Iedereen die in Nederland woont en hier werkt of een uitkering ontvangt, betaalt belasting over dat inkomen. Dit geldt ook voor mensen die niet in Nederland wonen, maar wel inkomsten uit Nederland hebben. Deze belasting heet inkomstenbelasting.

De inkomstenbelasting wordt berekend over drie soorten inkomen: inkomen uit werk en woning (box 1), inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Voor elke box gelden eigen tarieven en regels.

loonbelasting als voorheffing

Mensen die in loondienst zijn en een vast salaris ontvangen, betalen de inkomstenbelasting al voor een groot deel via de loonbelasting die hun werkgever inhoudt op hun loon. 

> lees hier meer over loon

De inkomstenbelasting heeft een boxenstelsel. Er zijn drie boxen: iedere box vertegenwoordigt een bepaald type inkomstenbron en per box geldt een ander belastingtarief. 

box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

Belastbaar inkomen uit werk en woning bestaat onder andere uit

  • winst uit onderneming

  • loon, uitkering of pensioen

  • fooien en andere inkomsten

  • eigenwoningforfait.

De belastingschijven en -tarieven voor het inkomen uit werk en woning (box 1) zijn per 1 januari 2026:

  • schijf 1 (€ 0 tot € 38.883): 35,75%

  • schijf 2 (€ 38.883 tot € 78.426): 37,56%

  • schijf 3 (€ 78.426 en hoger): 49,50%

Voor AOW-gerechtigden gelden andere tarieven, omdat zij geen AOW-premie betalen. 

> kijk hier voor een overzicht van de tarieven en schijven

> kijk hier meer informatie over box 1

box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

Box 2 gaat over inkomen uit aanmerkelijk belang, zoals dividend uit een eigen BV. 

> kijk hier voor meer informatie over box 2

box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

In box 3 wordt het inkomen uit sparen en beleggen belast. 

> kijk hier voor meer informatie over box 3

Heffingskortingen zijn kortingen op de loonbelasting en premie volksverzekeringen. Voor mensen in loondienst of met een uitkering houdt de werkgever (of uitkeringsinstantie/pensioenfonds) al rekening met bepaalde heffingskortingen. Dit is de loonheffingskorting. Maar er zijn ook heffingskortingen die direct door de Belastingdienst worden verrekend. 

loonheffingskorting via de werkgever

Sommige heffingskortingen kan je als werkgever al verrekenen, waardoor de medewerker of uitkeringsgerechtigde minder belasting of premies hoeft te betalen. Dat mag voor deze heffingskortingen:

  • algemene heffingskorting

  • arbeidskorting

  • ouderenkorting/korting AOW-gerechtigden

  • alleenstaande ouderenkorting

  • jonggehandicaptenkorting.

Het totaal van deze kortingen noemen we: de loonheffingskorting. Medewerkers kunnen hun werkgever schriftelijk vragen om de loonheffingskorting wel of niet toe te passen.

heffingskortingen via de belastingdienst

Er zijn ook heffingskortingen waar je als werkgever geen rekening mee houdt. Deze kortingen kunnen je medewerkers via de aangifte inkomstenbelasting bij de Belastingdienst aanvragen. Het gaat daarbij om de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de korting voor groene beleggingen.
> kijk hier voor het complete overzicht heffingskortingen (2026)

Een werknemer doet aangifte inkomstenbelasting om vast te stellen hoeveel belasting hij over het afgelopen jaar definitief moet betalen. Voor veel werknemers is de aangifte vooraf al (deels) ingevuld door de Belastingdienst. Niet iedere werknemer is verplicht om aangifte te doen. De Belastingdienst laat weten of aangifte nodig is. Een werknemer mag ook vrijwillig aangifte doen, bijvoorbeeld om belasting terug te krijgen.

Als werkgever houd je gedurende het jaar loonheffing in op het loon van je medewerker. Die loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting. In de aangifte inkomstenbelasting worden alle inkomsten, heffingskortingen en eventuele aftrekposten bij elkaar opgeteld. Op basis daarvan wordt berekend of je medewerker nog belasting moet betalen of juist geld terugkrijgt.

De werkgever heeft geen rol bij het doen van de aangifte zelf. Wel is het belangrijk dat je de loon- en jaaropgaven correct en op tijd verstrekt, zodat je medewerker zijn aangifte juist kan invullen.

Uit de aangifte inkomstenbelasting kan volgen dat mensen belastingen terugkrijgen of juist moeten bijbetalen. Belasting terugkrijgen gebeurt vaak als er gedurende het jaar te veel loonheffing is ingehouden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij wisselende inkomens, meerdere werkgevers of het niet volledig benutten van heffingskortingen.

Moet iemand bijbetalen, dan is er gedurende het jaar juist te weinig belasting ingehouden. Dit kan voorkomen als iemand naast loon uit dienstverband ook andere inkomsten heeft, zoals een uitkering of inkomen uit vermogen. De Belastingdienst stuurt na de aangifte een definitieve aanslag waarin staat of er moet worden bijbetaald of dat er geld wordt teruggestort.

voorlopige aanslag

Om grote bijbetalingen te voorkomen, kunnen mensen een voorlopige aanslag aanvragen of laten aanpassen. Daarmee wordt de te betalen belasting alvast gespreid over het jaar.

> lees hier meer over belasting terugkrijgen