Prinsjesdag 2020 - de dag waarop het kabinet Rutte III de plannen voor het komende jaar presenteert - is voorbij en de plannen voor 2021 zijn bekend. Dit jaar is bijzonder vanwege de corona-uitbraak en, als gevolg daarvan, de economische crisis. Desondanks heeft het kabinet ruim een miljard euro extra uitgetrokken voor een algehele lastenverlichting. Graag geven we je een overzicht van de maatregelen die werkgevers en werknemers voor 2021 kunnen verwachten.

de belangrijkste maatregelen voor jou op een rij

  • lastenverlichting ondanks economische recessie

    Waar we ons vorig jaar vooral zorgen maakten om de Brexit, is de aandacht nu verlegd naar de gevolgen van COVID-19. Na een krimp van 5% dit jaar, verwacht het kabinet in 2021 een economische groei van 3,5%. Komt er een tweede coronagolf, dan kan die groei alsnog omslaan in een krimp: een nieuwe lockdown zou forse economische gevolgen hebben. Blijft die uit, dan verwacht het CPB in 2021 een werkloosheid van 5,9%. Dat zijn ongeveer 546.000 mensen, vergeleken met 400.000 mensen dit jaar. Het kabinet gaat daarom de economie met tientallen miljarden ondersteunen. Bedrijven krijgen de tijd om zich aan te passen, werknemers kunnen hulp krijgen bij omscholing voor ander werk.

  • verlenging steunmaatregelen corona

    Het coronavirus stelt ons allemaal voor ongekende uitdagingen - en de belangrijkste is: gezond blijven. Daarnaast is het van belang dat bedrijven overeind blijven en mensen hun inkomen behouden. De overheid doet daar alles aan en heeft begin september een derde steun- en herstelpakket aangekondigd. Een overzicht van de maatregelen in dit noodpakket vind je hier. Kijk hier voor het laatste nieuws van de Rijksoverheid.

  • premiepercentages sociale verzekeringen

    De premiepercentages volks- en werknemersverzekeringen die werkgevers in 2021 moeten betalen, blijven hetzelfde of dalen komend jaar bijna allemaal. Alleen de rekenpremie voor de Werkhervattingskas (Whk) en de Aof-premie gaan stijgen. 

    Dit is tot nu toe bekendgemaakt:

    • de AOW- en de Anw-premie blijven met 17,90% respectievelijk 0,10% in 2021 op hetzelfde niveau

    • het gewogen gemiddelde van de Awf-werkgeverspremie wordt waarschijnlijk 3,95% (in 2020: 4,19%). Het lage tarief (voor werknemers in vaste dienst) wordt naar verwachting 2,70% (in 2020: 2,94%) en het hoge tarief (voor flexwerkers) 7,70% (in 2020: 7,94%). De definitieve vaststelling is in oktober

    • de Ufo-premie blijft in 2021 gelijk op 0,68%

    • de Aof-premie stijgt naar verwachting van 6,77% naar 7,03%  

    • de Whk-rekenpremie stijgt waarschijnlijk van 1,28% naar 1,36%

    • de premieopslag kinderopvang blijft gelijk met 0,50%

    • de werkgeversheffing ZVW stijgt van 6,70% naar 7%. Het maximumbijdrageloon voor de ZVW wordt € 58.311 (in 2020 is dit € 57.214)

    • de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW stijgt van 5,45% naar 5,75%

    • de gemiddelde gedifferentieerde WGA-premie stijgt iets van 0,76% naar 0,78% 

    • de gemiddelde gedifferentieerde ZW-premie stijgt van 0,52% naar 0,58%.

    De Belastingdienst stuurt eind 2020 elke werkgever een beschikking met de individueel gedifferentieerde premies.

    tip

    UWV heeft een Premiewijzer ontwikkeld, waarmee werkgevers eenvoudig een schatting van de hoogte van hun gedifferentieerde premie Whk in 2021 kunnen maken.

    wetsvoorstel voor gedifferentieerde Aof-premie

    Begin september is een wetsvoorstel ingediend voor de invoering van een gedifferentieerde Aof-premie. Als de Tweede en Eerste Kamer dit voorstel goedkeuren, komt er een lagere premie voor kleine werkgevers en een hogere premie voor (middel)grote werkgevers.

  • belastingen

    In het Belastingplan 2021 en Overige fiscale maatregelen 2021 staan alle plannen van het kabinet met betrekking tot de belastingen in Nederland. Bij het Belastingplan biedt het kabinet ook een aantal wetsvoorstellen aan de Tweede Kamer aan. Deze vormen samen het pakket Belastingplan 2021.

    In het Belastingplan 2021 staan onder andere de volgende maatregelen.

    geen loonheffing voor scholingskosten

    Werkgevers betalen voortaan geen loonheffing meer voor scholingskosten gemaakt ná het beëindigen van het dienstverband. Deze gerichte vrijstelling is van toepassing voor kosten van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen en geldt niet voor kosten van onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden van oud-werknemers.

    nieuwe baangerelateerde investeringskorting

    Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting vanaf 2021: de baangerelateerde investeringskorting (BIK). Als bedrijven een investering doen, zoals de aankoop van een nieuwe machine, krijgen ze een korting die ze kunnen verrekenen via de loonheffing. Details van de regeling worden nog verder uitgewerkt.

    werkkostenregeling

    De verruiming van de werkkostenregeling (WKR) in verband met corona blijft is opnieuw bevestigd. Eind april had het kabinet de vrije ruimte verruimd van 1,7% naar 3% van de loonsom voor 2020. In 2021 gaat de vrije ruimte voor het fiscale loon tot en met € 400.000 weer terug naar 1,7%. Voor het percentage dat geldt voor het bedrag boven € 400.000 wordt een verlaging voorgesteld: van 1,2% voor 2020 naar 1,18% voor 2021.

    box 1

    In 2021 gaan mensen voor hun inkomen uit werk en woning (box 1) tot € 68.507 een tarief van 37,10% betalen (nu is dat nog 37,35%). Voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 49,50%. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere tarieven.

    De arbeidskorting gaat extra omhoog met maximaal € 324 en hierdoor gaan werknemers en zelfstandigen erop vooruit. Deze verhoging komt boven op een al eerder geplande verhoging voor 2021. Ook de algemene heffingskorting wordt extra verhoogd met € 22, boven op de € 60 die al gepland was. Tot slot wordt ook de ouderenkorting verhoogd.

    box 2

    In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast. Iemand heeft een aanmerkelijk belang als hij direct of indirect (al dan niet samen met zijn partner) minimaal 5% van de aandelen van een vennootschap bezit. Het tarief gaat in 2021 omhoog van 26,25% naar 26,90% (geen onderdeel van pakket Belastingplan 2021). Het gecombineerde tarief (vennootschapsbelasting plus box 2) zal, afhankelijk van met name de omvang van de winst van de vennootschap, vanaf 2021 liggen tussen 37,87% en 45,18%. 

    box 3

    Het kabinet heeft aangekondigd de heffing in box 3 (de zogeheten vermogensbelasting) ingrijpend te gaan aanpassen. In een nieuw wetsvoorstel is opgenomen dat de vrijstelling voor spaarders en kleine beleggers naar € 50.000 (met fiscale partner € 100.000) gaat. Het tarief gaat wel iets omhoog: van 30% naar 31%. Daarnaast worden de schijfgrenzen aangepast. Tot en met € 50.000 is vrijgesteld van belasting. De eerste schijf loopt vanaf 2021 van € 50.000 tot € 100.000, de tweede schijf van € 100.000 tot € 1 miljoen en de derde is alles boven de € 1 miljoen. 
    De nieuwe schijfgrenzen zijn niet van invloed op het wel of niet krijgen van toeslagen, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget. Daar gelden andere vermogensgrenzen voor.

    bijtelling elektrische auto’s

    Vanaf 2021 stijgt de bijtelling voor elektrische auto's van de zaak, al blijft deze lager dan de 22% voor benzine- of dieselauto's. De bijtelling voor een elektrische auto van de zaak gaat tot en met 2026 stapsgewijs omhoog tot 22% over de catalogusprijs. In 2021 wordt de bijtelling 12% tot een catalogusprijs van € 40.000 en 22% daarboven. Voor 2022, 2023 en 2024 gaat de bijtelling naar 16%. In 2025 is de bijtelling 17% en vanaf 2026 wordt de bijtelling voor zowel elektrische auto’s als benzine- of dieselauto's 22%. Daarbij wordt de zogenoemde cap (het deel van de catalogusprijs waarop de verlaagde bijtelling van toepassing is) in 2021 verlaagd van € 45.000 tot € 40.000. Voor waterstof- en zonnecelauto’s geldt in 2021 een bijtelling van 12% over de gehele cataloguswaarde.

    afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven

    De fiscale aftrek voor scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting wordt naar verwachting per 1 januari 2022 afgeschaft en vervangen door een leerregeling, het zogeheten STAP-budget (Stimulans Arbeidsmarktpositie). Met dit budget kunnen mensen per jaar aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget ter waarde van maximaal € 1.000.
    Scholingsuitgaven zijn in 2021 nog aftrekbaar. Afschaffing van de aftrek is voorzien per 1 januari 2022. Voor de situatie waarin iemand al scholingsuitgaven in aftrek heeft gebracht en na afschaffing een bedrag terugontvangt, zal overgangsrecht gelden.

  • transitievergoeding mkb

    In 2021 wordt de de compensatieregeling Transitievergoeding MKB ingevoerd. Deze regeling gaat kleine werkgevers compenseren als zij (of hun erfgenamen) hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering, ziekte of overlijden.

  • compensatie transitievergoeding

    Werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 compensatie van de transitievergoeding aanvragen bij UWV wanneer zij een werknemer hebben ontslagen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en een transitievergoeding hebben betaald. Is de transitievergoeding volledig betaald voor 1 april 2020, dan kan de werkgever een aanvraag indienen tot en met 30 september 2020. Is de transitievergoeding op of na 1 april 2020 betaald, dan moet een aanvraag binnen zes maanden na die betaling worden gedaan.   

  • zorgverzekering

    Het verplicht eigen risico - de eigen bijdrage die iedere verzekerde vanaf 18 jaar elk kalenderjaar zelf moet betalen - blijft ook in 2021 gelijk, met € 385. De zorgpremie - de premie voor de basisverzekering - zal volgens een schatting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2020 met bijna € 5 per maand stijgen naar ongeveer € 123 per maand (€ 1.473 per jaar). In het najaar - uiterlijk op 12 november - maken de zorgverzekeraars bekend hoe hoog de premie daadwerkelijk wordt.

    De zorgtoeslag, de tegemoetkoming van de overheid in de zorgkosten, zal in 2021 ook iets stijgen. De maximale zorgtoeslag voor alleenstaanden stijgt daardoor met maximaal € 3,83 per maand. Voor meerpersoonshuishoudens stijgt de maximale zorgtoeslag met € 9 per maand. Nadat alle zorgverzekeraars hun premie voor 2021 bekend hebben gemaakt, wordt de definitieve hoogte van de zorgtoeslag bekendgemaakt.

    Zorgverzekeraars mogen sinds 2020 nog maximaal 5% (in plaats van 10% in 2019) collectiviteitskorting op de basisverzekering geven. In 2021 blijft deze wijziging van kracht.

    Per 1 januari 2021 wordt het basispakket van de zorgverzekering uitgebreid met een vergoeding: 

    •  voor nieuwe medicatie tegen verschillende soorten kanker (deels al in 2020)
    • voor het vervoer van en naar de dagbehandeling in groepsverband bij niet-aangeboren hersenletsel
    • voor extra paramedische zorg, zoals fysio- en ergotherapie, in verband met COVID-19 (per 18 juli 2020).

    Daarnaast is er geen eigen risico meer voor mensen die een orgaan doneren en daarvoor medische kosten maken. Slachtoffers van seksueel geweld hebben per september 2020 (tijdelijk) recht op directe vergoeding van medische kosten, zonder eigen risico. Zij moeten dan wel binnen een week hulp zoeken bij een Centrum Seksueel Geweld (CSG). De vergoeding geldt tot eind augustus 2021.

  • kinderen

    Het kindgebonden budget gaat voor gezinnen met drie of meer kinderen   in 2021 met € 617 omhoog. 
    Het kabinet komt met de Wet invoering betaling ouderschapsverlof, die ouders gedurende het eerste jaar na de geboorte recht geeft op negen weken betaald ouderschapsverlof. Het gaat om een uitkering van 50% van het (maximum) dagloon via het UWV. De beoogde inwerkingtreding van de wet is 21 augustus 2022.

  • zelfstandigen

    De afbouw van de zelfstandigenaftrek gaat vanaf 2021 sneller dan gepland: deze wordt met stapjes van € 360 per jaar afgebouwd, in plaats van de verlaging van € 250 per jaar die al was afgesproken. Komend jaar is de maximale zelfstandigenaftrek € 6.670. In 2020 bedraagt de zelfstandigenaftrek nog € 7.030.

  • een leven lang ontwikkelen

    Het kabinet vindt dat werkgevers en werknemers moeten blijven investeren in hun ontwikkeling (een leven lang leren), zodat mensen inzetbaar blijven op een veranderende arbeidsmarkt. De coronacrisis onderstreept dat belang.  Behalve de steunmaatregelen vanwege de coronacrisis, werkt het kabinet aan een nieuwe regeling (het zogeheten STAP-budget) die de huidige  fiscale scholingsaftrek vervangt.

    Daarnaast komt er in 2021 weer budget voor de SLIM-regeling, waarmee mkb-bedrijven subsidie kunnen aanvragen voor verschillende activiteiten die met leren en ontwikkelen te maken hebben.

  • pensioen

    Het kabinet zal de afspraken die in het pensioenakkoord zijn gemaakt, in 2021 verder uitwerken. Het nieuwe wettelijke en fiscale kader moet dan in 2022 in werking treden. In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt voor de modernisering van de Nederlandse oudedagsvoorziening, een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, ruimte om eerder te stoppen met werken en duurzame inzetbaarheid

    wetsvoorstel bedrag ineens, rvu en verlofsparen

    De eerste wijzigingen daarvoor zijn opgenomen in het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en verlofsparen, dat in september bij de Tweede Kamer is ingediend.Dit wetsvoorstel regelt een tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing waardoor werknemers vanaf drie jaar voor de AOW-leeftijd eerder kunnen stoppen met werken. Daarnaast wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om op de pensioeningangsdatum een deel van het pensioen als bedrag ineens op te nemen. Ook krijgen werknemers meer fiscale ruimte om voor verlof te sparen. De beoogde ingangsdatum voor de versoepeling van de RVU-heffing en het verlofsparen is 1 januari 2021. De opname van het pensioenbedrag ineens wordt een jaar later mogelijk gemaakt, per 1 januari 2022.

    transitieplan werkgevers

    Er komt er een overgangsperiode tot 1 januari 2026. In deze periode hebben werkgevers de tijd om afspraken met de ondernemingsraad (OR), personeelsvertegenwoordiging en uiteraard de werknemers te maken. Daarnaast zijn werkgevers verplicht om een transitieplan op te stellen, waarin wordt vastgelegd hoe de pensioenregeling wijzigt en welke stappen er vervolgens moeten worden ondernomen.

    aow-leeftijd stijgt minder snel

    Als gevolg van het pensioenakkoord zal de leeftijd waarop mensen recht krijgen op een AOW-uitkering minder snel stijgen dan voorheen was afgesproken. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd niet meer één jaar per jaar dat we langer leven, maar nog maar acht maanden. In juli 2020 is daarvoor al een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aangeboden.

    In 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd door naar 67 jaar in 2024. In de oude situatie zou de AOW-leeftijd al in 2021 naar 67 jaar gaan.

    De AOW-leeftijd komt er nu zo uit te zien:

    • 2020: 66 jaar + 4 maanden 

    • 2021: 66 jaar + 4 maanden 

    • 2022: 66 jaar + 7 maanden 

    • 2023: 66 jaar + 10 maanden 

    • 2024: 67 jaar

    Meer informatie over de AOW-leeftijden staat op Rijksoverheid.nl.