Het wereldwijde rapport, gehouden onder 27.000 werkenden en 1.225 werkgevers, waaronder 753 Nederlanders, signaleert een significante verschuiving op de arbeidsmarkt. Specifiek in Nederland uit zich dit in een dynamiek waarbij management en werknemers de realiteit op de werkvloer totaal anders beleven.
disbalans werkgevers en werknemers
De Nederlandse cijfers tonen een nog scherper contrast dan de wereldwijde trends. Waar werkgevers bijna unaniem (96%) uitgaan van zakelijke groei in 2026, is de werkvloer aanzienlijk terughoudender (47%). Een minder positieve houding onder werknemers kan samenhangen met lagere werktevredenheid, verminderde productiviteit en mogelijke uitstroom. Wanneer deze factoren een rol spelen, kan dit het voor werkgevers lastiger maken om hun groeiambities te realiseren.
inflatiecompensatie schiet tekort
Naast groeiambities lopen ook op het gebied van beloning de percepties ver uiteen. Bijna 30% van de werknemers breidt hun uren uit en 26% heeft een tweede baan aangenomen of is hiernaar op zoek. Tegelijkertijd geeft 70% van de Nederlandse werkgevers aan de beloningsstrategie, zoals salarisverhogingen, te hebben aangepast om de inflatie te compenseren. Voor veel werknemers is deze compensatie echter niet toereikend om rond te komen, waardoor zij extra werk of een tweede baan nodig achten. Opvallend is dat, waar de wereldwijde trend van 'stapelbanen' vaak gedreven wordt door carrièreontwikkeling, dit in Nederland vooral voortkomt uit financiële noodzaak.
blinde vlek werkgever: hoe onzichtbare groepsvorming verbinding breekt
Een uniek en zorgwekkend inzicht uit de data betreft de bedrijfscultuur in Nederland. Sterke indicaties wijzen erop dat, hoewel het merendeel van de werkgevers aangeeft een omgeving te creëren waarin iedereen zichzelf kan zijn, de praktijk op de werkvloer hier niet altijd volledig op aansluit. De meerderheid van de werknemers (79%) geeft aan zich redelijk tot volledig authentiek te (kunnen) voelen, echter heeft bijna een kwart (23%) weleens een baan opgezegd omdat zij niet zichzelf konden zijn. Het feit dat werkgevers de cultuur als ‘perfect’ ervaren terwijl medewerkers om die reden vertrekken, markeert een gevaarlijke blinde vlek voor het behoud van talent. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor retentie in de huidige krappe arbeidsmarkt. Oscar van Mourik, gedragswetenschapper bij Randstad Groep Nederland, ziet een groeiende kloof: “Wanneer zoveel mensen zich niet thuis voelen of financieel klem zitten, staat het psychologische contract tussen werkgever en werknemer onder zware druk. Je kunt als organisatie niet spreken van groei of strategie als deze menselijke basisbehoeften niet worden vervuld.”
Deze cijfers dwingen organisaties om kritisch te reflecteren op de vraag hoe zij de praktijken van verbindend werkgeverschap beter kunnen faciliteren. Volgens Van Mourik begint de oplossing bij het doorbreken van de illusie van eenheid: “Bestuurders zien één bedrijf, maar de werkvloer versplintert. Of mensen zich nu terugtrekken in subgroepjes, of door noodzakelijke nevenbanen de aansluiting verliezen: wie die groepsvorming negeert, mist de diepere oorzaak van het onbehagen.” Volgens hem ligt de sleutel tot succes in het inzichtelijk maken van polarisatie binnen teams. “Juist door deze spanningen niet te negeren, ontstaat er ruimte voor een oprechte dialoog. Zo’n gesprek kan niet alleen problemen oplossen, maar kan ook leiden tot acceptatie van onderlinge verschillen.”
ook perceptieverschillen ten aanzien van toepassing AI
Op wereldwijd niveau is er ook verschil tussen werkgevers en medewerkers in hoe zij kijken naar het toepassen van AI. Ook hierin moet de samenwerking worden gestimuleerd, die niet vanzelfsprekend is. Terwijl werkgevers zich voorbereiden op een grootschalige implementatie van AI, gelooft één op de vijf werknemers (21%) dat hun taken niet beïnvloed zullen worden door AI. Daarnaast vreest bijna de helft (47%) dat AI vooral het bedrijf ten goede komt en niet henzelf.
Dit staat in schril contrast met de plannen van werkgevers. Gedurende 2025 is het aantal vacatures waarin gevraagd wordt naar vaardigheden op het gebied van 'AI Agents' omhoog geschoten met 1.587%. Ook de vraag naar 'AI Trainers' steeg in 2025 met 247%, wat de trend bevestigt dat mensen in de toekomst machines zullen onderwijzen. Daarnaast wordt prompt engineering een universele vaardigheid: de vraag hiernaar als kernvaardigheid binnen alle functies is geëxplodeerd met 403%.
Intergenerationele samenwerking is ook een van de meest waardevolle aspecten op de werkvloer, wat het belang van menselijke verbinding onderstreept. Driekwart (78%) van de werknemers geeft aan dat zij soft skills leren van oudere collega’s, terwijl 72% zegt dat ze technische en AI-vaardigheden leren van Gen Z en Millennials. Van Mourik benadrukt: “Alleen werkgevers die erin slagen deze intergenerationele samenwerking te stimuleren behalen hun productiviteitsdoelen in het AI tijdperk.”
traditionele carrièreladder maakt plaats voor portfolio-carrière
Nederlands talent kiest steeds vaker voor eigen regie en een 'portfolio-carrière'. Slechts 30% van het Nederlands talent ambieert nog een lineair carrièrepad, terwijl 34% bewust kiest voor een loopbaan waarin zij regelmatig wisselen van rol en sector. Deze verschuiving onderstreept het groeiende belang van het behouden van eigen regie, waarbij werk-privébalans de doorslaggevende factor is.
Hoewel dit voor 76% een belangrijke reden is om voor een werkgever te kiezen, is het voor 52% zelfs de voornaamste reden om te blijven. Hiermee laat het aspecten zoals baanzekerheid (27%) en een extra hoog salaris (14%) achter zich. Voor werkgevers is het van belang om flexibiliteit in te zetten als onderscheidende factor om talent te behouden, zelfs wanneer het salaris minder competitief is.
Werkgevers moeten deze kloof in regie overbruggen, want werk-privébalans en flexibiliteit zijn voor talent vaak belangrijker dan een extra hoog salaris bij het blijven in een functie. Bijkomstig is 68% ervan overtuigd dat meer autonomie - de mate waarin je zelf kan bepalen hoe je je werk uitvoert - leidt tot een hogere betrokkenheid, productiviteit en retentie.
Volgens Van Mourik ligt de uitdaging in de nabije toekomst in toenadering en verbinding zoeken. “Pas als bedrijf en medewerker elkaar weer vinden in een gedeelde waarde die een bredere samenwerking stimuleert, kan de verwachte groei daadwerkelijk worden gerealiseerd.”