van niche naar norm: De opkomst van flexibele arbeid

Mark Poort werpt een blik op de geschiedenis van flexibele arbeid in Nederland: "Voor 1999 kenden we het fenomeen van flexibele contracten zoals we die nu kennen eigenlijk niet", aldus Poort. Hoewel Randstad al 65 jaar bestaat, was de wetgeving pas na 1999 ingericht op tijdelijke contracten en oproepwerk (uitzenden). De grootste verschuiving voor zzp’ers was de introductie van de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) na 2000, die de opkomst van zzp’ers faciliteerde.

De groei was fenomenaal: van 10% flexibele arbeid in het jaar 2000 naar maar liefst 44% heden ten dage. Poort: “Dat heeft politiek Den Haag aan het denken gezet en heeft de politieke zorgen doen toenemen dat de flexibele arbeidsmarkt te groot zou zijn geworden. Daarbij krijgt zzp-schap met 13% van de totale arbeidsmarkt de meeste aandacht. Toch staat ook detachering op het politieke vizier als symptoom van een doorgeslagen flexmarkt, terwijl dit bedrijfsmodel slechts 1,6% van het aantal werkenden uitmaakt.” 

Het diagram visualiseert de procentuele verhouding van de Nederlandse arbeidsmarkt (de categorie ‘Overige flexwerkers’ betreft werknemers met een flexibel contract die direct in dienst zijn bij een werkgever).

politieke zorgen en de 'brede arbeidsmarktaanpak'

De zorgen van de politiek over de flexibele arbeidsmarkt richten zich vooral op de zwakkere positie van flexwerkers ten opzichte van mensen met een vast dienstverband, bijvoorbeeld op het vlak van bestaanszekerheid, pensioenvoorwaarden en scholingsmogelijkheden. Bovendien draagt de grootste groep (de zzp’ers) minder belastingen en premies af (wat de schatkist raakt), zijn zij vaak niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (wat kan leiden tot extra druk op het sociale verzekeringsstelsel) en bouwen zij minder/geen pensioen op (wat in de toekomst de AOW-druk kan verhogen). Deze zorgen mondden in 2020 uit in het advies van Hans Borstlap: 'Vast minder vast, flex minder flex'. Dit advies vormde de basis voor een brede aanpak van de arbeidsmarkt, omarmd door opeenvolgende kabinetten en gesteund door sociale partners, iets wat in het verleden minder vanzelfsprekend was. De essentie van deze aanpak rust op drie pijlers:

  1. Meer zekerheid voor flexwerkers: Het creëren van betere sociale vangnetten en een meer duurzame inzetbaarheid voor flexibele arbeidskrachten.

  2. Beter geregeld werk voor uitzendkrachten: Het waarborgen van gelijke behandeling en arbeidsvoorwaarden, zoals vastgelegd in de nieuwe cao voor uitzendkrachten.

  3. Meer grip op zzp: Het aanpakken van schijnzelfstandigheid en het verduidelijken van de regels rondom de inhuur van zelfstandigen.

dossier zzp: DBA en de zoektocht naar transparantie

De onduidelijkheid rondom de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) en de daaraan gekoppelde handhaving door de Belastingdienst, is een centraal thema. Het moratorium op de handhaving van de wet DBA, dat naar verwachting eind dit jaar wordt opgeheven, creëert een gespannen situatie voor veel organisaties. Ook het wetsvoorstel over de wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties), hoewel nog onzeker in zijn precieze vorm, zal naar alle waarschijnlijkheid doorgang vinden. Ambitie van het ministerie van SZW is om dat uiterlijk in 2027 te doen. Hiermee wordt immers voldaan aan het wetsvoorstel Meer Zekerheid voor Flexwerkers.  

Vooral de aandacht van de Belastingdienst voor intermediairs en de G-rekening als 'smoking gun' voor schijnzelfstandigheid, baart zorgen. Tot slot kan de zogenoemde 'Temper-zaak', waarin de FNV hoopt dat het uitzendmodel van Temper als verkapt uitzenden wordt beoordeeld, grote impact hebben op de hele uitzend- en detacheringsmarkt, met potentieel hoge boetes voor inleners en intermediairs die zzp’ers aan het werk hebben.

de toekomst van zzp en de wens voor autonomie

De onduidelijkheid rondom de wet DBA en de rol van de Belastingdienst blijft een heikel punt. Poort benadrukt de wens van de Belastingdienst om te acteren, maar ook de afhankelijkheid van politieke opdrachtgevers. Er wordt gesproken over een verduidelijking van de wet DBA of zelfs een totaal nieuw voorstel, zoals het Belgische model, dat meer kijkt naar de balans tussen werknemerschap (gezag, inbedding, instructies) en zelfstandig ondernemerschap. De politieke focus op 'kernactiviteit' baart Poort zorgen: veel IT’ers zijn zzp’er, terwijl IT voor bijna elke organisatie een kernactiviteit is. Ook een voorgesteld tarief van €36 en de invulling van 'rechtsvermoeden' zijn belangrijke discussiepunten.

dossier detachering & uitzenden: gelijkwaardigheid en toelatingsstelsel

De nieuwe cao voor uitzendkrachten en de naderende wetgeving (per 2026) brengen belangrijke veranderingen met zich mee voor detachering. De kern hiervan is dat ingeleend personeel ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden moet krijgen als vast personeel bij de opdrachtgever. Dit brengt twee fases met zich mee:

  1. Informeren en toepassen – Waardebepaling: Het bepalen van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden is complex. Detacheerders kunnen met eigen arbeidsvoorwaarden werken, eventueel aangevuld met een projecttoeslag om gelijkwaardigheid te borgen. De Vereniging van detacheerders is hier actief in, en denkt mee over hoe bijvoorbeeld 'atypische' arbeidsvoorwaarden - zoals korting op zonnepanelen - te vertalen naar gelijkwaardige compensatie voor diverse groepen, zoals studenten. Wat heeft een student immers aan korting op zonnepanelen? 

  2. Verantwoorden – Toelatingsstelsel: Het toelatingsstelsel, met strengere normen en controles, zal de markt flink opschudden. De NEN 4400-norm (waarmee uitzendbureaus en detacheerders aantonen dat ze voldoen aan de verplichtingen rondom loonheffingen, btw-aangiften en identiteitscontroles) wordt cruciaal en de controletijd zal aanzienlijk toenemen; van tweeënhalve dag naar twee weken. Vooral voor kleine detacheerders is de impact groot, mede door de voorfinanciering van circa €100.000 die vereist is voor de eerste vijf jaar om aan de norm te voldoen. Pensioen wordt een verplichte voorwaarde met de nieuwe wet, wat een aanzienlijk extra beslag legt op de arbeidsvoorwaarden en die sowieso voor alle ter beschikking gestelde werknemers gaat gelden. Bovendien stijgen daarmee de kosten voor detachering. 

De politieke wens is een verschuiving naar vast, terwijl veel mensen zelf keuzes willen maken hoe zij werken

keuzevrijheid

De grootste uitdaging blijft echter de kloof tussen politieke wens en individuele behoefte. "De politieke wens is een verschuiving naar vast, terwijl veel mensen zelf keuzes willen maken hoe zij werken", concludeert Poort. De arbeidsmarkt zal blijven bewegen tussen vast en flex, waarbij de marktwerking van tijdelijk naar vast al duidelijk zichtbaar is, door onder andere de controle op zzp en de hogere kosten voor uitzenden en detachering. Mark Poort raadt organisaties aan om deze ontwikkelingen nauwgezet te volgen en proactief te anticiperen op de veranderende wet- en regelgeving, om zo succesvol grip te behouden op de inhuur van externen in dit dynamische landschap.