De bijtelling is het bedrag dat je als werkgever bij het loon van je medewerker optelt als hij de auto van de zaak privé gebruikt. De bijtelling geldt zodra het privégebruik meer dan 500 kilometer per kalenderjaar is. Als werkgever zorg je ervoor dat de bijtelling correct wordt berekend en verwerkt in de loonadministratie.

> lees hier meer over loonheffingen

catalogusprijs als basis

Voor het berekenen van de bijtelling gebruik je de catalogusprijs van de auto. De catalogusprijzen van auto’s die sinds 1 januari 2011 zijn geregistreerd, staan in een online database van de RDW. Voor oudere auto’s gebruik je de historische prijslijsten van de officiële importeurs.

> bekijk hier de online database van de rdw

duur van het bijtellingspercentage

Het bijtellingspercentage geldt voor een periode van zestig maanden. Deze periode start op de eerste dag van de maand na de maand waarin het kenteken voor het eerst is afgegeven. Het percentage blijft gelden als de auto van eigenaar wisselt of als een andere medewerker de auto gaat gebruiken. Na afloop van deze periode wordt het bijtellingspercentage opnieuw vastgesteld op basis van de dan geldende regels.

> lees hier meer over fiscale regels rond loon

Rijdt je medewerker in 2026 een auto of bus van de zaak op benzine, diesel of hybride brandstof en gebruikt hij deze meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé, dan geldt een bijtelling van 22% van de cataloguswaarde.

Voor elektrische auto’s geldt in 2026 een lager bijtellingspercentage. De bijtelling is 18% over de eerste 30.000 euro van de catalogusprijs en 22% over het meerdere. Voor waterstofauto’s en zonnecelauto’s geldt de verlaagde bijtelling over de volledige cataloguswaarde.

> kijk hier voor de percentages van vóór 2026

De bijtelling voor volledig elektrische auto’s blijft in 2026 en 2027 lager dan eerder gepland. De bijtelling loopt nu stapsgewijs op:

  • vanaf 1 januari 2026 is de bijtelling 18% over de eerste € 30.000 van de catalogusprijs

  • vanaf 1 januari 2027 is de bijtelling 20% over de eerste € 30.000 van de catalogusprijs

  • vanaf 1 januari 2028 is de bijtelling 22% over de volledige cataloguswaarde.

De bestaande vijfjaarsregel blijft gelden. Als je in 2026 of 2027 een elektrische auto op kenteken zet, blijft het dan geldende tarief vijf jaar lang van toepassing. De regeling geldt voor volledig elektrische auto’s, waterstofauto’s en auto’s met geïntegreerde zonnepanelen. Voor waterstof- en zonnecelauto’s geldt geen maximumbedrag.

youngtimerregeling

De verlaging wordt betaald door een versobering van de youngtimerregeling. Youngtimers zijn zakelijke auto’s van minimaal vijftien jaar oud. De bijtelling wordt berekend over de dagwaarde in plaats van de cataloguswaarde, waardoor deze auto’s fiscaal aantrekkelijk kunnen zijn voor zakelijke rijders.

De regels veranderen de komende jaren:

  • vanaf 1 januari 2026 gaat het minimumbouwjaar omhoog van 15 naar 16 jaar

  • vanaf 1 januari 2027 geldt een minimumbouwjaar van 25 jaar

  • het bijtellingstarief blijft 35% van de dagwaarde.

> lees hier meer over de youngtimerregeling

Voor fossiele auto’s geldt vanaf 1 januari 2027 een extra pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde van de auto bij privégebruik. Woon-werkverkeer wordt daarbij ook als privégebruik gezien. Hierdoor vallen ook auto’s die vooral voor woon-werkritten worden gebruikt onder deze heffing. Voor bestaande contracten geldt overgangsrecht tot 17 september  2030.

Gebruikt je medewerker de auto van de zaak niet meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé, dan kun je besluiten geen bijtelling toe te passen. De verantwoordelijkheid voor deze keuze ligt bij jou als werkgever.

bewijslast bij privégebruik

De bewijslast van het privégebruik van de auto door je medewerker ligt bij jou, als werkgever. Als achteraf blijkt dat de loonadministratie niet klopt, kun je een naheffingsaanslag loonheffingen krijgen. Daarbij kunnen ook boetes worden opgelegd. Het is daarom belangrijk dat je kunt aantonen dat aan de voorwaarden is voldaan.

Je kunt de bewijslast bij je medewerker neerleggen met een Verklaring geen privégebruik auto. Verwacht je medewerker dat hij maximaal 500 kilometer per kalenderjaar privé met de auto van de zaak rijdt, dan kan hij deze verklaring vooraf bij de Belastingdienst aanvragen en de afgegeven verklaring aan jou geven. De medewerker is in dit geval zelf verantwoordelijk voor het aantonen dat aan de voorwaarden voor geen privégebruik is voldaan. Op basis van deze verklaring hoef je geen loonheffingen in te houden en af te dragen over het privégebruik. De verklaring is voor onbepaalde tijd geldig en gekoppeld aan het kenteken van de auto. Bij een nieuw kenteken moet dit worden doorgegeven aan de Belastingdienst. 

kilometeradministratie

Je medewerker moet in het geval van een Verklaring geen privégebruik een sluitende kilometeradministratie bijhouden om desgevraagd te kunnen aantonen dat hij per kalenderjaar maximaal 500 privékilometers heeft gereden. Overschrijdt je medewerker de grens van 500 km, dan moet hij de verklaring weer intrekken.

> lees hier meer over de verklaring geen privégebruik auto

Voor bestelauto’s gelden aparte regels. In sommige situaties hoeft geen bijtelling plaats te vinden. Gebruikt een medewerker de bestelauto uitsluitend zakelijk, dan kan hij gebruikmaken van de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto. Je hoeft dan geen bijtelling toe te passen en een rittenregistratie is niet nodig.

Bij doorlopend afwisselend gebruik van een bestelauto door meerdere medewerkers geldt een eindheffingsregeling. Voldoe je aan de voorwaarden, dan betaal je als werkgever een vast bedrag per bestelauto. In 2026 is dit € 451 per jaar, wat neerkomt op € 37,58 per maand bij een maandaangifte.

> lees hier meer over de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’s