op de regeling als:

  • je er alles aan hebt gedaan om het werk door te laten gaan

  • het onwerkbare weer de enige reden is dat je medewerker niet kan werken

  • je medewerker per week minimaal vijf uur niet kan werken. Bij een contract van minder dan tien uur per week gaat het om minimaal de helft van de arbeidsduur

  • je iedere dag waarop niet gewerkt kan worden tijdig meldt.

Daarnaast moet in de voor jou geldende cao een bepaling over de regeling zijn opgenomen. Sinds 1 november 2020 moet in de cao ook staan bij welke buitengewone natuurlijke omstandigheden en onder welke voorwaarden het werk niet kan worden verricht.

> lees verder op UWV.nl over de regeling onwerkbaar weer

De regeling voor werktijdverkorting wordt mogelijk vervangen door de Wet personeelsbehoud bij crisis (Wpc). Met deze wet wil de overheid voorkomen dat je bij een ernstige, onvoorziene crisis direct personeel moet ontslaan. Denk aan oorlogen, pandemieën of uitzonderlijke weersomstandigheden.

> lees hier meer over ontslag

inhoud Wpc

Je kunt de Wpc inzetten als er door een erkende crisis gedurende twee maanden gemiddeld minimaal 20% minder werk is. Het moet gaan om een situatie die niet tot het normale ondernemersrisico hoort.

Voldoe je aan de voorwaarden, dan kun je:

  • medewerkers tijdelijk herplaatsen in andere passende werkzaamheden, met volledige loondoorbetaling.

  • de loondoorbetaling over niet-gewerkte uren met 10% verlagen en loonsubsidie aanvragen bij UWV. Je ontvangt dan 65% van de loonkosten over de niet-gewerkte uren. De resterende 25% betaal je zelf.

De Wpc geldt in principe voor twee maanden en kan worden verlengd tot maximaal zes maanden.

ingangsdatum Wpc

De ministerraad heeft op 24 april 2026 ingestemd met indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer. Als beide Kamers instemmen, treedt de Wpc op 1 januari 2029 in werking. Tot die tijd blijft de bestaande regeling voor werktijdverkorting van kracht.

veelgestelde vragen

  • wanneer kom je in aanmerking voor werktijdverkorting?

    Je komt in aanmerking als er sprake is van een uitzonderlijke situatie die niet tot het normale ondernemersrisico hoort, er naar verwachting minimaal 20% minder werk is en de periode minimaal twee en maximaal 24 weken duurt. Je vraagt eerst een ontheffing aan bij het ministerie van SZW en daarna een WW-uitkering voor je medewerkers bij UWV.

  • hoe vraag je werktijdverkorting aan bij UWV?

    De aanvraag verloopt in twee stappen. Eerst vraag je een ontheffing aan bij het ministerie van SZW. Na ontvangst vraag je bij UWV een WW-uitkering aan voor de niet-gewerkte uren van je medewerkers.

  • wat is het verschil tussen werktijdverkorting en de regeling onwerkbaar weer?

    Werktijdverkorting geldt bij tijdelijke terugval in werk door uitzonderlijke omstandigheden, zoals brand of een crisis. De regeling onwerkbaar weer geldt specifiek bij buitengewone natuurlijke omstandigheden, zoals vorst of overvloedige regen.

  • krijgt een medewerker volledig loon bij werktijdverkorting?

    In de meeste gevallen ontvangt je medewerker het loon zoals gebruikelijk. Jij ontvangt de WW-uitkering van UWV en betaalt deze door. In de cao of arbeidsovereenkomst kunnen aanvullende afspraken staan.

    > lees hier meer over de WW-uitkering

  • wat verandert er met de wet personeelsbehoud bij crisis (Wpc)?

    De Wpc is de voorgestelde opvolger van werktijdverkorting. De wet geeft werkgevers meer mogelijkheden om medewerkers te behouden tijdens een ernstige crisis, zoals een pandemie of grootschalige stroomuitval. Het wetsvoorstel is op 24 april 2026 ingediend bij de Tweede Kamer. Als beide Kamers instemmen, treedt de wet op 1 januari 2029 in werking.