Wordt een medewerker ziek, dan moet hij zich op zijn eerste verzuimdag direct bij jou ziek melden. Hoe die ziekmelding precies verloopt, leg je vast in je verzuimprotocol. Denk aan wie de melding ontvangt, op welk tijdstip en via welk kanaal.
Bij de ziekmelding moet je medewerker aangeven:
-
dat hij ziek is en niet kan werken
-
hoe lang hij verwacht dat het verzuim duurt
-
waar hij verblijft en hoe hij bereikbaar is.
De medewerker is niet verplicht iets te vertellen over de oorzaak van de ziekte of zijn klachten. Hij mag dat wel doen, maar jij mag hier niet naar vragen en deze informatie ook niet vastleggen.
Na de ziekmelding moet de medewerker zich houden aan een aantal verplichtingen. Zo moet hij voldoende inspanningen verrichten om zijn herstel te bevorderen en meewerken aan afspraken over (aangepast) werk en re-integratie. Daarnaast moet hij bereikbaar zijn voor jou en de arbodienst of bedrijfsarts en gehoor geven aan oproepen van de bedrijfsarts. Het is verstandig om deze afspraken vast te leggen in het verzuimprotocol.
Houdt de medewerker zich niet aan deze verplichtingen, dan kun je het loon opschorten of in sommige gevallen stopzetten. Daarvoor gelden strikte voorwaarden.