Medewerkers die ouder of verzorger zijn, hebben recht op ouderschapsverlof tot het kind 8 jaar is. Het ouderschapsverlof duurt maximaal 26 werkweken. Van deze 26 weken zijn de eerste negen weken betaald.

ouderschapsverlof: voor iedere ouder en ieder kind

Het recht op ouderschapsverlof geldt voor beide ouders of verzorgers. Een medewerker kan ook ouderschapsverlof opnemen voor zijn of haar stiefkind, pleegkind of adoptiekind. 

Het recht geldt per kind. Medewerkers kunnen dus per kind, waar zij ouder of verzorger van zijn, ouderschapsverlof opnemen. Dit geldt bij een meerling of bij de gelijktijdige adoptie van meerdere kinderen.

> lees hier verder over adoptieverlof

Je medewerker moet het ouderschapsverlof ten minste twee maanden van tevoren schriftelijk bij jou aanvragen. In het verzoek geeft de medewerker aan hoe het verlof over de tijd wordt verdeeld en opgenomen.

ouderschapsverlof weigeren

Als werkgever kun je het ouderschapsverlof in principe niet weigeren. Alleen als het verlof leidt tot ernstige problemen binnen je organisatie, kun je in overleg met je medewerker een andere verdeling van de verlofuren afspreken.

Voor de eerste negen weken van het ouderschapsverlof kun je als werkgever een uitkering aanvragen bij UWV. Voorwaarde is dat je medewerker het betaald ouderschapsverlof opneemt in het eerste levensjaar van het kind of in het eerste jaar na adoptie. 

De resterende weken ouderschapsverlof kunnen worden opgenomen tot het kind 8 jaar is. Deze weken zijn onbetaald.

aanvraag uitkering ouderschapsverlof

De uitkering voor betaald ouderschapsverlof is een Wazo-uitkering. Je vraagt deze als werkgever achteraf aan bij UWV, via de Verzuimmelder of Digipoort. Dit kan nadat je medewerker minimaal één keer het aantal uren van zijn of haar werkweek aan ouderschapsverlof heeft opgenomen.

De aanvraag kan alleen per hele werkweek worden gedaan. Het verlof zelf mag wel flexibel worden gespreid.

hoogte uitkering ouderschapsverlof

De verlofuitkering bedraagt 70% van het dagloon van de medewerker, en maximaal 70% van het maximumdagloon. Je kunt de uitkering aanvullen tot het normale loon, maar dat ben je niet verplicht tenzij de cao of arbeidsovereenkomst anders bepaalt.

> meer informatie over de aanvraag vind je op UWV.nl

Een medewerker kan het ouderschapsverlof onderbreken of stopzetten. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de medewerker met zwangerschaps- en bevallingsverlof gaat of adoptie- of pleegzorgverlof opneemt. 

onvoorziene omstandigheden bij ouderschapsverlof

Ook bij onvoorziene omstandigheden kan het verlof worden onderbroken of stopgezet, bijvoorbeeld bij:

  • langdurige ziekte van de medewerker

  • werkloosheid van de partner, waardoor het gezinsinkomen daalt

  • plaatsing van het kind bij de kinderopvang.

aanvraag onderbreken of stopzetten ouderschapsverlof

De medewerker moet de onderbreking of stopzetting van het ouderschapsverlof schriftelijk bij jou als werkgever aanvragen. Daar moet je binnen vier weken op reageren. Totdat je hebt gereageerd blijft het verlof in ieder geval doorlopen zoals het is afgesproken.

weigeren aanvraag onderbreken of stopzetten ouderschapsverlof

Bij onderbreking/stopzetting vanwege zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- of pleegzorgverlof mag je het verzoek niet weigeren.

Gaat het om onvoorziene omstandigheden, dan mag je een verzoek alleen weigeren als dit je organisatie ernstig in de problemen brengt.

> lees hier meer over zwangerschaps- en bevallingsverlof en adoptie- en pleegzorgverlof

Na afloop van het ouderschapsverlof moet de medewerker weer het oorspronkelijke aantal uren gaan werken, tenzij jullie daar samen andere afspraken over maken.

tijdelijk minder werken na ouderschapsverlof

Een medewerker die het volledige ouderschapsverlof heeft gebruikt, kan jou verzoeken om tijdelijk minder te werken in verband met de zorg voor het kind. Dit verzoek moet uiterlijk drie maanden vóór het einde van het ouderschapsverlof worden ingediend. Jij moet hier uiterlijk vier weken vóór het einde van het verlof een beslissing over nemen.

aanpassing contract op basis van wfw

Daarnaast kunnen medewerkers op grond van de Wet flexibel werken vragen om aanpassing van arbeidsduur, werktijden of arbeidsplaats.

Bij het opnemen van onbetaald ouderschapsverlof moet je medewerker rekening houden met een lager inkomen. Inkomensafhankelijke regelingen zijn vaak gekoppeld aan het salaris, zoals:

  • huurtoeslag

  • kinderopvangtoeslag

  • zorgtoeslag

  • studiefinanciering

  • tegemoetkomingen in schoolkosten.

Een lager inkomen kan gevolgen hebben voor de hoogte van deze regelingen. 

> meer informatie hierover is verkrijgbaar bij de instanties die de regelingen uitvoeren, bijvoorbeeld op toeslagen.nl.

veelgestelde vragen

  • kan een werkgever ouderschapsverlof weigeren?

    Nee, ouderschapsverlof mag je als werkgever in principe niet weigeren. Alleen als het verlof leidt tot ernstige problemen binnen de organisatie, kun je in overleg een andere verdeling van de verlofuren afspreken.

  • wie betaalt het ouderschapsverlof?

    De eerste negen weken ouderschapsverlof worden deels betaald via een UWV-uitkering van 70% van het dagloon. De overige weken zijn onbetaald.

  • wanneer heeft een medewerker recht op ouderschapsverlof?

    Een medewerker heeft recht op ouderschapsverlof tot het kind acht jaar is. Het verlof bedraagt maximaal 26 werkweken per kind.

  • heeft de partner ook recht op ouderschapsverlof?
  • kan een medewerker ouderschapsverlof opnemen na adoptie of pleegzorg?