wat is de rvu-regeling?

De RVU-regeling is een regeling voor vervroegde uittreding. Met deze regeling kun je als werkgever medewerkers die eerder willen stoppen met werken, bijvoorbeeld vanwege zwaar werk of verminderde belastbaarheid, financieel ondersteunen.

Normaal gesproken betaal je als werkgever een hoge extra belasting over regelingen voor vervroegde uittreding, de zogenoemde RVU-heffing. Sinds enkele jaren geldt er echter een vrijstelling, waardoor je onder voorwaarden een uitkering kunt verstrekken zonder deze heffing te betalen.

De RVU-regeling is bedoeld als tijdelijke overbrugging tot de AOW-leeftijd. Het is geen pensioen en staat los van de pensioenregeling van je organisatie.

wat is de rvu-heffing?

De RVU-heffing is een pseudo-eindheffing die geldt als je als werkgever een regeling aanbiedt waardoor een medewerker eerder kan stoppen met werken. Deze heffing is bedoeld om oneigenlijk gebruik van vroegpensioen tegen te gaan.

rvu-vrijstelling

Dankzij de RVU-vrijstelling hoef je deze heffing niet te betalen zolang:

  • de uitkering maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd ingaat

  • het bedrag binnen de vastgestelde vrijstellingsgrens blijft.

In 2026 bedraagt de RVU-vrijstelling € 2.657 bruto per maand (2025: € 2.273). Over het deel boven dit drempelbedrag betaal je wel RVU-heffing.

> lees hier meer over loonheffingen en werkgeverslasten

lees meer over

rvu-regeling na 2025 en vanaf 2026

De RVU-regeling is per 1 januari 2026 structureel. Daarmee vervalt de eerdere einddatum van 31 december 2025.

drempelbedrag

Het drempelbedrag voor de RVU-vrijstelling stijgt naar € 2.657 bruto per maand (2025: € 2.273). Tegelijkertijd loopt de pseudo‑eindheffing boven de RVU-vrijstellingsgrens op naar 57,7% in 2026 (2025: 52%), 64% in 2027 en 65% vanaf 2028. Voor RVU‑regelingen die uiterlijk op 31 december 2025 zijn gestart, geldt een uitloopmogelijkheid tot 2028.

voor wie is de rvu-regeling bedoeld?

De RVU-regeling is bedoeld voor werknemers die zwaar werk doen en voor wie doorwerken tot de AOW-leeftijd niet realistisch is. Denk aan fysiek belastende functies of werk met hoge mentale druk.

Vaak worden afspraken over de RVU-regeling vastgelegd in een cao. Cao-partijen bepalen dan:

  • welke functies of doelgroepen in aanmerking komen

  • onder welke voorwaarden de regeling geldt

  • hoe de regeling wordt gefinancierd.

Werk je niet met een cao, dan kun je de RVU-regeling in principe ook zelf vormgeven, mits je voldoet aan de wettelijke voorwaarden.

de rvu-regeling en duurzame inzetbaarheid

De RVU-regeling staat niet op zichzelf. Een belangrijke voorwaarde is dat je als werkgever investeert in duurzame inzetbaarheid. Dat betekent dat je ook maatregelen neemt om je medewerkers gezond, inzetbaar en gemotiveerd te houden tot aan hun pensioen.

Denk aan:

  • aanpassing van werkzaamheden

  • scholing en ontwikkeling

  • loopbaanbegeleiding

  • mogelijkheden voor minder of anders werken.

De RVU-regeling is daarmee geen automatische uitstroomregeling, maar onderdeel van een bredere aanpak rond langer en gezond werken.

verlofsparen en eerder stoppen met werken 

Naast de RVU-regeling kunnen werknemers gebruikmaken van verlofsparen. Sinds 1 januari 2021 mogen werknemers maximaal honderd weken verlof belastingvrij sparen.

Blijft het gespaarde verlof onder de grens van honderd weken, dan hoef je als werkgever hierover geen loonheffing af te dragen. Wel moet je het gespaarde verlof als schuld op je balans zetten totdat het wordt opgenomen of uitgekeerd.

De mogelijkheid voor verlofsparen kan in de cao zijn vastgelegd. Is dat niet het geval, dan kun je het ook zelf als werkgever als arbeidsvoorwaarde aanbieden en vastleggen in een individuele arbeidsovereenkomst of personeelsregeling. Zorg er in dat geval voor dat je expliciet vermeldt dat de gespaarde verlofdagen niet na vijf jaar vervallen.