prinsjesdag 2026 wat gaat er veranderen? 

Op de derde dinsdag van september presenteerde het kabinet de plannen voor 2027. De nieuwe tarieven voor loon- en inkomstenbelasting, sociale premies en heffingskortingen zijn bekendgemaakt. Daarnaast veranderen regels voor flexwerk, uitzenden, het minimumjeugdloon, de auto van de zaak en het pensioenstelsel. Sommige wijzigingen zijn al definitief, andere moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. In dit overzicht lees je wat er verandert, wanneer de maatregelen ingaan en waarop je je als werkgever kunt voorbereiden. 

economie en koopkracht in 2027

De Macro Economische Verkenning (MEV) 2027 van het Centraal Planbureau (CPB) laat zien dat de economie in 2027 blijft groeien. De koopkracht daalt in 2027 licht.

Het CPB verwacht een economische groei van 1,4% in 2026 en 1,2% in 2027. Deze cijfers zijn gelijk aan de eerdere voorlopige raming. De maatregelen uit de Miljoenennota hebben volgens het CPB nauwelijks invloed op de economische groei.

Voor werkgevers blijft de arbeidsmarkt naar verwachting krap, al loopt de werkloosheid licht op: van 3,9% in 2026 naar 4,0% in 2027. 

De cao-lonen bij bedrijven stijgen in 2027 naar verwachting met 3,8%, terwijl de inflatie uitkomt op 2,7%. De lonen stijgen dus nog steeds harder dan de prijzen. Toch daalt de mediane koopkracht in 2027 met 0,1%. Dat komt vooral door de vrijheidsbijdrage: het kabinet corrigeert de belastingschijven in 2027 maar deels voor inflatie, waardoor werknemers sneller in een hogere schijf vallen. Ook de hogere zorgpremies drukken de koopkracht, want de verhoging van het eigen risico is uitgesteld. Een hogere arbeidskorting, een minder sterke verhoging van de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf dan eerder gepland en de lagere inflatie verzachten de daling wel.

De gevolgen verschillen per huishouden. Volgens de Prinsjesdagcijfers van het ministerie van SZW gaan huishoudens met een laag inkomen er in doorsnee 0,2% op vooruit en ouderen 0,3%. Het CPB wijst erop dat gepensioneerden profiteren van de indexatie van hun pensioen. De verlaging van de ouderenkorting dempt dit voordeel. Het aandeel mensen dat in armoede leeft, blijft in 2026 en 2027 gelijk op 2,6%.

Het kabinet wil de lagere accijns op benzine en diesel met een jaar verlengen, tot en met 31 december 2027. Hierdoor stijgen de prijzen aan de pomp minder sterk. Volgens het CPB draagt deze maatregel eraan bij dat de inflatie in 2027 0,1 procentpunt lager uitkomt dan in de eerdere raming.

noodfonds energie

Het kabinet opent het Noodfonds Energie om huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening deze winter te ondersteunen. Hiervoor is € 193 miljoen beschikbaar. Iedereen die in aanmerking komt en een aanvraag indient, krijgt steun. Naar verwachting gaat het om ongeveer 500.000 huishoudens.

tip

Bereid je nu al voor op vragen van medewerkers over een dalende koopkracht in 2027. Leg uit dat dit komt door een combinatie van factoren: maatregelen uit het coalitieakkoord, zoals de vrijheidsbijdrage, drukken de koopkracht, terwijl de hogere heffingskortingen, zoals de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, dat deels compenseren. Heb je medewerkers met een laag inkomen en een hoge energierekening? Wijs hen ook op het Noodfonds Energie, zeker als je organisatie veel medewerkers in lagere loonschalen heeft.

> terug naar alle thema's 

arbeidsmarkt in 2027

Van de grote arbeidsmarktwetten die vorig jaar nog in behandeling waren, zijn er dit jaar meerdere daadwerkelijk aangenomen. Voor werkgevers verandert er in 2027 dus echt iets, niet alleen op papier.

wtta: toelatingsstelsel voor uitzenden en uitlenen

De Wtta treedt op 1 januari 2027 in werking. Uitleners die gebruik willen maken van de overgangsregeling moeten zich vóór die datum aanmelden bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Vanaf 1 januari 2028 handhaaft de Nederlandse Arbeidsinspectie de toelatingsplicht. Ook inleners kunnen dan een boete krijgen als zij werken met een uitlener zonder toelating. Benieuwd wat dit precies voor jouw organisatie betekent? 

lees onze wtta-pagina

> terug naar boven

wet meer zekerheid flexwerkers: ketenregeling en oproepcontract veranderen 

De Wet meer zekerheid flexwerkers is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. De meeste maatregelen gaan op 1 januari 2028 in. Oproepcontracten worden dan vervangen door bandbreedtecontracten, de onderbrekingstermijn in de ketenregeling wordt langer en fase B wordt korter. De verplichting om uitzendkrachten gelijke of gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden te geven gaat al op 31 december 2026 in. De cao’s in de uitleenbranche (ABU, NBBU en VvdN) voorzien al sinds 1 januari 2026 in gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Benieuwd wat de nieuwe wet voor jouw organisatie betekent?

lees onze wet meer zekerheid flexwerkers-pagina

> terug naar boven

rechtsvermoeden bij een laag uurtarief 

De Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief is aangenomen. Bij een uurtarief onder € 38 kan een werkende een beroep doen op het vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever moet dan aantonen dat dit niet zo is.

Het rechtsvermoeden geldt alleen in het civiele recht. Het is geen fiscaal minimumtarief en verandert de manier waarop de Belastingdienst arbeidsrelaties beoordeelt niet. De wet treedt uiterlijk op 31 december 2026 in werking.

lees meer over het rechtsvermoeden

> terug naar boven

zelfstandigenwet: kabinetswetsvoorstel 

Het kabinet werkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet, die zelfstandigen en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid moet geven over de vraag wanneer iemand als zelfstandige kan werken. Daarnaast wil het kabinet schijnzelfstandigheid tegengaan.

Het voorstel werkt met twee toetsen met een beperkt aantal concrete criteria. De zelfstandigentoets kijkt naar de persoon die het werk uitvoert, bijvoorbeeld naar diens onafhankelijkheid en ondernemersrisico. De werkrelatietoets kijkt naar de verhouding tussen de zelfstandige en de opdrachtgever. Daarbij gaat het onder meer om de vrijheid om het werk zelf te organiseren en het ontbreken van gezag.

Voldoen de zelfstandige en de werkrelatie aan de criteria? Dan ontstaat volgens het kabinet een ‘veilige haven’: vooraf is duidelijk dat iemand als zelfstandige kan werken en dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De wet mag de bestaande bescherming van medewerkers niet aantasten.

De precieze criteria worden nader uitgewerkt bij de tweede internetconsultatie, die eind september 2026 start. Tegelijkertijd biedt het kabinet het voorstel aan voor uitvoeringstoetsen en voor beoordeling door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). Daarna wil het kabinet het voorstel zo snel mogelijk voor advies naar de Raad van State sturen. Behandeling door de Tweede en Eerste Kamer is voorzien in 2027. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.

Los van de Zelfstandigenwet treedt op 31 december 2026 het civielrechtelijke rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief in werking. Een werkende die minder dan € 38 per uur ontvangt, kan zich op dit rechtsvermoeden beroepen. Het is dan aan de opdrachtgever om aan te tonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Voor platformwerkers komt daarnaast een afzonderlijk rechtsvermoeden in de Wet platformwerk. Een platformwerker kan daarop een beroep doen als de werkrelatie aan minimaal twee van de vijf wettelijke criteria voldoet. Het platform moet dan aantonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit wetsvoorstel voert de Europese Platformwerkrichtlijn uit en bevat ook regels over het gebruik van algoritmes door digitale arbeidsplatformen.

De actuele opzet en planning staan in de Kamerbrief over de vervolgstappen van de Zelfstandigenwet.

> terug naar boven

wet loontransparantie: wetsvoorstel nog in behandeling 

Het wetsvoorstel voor de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen ligt bij de Tweede Kamer. Het kabinet streeft naar inwerkingtreding op 1 januari 2027, maar deze datum is nog niet definitief.

De transparantieverplichtingen gelden volgens het voorstel voor alle werkgevers. Zo moeten werkgevers sollicitanten tijdig informeren over het startsalaris of de salarisbandbreedte, mogen zij niet vragen naar het vorige salaris en moeten medewerkers informatie kunnen opvragen over de beloning van gelijkwaardig werk.

Werkgevers met honderd of meer medewerkers krijgen een rapportageplicht over beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. De frequentie hangt af van de omvang van je organisatie. Benieuwd naar de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen?

lees meer over de wet loontransparantie

> terug naar boven

minimumjeugdloon

Het kabinet verhoogt het minimumjeugdloon per 1 januari 2027. De percentages ten opzichte van het volwassen minimumloon gaan flink omhoog:

leeftijd

2027

2026

20 jaar 87,5% 80%
19 jaar 75% 60%
18 jaar 62,5% 50%
17 jaar 50% 39,5%
16 jaar 40% 34,5%
15 jaar 30% 30%

Ook verdwijnt het lagere bbl-tarief: bbl'ers van 18 tot en met 20 jaar krijgen voortaan hetzelfde jeugdloon als leeftijdsgenoten zonder bbl-traject.

tip

Heb je veel jonge medewerkers of bbl'ers in dienst, bijvoorbeeld in de horeca, retail of techniek? Reken nu al door wat deze stijging betekent voor je loonkosten vanaf januari 2027.

> terug naar boven

wet banenafspraak 

De Wet banenafspraak bestaat al langer, maar het quotumsysteem wordt per 1 januari 2027 vereenvoudigd. Vanaf die datum vervalt het onderscheid tussen de sectoren markt en overheid in de berekening van het aantal gerealiseerde banen. De huidige quotumheffing wordt vervangen door een inclusiviteitsopslag. Voor werkgevers met 25 of meer medewerkers blijft de regeling relevant.

> terug naar boven

participatiewet in balans 

De Participatiewet in balans verandert de regels voor de bijstand in stappen. De eerste wijzigingen gingen in op 1 januari 2026. Vanaf 1 januari 2027 kunnen gemeenten een bufferbudget inzetten voor mensen die deeltijd werken en daarnaast een bijstandsuitkering ontvangen.

Komen zij door wisselende inkomsten in een maand onder het sociaal minimum? Dan kan de gemeente hun inkomen aanvullen. Hiervoor is maximaal € 1.000 per jaar per persoon beschikbaar. Het bufferbudget telt niet mee als inkomen voor belastingen en toeslagen.

Voor werkgevers is vooral van belang dat medewerkers inkomsten uit deeltijdwerk en een bijstandsuitkering makkelijker kunnen combineren. De gemeente bepaalt per persoon of en hoe het bufferbudget wordt ingezet. Wil je meer weten over de participatiewet in balans?

lees meer over de participatiewet

> terug naar boven

nieuwkomers aan het werk 

Het kabinet wil dat meer nieuwkomers aan het werk gaan. Daarom stijgt het aantal Meedoenbalies in asielzoekerscentra van veertig naar negentig in 2027. Bij deze balies kunnen asielzoekers terecht voor hulp bij het vinden van werk en andere activiteiten. Voor de uitbreiding is in 2027 € 5 miljoen beschikbaar.

Asielzoekers mogen op dit moment werken als hun asielaanvraag minimaal zes maanden in behandeling is. Het kabinet wil deze wachttijd voor asielzoekers met een grote kans op een verblijfsvergunning verkorten naar drie maanden. Dit plan is nog niet definitief.

Sinds 12 juni 2026 gelden daarnaast nieuwe Europese regels. Deze regels zijn van toepassing op asielaanvragen die vanaf die datum zijn ingediend. Asielzoekers uit veilige landen van herkomst, asielzoekers die onjuiste informatie hebben verstrekt en mensen waarbij een andere EU-lidstaat de asielaanvraag beoordeelt (zij hebben dan een overdrachtsbesluit) mogen niet werken.

Als werkgever heb je een tewerkstellingsvergunning van UWV nodig om een asielzoeker in dienst te nemen. UWV controleert bij de aanvraag of de asielzoeker mag werken. Een asielzoeker heeft recht op hetzelfde loon en dezelfde arbeidsvoorwaarden als andere medewerkers die hetzelfde werk doen.

tip

Wil je een asielzoeker in dienst nemen? Controleer dan eerst of die persoon in Nederland mag werken en vraag op tijd een tewerkstellingsvergunning aan bij UWV.

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

belastingplan 2027 voor werkgevers

In het Belastingplan 2027 staan de plannen van het kabinet voor de belastingen in Nederland. Bij het Belastingplan biedt het kabinet ook een aantal wetsvoorstellen aan de Tweede Kamer aan. Deze vormen samen het pakket Belastingplan 2027. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer moeten de voorstellen nog goedkeuren. Tot eind december kunnen  de bedragen en tarieven nog wijzigen.
Niet alle wijzigingen hieronder komen uit dit pakket: sommige, zoals de expatregeling en de vrije ruimte in de werkkostenregeling, zijn al in eerdere jaren wettelijk vastgelegd en gaan simpelweg per 1 januari 2027 in.

box 1 

De schijfgrenzen en tarieven in box 1 (inkomen uit werk en woning) veranderen per 2027. Voor werknemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt:

box 1

schijfgrenzen

tarief 2027

tarief 2026

schijf 1 € 0 tot € 39.247 36,23% 35,75%
schijf 2 € 39.247 tot € 78.426 38,16% 37,56%
schijf 3 € 78.426 en hoger 49,50% 49,50%

Voor AOW-gerechtigden geboren vóór 1 januari 1946 ligt de grens van schijf 1 hoger, tot € 41.637.

> terug naar boven

heffingskortingen 

Elke werknemer in loondienst heeft bij zijn hoofdwerkgever recht op de loonheffingskorting, de verzamelnaam voor alle kortingen op de loonbelasting en premies volksverzekeringen. De bedragen voor 2027 zijn nog onder voorbehoud tot de definitieve goedkeuring eind december.

De belangrijkste heffingskortingen voor 2027 zijn:

heffingskorting

2027

2026

algemene heffingskorting onder AOW-leeftijd € 3.154 € 3.115
algemene heffingskorting vanaf AOW-leeftijd € 1.596 € 1.556
maximale arbeidskorting onder AOW-leeftijd € 5.929 € 5.685
maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting onder AOW-leeftijd € 2.918 € 3.032
jonggehandicaptenkorting € 935 € 923
maximale ouderenkorting € 1.993 € 2.067
alleenstaande-ouderenkorting € 547 € 540

let op!

de inkomensafhankelijke combinatiekorting daalt, terwijl de meeste andere kortingen stijgen. 

> terug naar boven

werkkostenregeling (wkr) 

De belastingvrije personeelskorting voor producten uit het eigen bedrijf (tot € 500 per jaar) wordt per 2027 afgeschaft. Werkgevers kunnen nog steeds korting geven aan medewerkers, maar moeten dit voortaan via de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) doen.

Die vrije ruimte wordt overigens iets groter: het percentage over de eerste € 400.000 van de loonsom stijgt van 2,00% in 2026 naar 2,16% in 2027. Daarboven blijft het 1,18%. Deze verhoging komt niet uit het belastingplan 2027 maar vloeit voort uit eerdere wetgeving.

tip

Heb je een personeelskortingsregeling op branche-eigen producten? Bekijk of en hoe je deze via de vrije ruimte kunt blijven aanbieden, en pas je WKR-administratie hierop aan. Neem de hogere vrije ruimte gelijk mee in je berekening voor 2027.

> terug naar boven

reiskostenvergoeding 

De maximale onbelaste reiskostenvergoeding gaat van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Dit geldt al met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026, als onderdeel van het maatregelenpakket dat het kabinet in april 2026 nam tegen de hoge energie- en brandstofprijzen.

tip

Werkgevers beslissen zelf of en wanneer ze de vergoeding voor hun medewerkers verhogen. Bepaal je standpunt en communiceer dit tijdig, ook over de terugwerkende kracht naar 2026.

> terug naar boven

thuiswerkvergoeding 

De onbelaste thuiswerkvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd. Het definitieve bedrag voor 2027 wordt zoals gebruikelijk pas in december 2026 bekendgemaakt.

> terug naar boven

expatregeling vanaf 2027 

Op basis van eerdere wetgeving (Belastingplan 2025) verandert de expatregeling, voorheen de 30%-regeling,  per 1 januari 2027. Werkgevers mogen dan standaard nog maximaal 27% van het loon van een ingekomen medewerker onbelast vergoeden (tot maximaal de WNT-norm van € 273.000). Daarnaast geldt voor nieuwe gevallen een verhoogde salarisnorm: 

  • reguliere werknemers: € 50.436 per jaar

  • werknemers jonger dan 30 jaar met een academische mastertitel: € 38.338 per jaar.

Beide bedragen worden vóór de inwerkingtreding nog geïndexeerd; de definitieve bedragen voor 2027 worden eind 2026 bekendgemaakt.

Er geldt overgangsrecht:

  • begon een medewerker uiterlijk op 31 december 2023 met de regeling? Dan blijft vanaf 2027 het percentage van 30% en de huidige salarisnorm gelden

  • begon een medewerker in 2024 met de regeling? Dan geldt vanaf 2027 een vergoeding van maximaal 27%, maar blijft de huidige salarisnorm gelden

  • begon een medewerker op of na 1 januari 2025 met de regeling? Dan geldt vanaf 2027 een vergoeding van maximaal 27% en de nieuwe, hogere salarisnorm

let op! 

Per 1 januari 2027 vervalt eveneens het overgangsrecht voor de partiële buitenlandse belastingplicht (box 2 en box 3) voor alle expats. 

tip

Controleer per medewerker wanneer de beschikking voor de expatregeling is ingegaan. Zo bepaal je welk percentage en welke salarisnorm vanaf 2027 gelden.

lees meer over de expatregeling

> terug naar boven

box 2 

In box 2 geldt in 2027 een tarief van 24,5% tot een belastbaar inkomen van € 69.607. Over het meerdere geldt een tarief van 31%.

> terug naar boven

box 3 

Het tarief in box 3 blijft in 2027 36%. Het heffingsvrije vermogen bedraagt € 60.098 per persoon en € 120.196 voor fiscale partners.

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

werkgeverspremies en zorgkosten 

Verschillende werkgeverspremies stijgen in 2027. Ook de zorgpremie en het verplichte eigen risico gaan naar verwachting omhoog. Houd er rekening mee dat een deel van de bedragen nog voorlopig is.

werkgeverspremies in 2027 

Werkgevers betalen premies voor onder meer werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en de Ziektewet. De voorlopige percentages voor 2027 zijn:

werkgeverspremie

2027

2026

awf-laag (voor vaste dienstverbanden) 2,74% 2,74%
awf-hoog (voor flexibele dienstverbanden) 7,74% 7,74%
uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) 0,68% 0,68%
aof-kleine werkgevers 6,67% 6,27%
aof-grote werkgevers 8,03% 7,63%
uniforme opslag kinderopvang (Aof) 0,50% 0,50%
werkhervattingskas, gemiddelde premie WGA 1,07% 0,96%
werkhervattingskas, gemiddelde premie Ziektewet-flex 0,60% 0,56%

De stijging van de Aof-premie komt deels door de vrijheidsbijdrage. Het kabinet gebruikt deze premie om een deel van de hogere defensie-uitgaven te betalen, goed voor zo'n 1,5 miljard euro in 2027.

De WHK-percentages van 1,07% en 0,60% zijn landelijke gemiddelden. De werkelijke premie verschilt per werkgever. Deze hangt onder meer af van de omvang van de organisatie, de sector en de instroom in de WGA en Ziektewet.

Middelgrote en grote werkgevers ontvangen van de Belastingdienst een beschikking met hun individueel berekende WHK-premie. Kleine werkgevers ontvangen een mededeling met de premie voor hun sector. Ben je eigenrisicodrager? Dan betaal je geen publieke premie voor het onderdeel waarvoor je het risico zelf draagt.

tip

Gebruik de beschikking of mededeling van de Belastingdienst voor je definitieve loonkostenbegroting. De gemiddelde percentages geven alleen een eerste indicatie.

lees meer over de whk-premie

> terug naar boven

werkgeversheffing zvw stijgt 

De werkgeversheffing ZVW stijgt in 2027 van 6,10% naar 6,27%. Het maximumbijdrageloon stijgt naar € 82.547. Je betaalt de werkgeversheffing over het loon tot dit maximumbedrag. Over het loon boven deze grens betaal je geen extra ZVW-heffing.

De lagere inkomensafhankelijke bijdrage ZVW voor onder anderen zelfstandig ondernemers en gepensioneerden stijgt naar 5,02%. Deze bijdrage is geen werkgeversheffing.

tip

Laat de hogere werkgeversheffing ZVW verwerken in je loonkostenbegroting voor 2027. De stijging werkt vooral door bij medewerkers met een loon tot het maximumbijdrageloon.

> terug naar boven

zorgverzekering wordt duurder 

Het kabinet raamt de gemiddelde premie voor de basisverzekering in 2027 op ongeveer € 169 per maand. Dat is circa € 12 per maand meer dan in 2026. Zorgverzekeraars maken hun definitieve premies uiterlijk op 12 november 2026 bekend.

Het verplichte eigen risico stijgt volgens de plannen in 2027 van € 385 naar € 400. De eerder aangekondigde verhoging naar € 460 is uitgesteld. De maximale zorgtoeslag voor alleenstaanden stijgt naar verwachting naar € 140 per maand.

tip

Bied je medewerkers een vergoeding voor hun zorgverzekering? Controleer dan na 12 november 2026 of de definitieve zorgpremies gevolgen hebben voor deze arbeidsvoorwaarde.

> terug naar boven

aftrek specifieke zorgkosten vervalt mogelijk in 2028 

Het kabinet wil de fiscale aftrek van specifieke zorgkosten vanaf 1 januari 2028 afschaffen. In 2027 wordt gewerkt aan een andere vorm van ondersteuning voor mensen met een chronische ziekte. Beide maatregelen moeten nog verder worden uitgewerkt en goedgekeurd.

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

mobiliteit, bijtelling en pseudo-eindheffing fossiele auto’s 

Voor vervoer en materieel gelden in 2027 forse wijzigingen: van elektrische auto’s tot deelfietsen. Je moet hier nu al beleid op aanpassen om verrassingen te voorkomen.

bijtelling elektrische auto van de zaak 

De bijtelling voor elektrische leaseauto’s (en andere nulemissieauto’s) ging per 1 januari 2026 al omhoog naar 22%, hetzelfde tarief als benzine- en dieselauto’s. voor auto’s die al in 2025 zijn toegelaten, geldt een overgangsregeling: zij profiteren nog 60 maanden van het lagere tarief.  

tip

Heb je leaseauto's die nog in 2025 zijn geregistreerd? Die profiteren nog tot 60 maanden na registratie van het lagere bijtellingstarief. Breng in kaart welke auto's dit betreft en wanneer de overgangstermijn voor elke auto afloopt, zodat je medewerkers op tijd kunt informeren over de stijging naar 22%.

> terug naar boven

youngtimerregeling: leeftijdsgrens verandert geleidelijk 

De eerder aangekondigde verhoging van de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling naar 25 jaar gaat niet door. In plaats daarvan stijgt de grens geleidelijk: naar 17 jaar in 2027 en 20 jaar in 2028 (met overgangsrecht voor bestaande gevallen). Dit is relevant voor werkgevers, zzp'ers en ondernemers met een zakelijke auto van 16 jaar of ouder.

> terug naar boven

pseudo-eindheffing voor fossiele brandstofauto’s 

Werkgevers betalen vanaf 1 januari 2027 een pseudo-eindheffing als zij een fossiele of hybride personenauto voor het eerst aan een medewerker ter beschikking stellen voor woon-werkverkeer of privégebruik. De heffing bedraagt per jaar 12% van de cataloguswaarde, inclusief btw en BPM. De werkgever berekent de heffing per kalendermaand. Voor personenauto’s die ouder zijn dan 25 jaar wordt de heffing berekend over de waarde in het economische verkeer.

Woon-werkverkeer telt voor deze heffing als privégebruik. De grens van 500 privékilometers die voor de normale bijtelling geldt is hier niet van toepassing. De pseudo-eindheffing geldt niet voor een auto die uitsluitend zakelijk wordt gebruikt. Bestelauto’s vallen buiten de regeling.

Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Het kabinet stelt voor dit overgangsrecht te verlengen tot en met 31 december 2030. Als de Tweede en Eerste Kamer daarmee instemmen, geldt de heffing vanaf 1 januari 2031 ook voor deze auto’s.

Het kabinet stelt daarnaast de volgende uitzonderingen voor:

  • tijdelijk vervangend vervoer: een vervangende fossiele personenauto valt maximaal veertien kalenderdagen per onderhouds- of reparatieperiode buiten de heffing. Dit geldt ook bij schadeherstel of een bandenwissel. De vaste auto moet op dezelfde manier ter beschikking zijn gesteld als de vervangende auto

  • kortdurende terbeschikkingstelling: tot en met 31 december 2030 mag een werkgever een fossiele personenauto eenmaal per kalenderjaar maximaal zeven aaneengesloten dagen ter beschikking stellen zonder pseudo-eindheffing. Deze tijdelijke uitzondering geldt per auto en per werkgever. Zij is bijvoorbeeld bedoeld voor kortdurend gebruik van een huur- of deelauto

  • handgeschakelde lesauto's: een handgeschakelde auto waarmee rijles wordt gegeven, valt buiten de heffing

  • voorkomen van dubbele heffing: bij samenloop met de  pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen wordt hetzelfde voordeel niet twee keer belast. 

tip

Leg per auto vast wanneer deze voor het eerst ter beschikking is gesteld en of de medewerker de auto voor woon-werkverkeer of privéritten mag gebruiken. Registreer ook de perioden waarin een vervangende, huur- of deelauto ter beschikking wordt gesteld. Zo kun je bepalen vanaf welke datum de heffing geldt.

> terug naar boven

motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto's 

Voor emissievrije personenauto’s blijft in 2027 een korting van 30% op de motorrijtuigenbelasting gelden. Die korting geldt ook in 2028. In 2029 daalt de korting naar 25% en vanaf 2030 vervalt zij. Voor elektrische bestelauto’s en plug-in hybrides geldt sinds 2026 geen korting meer.

> terug naar boven

vliegbelasting krijgt drie afstandstarieven 

Vanaf 2027 bedraagt de vliegbelasting € 31,04 voor vluchten korter dan 2.000 kilometer, € 49,87 voor vluchten tussen 2.000 en 5.500 kilometer en € 59,43 voor langere vluchten.

tip

Hou bij internationale bedrijfsreizen over lange afstand rekening met dit lagere tarief en maak afspraken over duurzaam vervoer voor kortere bestemmingen.

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

verlof, rvu en ww

In 2027 veranderen enkele regels rond vervroegd uittreden en inkomenszekerheid. Andere plannen, zoals de nieuwe Verlofwet, gaan volgens de huidige planning pas later in.

vereenvoudiging verlofstelsel 

Verlofwet: vooruitblik op 2028.

Het kabinet wil de verschillende wettelijke verlofregelingen uit de Wet arbeid en zorg (Wazo) samenbrengen in een nieuwe Verlofwet. Het voorstel verdeelt de regelingen over drie pijlers:

Kortdurend en langdurend zorgverlof worden volgens het voorstel samengevoegd tot één regeling van acht weken. Daarvan zijn twee weken betaald tegen 70% van het loon en zes weken onbetaald. Ook worden verschillende aanvraag- en opnametermijnen op elkaar afgestemd.

De internetconsultatie is afgerond. Het kabinet streeft naar invoering op 1 januari 2028, maar het wetsvoorstel moet nog worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer.

tip

Je hoeft je verlofregelingen voor 2027 nog niet aan te passen. Breng wel in kaart welke wettelijke en bovenwettelijke verlofregelingen je aanbiedt. Dat maakt het later eenvoudiger om de gevolgen van de Verlofwet te bepalen.

> terug naar boven

rvu-regeling stijgt in 2027 

De RVU-drempelvrijstelling is sinds 1 januari 2026 structureel. Hierdoor kan een werkgever onder voorwaarden maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd een RVU-uitkering betalen zonder extra RVU-heffing.

Het vrijgestelde maandbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Verwerk het definitieve bedrag voor 2027 zodra de Belastingdienst dit publiceert. Betaal je meer dan het vrijgestelde bedrag of begint de uitkering eerder dan drie jaar voor de AOW-leeftijd? Dan betaal je over dat deel RVU-heffing.

De RVU-heffing stijgt van 57,7% in 2026 naar 64% in 2027. Deze verhoging is al vastgelegd in het Belastingplan 2026. In 2028 stijgt het tarief verder naar 65%.

Cao-partijen kunnen afspraken maken over werknemers met zwaar werk. Zij bepalen welke functies en werkzaamheden daaronder vallen. Er is geen algemene lijst met zware beroepen.

tip

Controleer welke RVU-afspraken in je cao gelden en welke medewerkers binnen de afgesproken doelgroep vallen. Het moment van uitkeren is bepalend: het tarief van 64% geldt voor alle RVU-betalingen die in 2027 worden gedaan, ongeacht wanneer de RVU-overeenkomst met de werknemer is gesloten.

> terug naar boven

verkorting ww uitgesteld tot 2029 

Het kabinet wil de maximale WW-duur verkorten van 24 naar twaalf maanden. Ook wil het kabinet de uitkering in de eerste twee maanden verhogen. Beide maatregelen zijn uitgesteld tot 1 januari 2029 en moeten nog in wetgeving worden uitgewerkt.

In 2027 en 2028 blijft de huidige maximale WW-duur van 24 maanden gelden. De werkelijke uitkeringsduur hangt af van het arbeidsverleden en de persoonlijke situatie van de medewerker.

tip

Ga in algemene berekeningen voor 2027 en 2028 uit van de huidige wettelijke maximale WW-duur. Doe geen toezegging over de duur of hoogte van een individuele WW-uitkering.

> terug naar boven

compensatie transitievergoeding voorlopig behouden 

Werkgevers kunnen onder de huidige voorwaarden nog compensatie aanvragen voor een betaalde transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De eerder voorgenomen beperking tot kleine werkgevers is niet op 1 juli 2026 ingegaan.

Het kabinet wil de compensatieregelingen volledig afschaffen. De voorgenomen afschaffing per 1 januari 2027 is met een jaar uitgesteld. Afschaffing per 1 januari 2028 is nog afhankelijk van parlementaire goedkeuring.

Totdat de wet verandert, kunnen werkgevers onder de huidige voorwaarden compensatie aanvragen. De aanvraag moet uiterlijk zes maanden na de volledige betaling van de transitievergoeding bij UWV zijn ingediend.

tip

Controleer bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid of je aan de huidige voorwaarden voor compensatie voldoet. Bewaar onder meer de ontslagstukken, de berekening van de transitievergoeding en het betalingsbewijs.

lees meer over transitievergoeding

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

pensioen 

Ook voor 2027 zijn er weinig verrassingen op pensioengebied: de koers ligt al vast met de Wet toekomst pensioenen en de doorlopende invoering van het nieuwe stelsel.

aow 

Elk jaar wordt via een wettelijk vastgestelde formule berekend op welke leeftijd men over vijf jaar AOW ontvangt. In 2027 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar. Pas in 2028 stijgt deze met drie maanden naar 67 jaar en 3 maanden.

> terug naar boven

wet toekomst pensioenen 

De Wet toekomst pensioenen is op 1 juli 2023 in werking getreden en zit inmiddels midden in de transitieperiode naar het nieuwe stelsel. Deze wet regelt onder meer:

  • meer flexibele mogelijkheden voor pensioenopbouw

  • pensioenopbouw in beschikbare premieregelingen

  • een gelijk premiepercentage voor iedereen

  • meer ruimte voor zzp'ers om voor hun pensioen te sparen.

De oorspronkelijke einddatum voor de overstap was 1 januari 2027, maar de Eerste Kamer heeft in december 2025 een wet aangenomen die de transitieperiode met een jaar verlengt. Uiterlijk op 1 januari 2028 moeten dus alle pensioenregelingen zijn aangepast aan het nieuwe stelsel. 

In 2027 stapt daarmee een groot deel van de resterende pensioenfondsen en -uitvoerders over, voordat de nieuwe regels vanaf 2028 voor iedereen gelden. Voor werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling geldt een extra deadline. Het transitieplan moet uiterlijk op 1 oktober 2027 bij de pensioenuitvoerder zijn ingediend.

tip

Check bij je pensioenuitvoerder hoe de overstap naar het nieuwe stelsel wordt georganiseerd en welke communicatie richting je medewerkers gepland staat.

tip

Heb je een klein bedrijf met een verzekerde regeling? Vraag tijdig na welke extra ondersteuning jouw uitvoerder biedt bij de overgang en onderneem tijdig actie als je een adviseur wilt inschakelen.

> terug naar boven

maximuminkomen pensioenopbouw bevroren 

Over het inkomensdeel boven € 137.800 kan geen fiscaal gefaciliteerd pensioen worden opgebouwd. Het kabinet wil deze grens van 2027 tot en met 2032 niet indexeren.

tip

Heb je medewerkers met een salaris boven € 137.800? Laat hen via HR of de pensioenuitvoerder weten dat het fiscale voordeel op het pensioendeel boven deze grens de komende zes jaar niet meegroeit met de inflatie.

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

regelingen en subsidies

Er zijn verschillende regelingen die de loonkosten of investeringslasten voor werkgevers beïnvloeden. De afgelopen jaren zijn deze subsidies flink vereenvoudigd en per 2027 komt daar een nieuwe aanpassing bij.

loonkostenvoordelen (lkv) 

De regeling voor loonkostenvoordelen (LKV) is de afgelopen jaren ingrijpend gewijzigd. Zo is het lage-inkomensvoordeel (LIV) per 1 januari 2025 afgeschaft. Voor nieuwe dienstverbanden ontstaat sinds 1 januari 2026 geen recht meer op het LKV oudere werknemer. Voor oudere dienstverbanden kan het bestaande recht binnen de maximale looptijd nog doorlopen. Er zijn nog drie soorten LKV beschikbaar:

  • het LKV arbeidsgehandicapte werknemer

  • het LKV banenafspraak

  • het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer.

Nieuw per 1 januari 2027: bij overgang van een onderneming kan de nieuwe werkgever het resterende recht op een LKV overnemen voor de rest van de looptijd. 

tip

Ga bij een bedrijfsovername of fusie na of er nog een lopend LKV-recht overgaat naar de nieuwe werkgever. Zorg dat dit correct in de loonadministratie wordt verwerkt.

> terug naar boven

wbso 

Met de WBSO (afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk) krijgen organisaties die kosten maken voor onderzoek en ontwikkeling (S&O) een vermindering op de af te dragen loonheffingen. De percentages blijven in 2027 gelijk aan 2026:

  • 36% van de S&O-(loon)kosten tot en met € 391.020

  • 50% voor startende ondernemers, tot dezelfde grens

  • 16% van de S&O-(loon)kosten boven € 391.020.

Een onderneming geldt als starter voor de WBSO als ze nog geen vijf aaneengesloten kalenderjaren bestaat en maximaal twee keer eerder afdrachtvermindering S&O heeft aangevraagd.

Per 1 januari 2027 stijgt het forfaitaire S&O-uurloon van € 29 naar € 33 per uur. Dit forfaitaire uurloon geldt voor inhoudingsplichtigen die nieuw zijn in de WBSO of die twee kalenderjaren eerder geen WBSO-beschikking hebben gehad. 

tip

Wil je gebruikmaken van de WBSO? Controleer in de WBSO-kalender van RVO welke aanvraagtermijn voor jouw project geldt. Dien je aanvraag vóór het begin van de aanvraagperiode in en zorg dat je S&O-administratie vanaf de start van de werkzaamheden op orde is.

> terug naar boven

energie-investeringsaftrek aangepast 

Het kabinet stelt voor om het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek op 1 januari 2027 te verhogen van 40% naar 45,5%. Bedrijven en ondernemers kunnen dus een groter deel van hun investering in energiezuinige middelen aftrekken van de winst, tot maximaal € 151 miljoen per jaar. 

Dit voordeel geldt ook voor gezamenlijke investeringen, zoals in een vof. Sinds 1 januari 2026 geldt dit maximumbedrag voor alle investeringen samen (zowel individueel als gezamenlijk). Zo kan de grens niet via meerdere constructies worden omzeild.

tip

Maak een overzicht van alle geplande investeringen in energiezuinige middelen voor 2027. Door het hogere aftrekpercentage kan het lonen om een investering die je voor 2026 had gepland, uit te stellen naar 2027. Houd bij samenwerking in een vof of consortium rekening met de gezamenlijke grens van € 151 miljoen.

> terug naar boven

innovatiebox mkb verruimd 

Ondernemers die zelf innovaties ontwikkelen, kunnen vanaf 2027 een groter deel van hun winst tegen het lagere innovatiebox-tarief afrekenen: de grens gaat van € 25.000 naar € 100.000 per jaar.

> terug naar boven

fiscale regeling werknemersopties bij start-ups en scale-ups 

Het kabinet stelt een nieuwe fiscale regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups voor. Het streven is dat deze regeling op 1 januari 2027 ingaat.

Volgens het voorstel betalen medewerkers belasting op het moment waarop zij de aandelen daadwerkelijk verkopen. Dat geldt ook als de medewerker op dat moment niet meer bij de organisatie werkt. Nu ontstaat de belastingheffing in beginsel zodra de aandelen verhandelbaar worden.

Daarnaast wordt volgens het voorstel 65% van het voordeel uit de aandelenopties belast. Dit verlaagde percentage geldt alleen zolang de werkgever aan de voorwaarden voor een start-up of scale-up voldoet. De medewerker kan ook kiezen voor belastingheffing op het moment waarop de aandelen verhandelbaar worden.

De Tweede en Eerste Kamer moeten het voorstel nog behandelen. De voorwaarden en ingangsdatum kunnen daardoor nog veranderen.

tip

Bied je aandelenopties aan? Leg dan vast welke medewerkers opties hebben, wanneer deze verhandelbaar worden en wanneer verkoop mogelijk is. Laat je salarisadministratie pas aanpassen als de definitieve wet en uitvoeringsvoorwaarden bekend zijn.

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

mkb en zzp

Voor zelfstandigen en ondernemers blijft er ook in 2027 veel veranderen: fiscale voordelen worden verder afgebouwd en de verplichte basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid komt dichterbij. Wil je weten hoe het kabinet schijnzelfstandigheid wil aanpakken? Dat lees je bij de hervormingen op de arbeidsmarkt.

zelfstandigenaftrek verder omlaag 

De zelfstandigenaftrek daalt in 2027 naar € 900. De extra startersaftrek gaat in 2027 van € 2.123 naar € 10. Het kabinet stelt voor om de startersaftrek per 2028 volledig af te schaffen.

> terug naar boven

meewerkaftrek en stakingsaftrek worden versoberd 

De meewerkaftrek (voor ondernemers van wie de fiscale partner onbetaald meewerkt in de zaak) en de stakingsaftrek (bij definitieve bedrijfsbeëindiging of -verkoop) gaan per 2027 met 75% omlaag. Per 2030 verdwijnen beide regelingen helemaal.

tip

Overweeg je op korte termijn te stoppen met je bedrijf of werkt je partner onbetaald mee in de zaak? Bespreek met je fiscalist of dit nog gevolgen heeft voor 2027.

> terug naar boven

mkb-winstvrijstelling blijft gelijk 

In 2027 blijft de mkb-winstvrijstelling op 12,70%. Dit percentage geldt na toepassing van de zelfstandigenaftrek.

> terug naar boven

verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zzp'ers (baz) 

Het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz) is op 23 maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer. De premie bedraagt 5,4% van de winst, met een maximum van circa € 171 per maand (prijsniveau 2025, dit bedrag wordt geïndexeerd). Wie minder winst maakt, betaalt minder.

De wachttijd is twee jaar, de uitkering bedraagt ongeveer 70% van het eerdere inkomen met het minimumloon als plafond, en loopt door tot de AOW-leeftijd.

Zelfstandigen mogen kiezen voor een private verzekering die minimaal dezelfde dekking biedt en niet langer wacht dan twee jaar. Directeuren-grootaandeelhouders met een bv en zelfstandigen in loondienst met voldoende WIA-dekking vallen buiten de verplichting.

De Tweede en Eerste Kamer moeten het wetsvoorstel nog behandelen. De invoering zal na goedkeuring meerdere jaren voorbereiding vragen. Een definitieve ingangsdatum is nog niet vastgesteld.

> terug naar boven

> terug naar alle thema's 

veelgestelde vragen over prinsjesdag

  • waar begin je als werkgever met de voorbereidingen op 2027?

    Begin met de wijzigingen waarvan de deadline al vaststaat. Controleer of je onder de WTTA valt, breng de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten in kaart en bekijk hoe je opdrachten aan zzp'ers met een uurtarief onder € 38 hebt ingericht. Controleer daarnaast welke fiscale wijzigingen gevolgen hebben voor je salarisadministratie en wagenpark.

    download de paper over de nieuwe arbeidswetgeving

  • geldt de wtta ook als je personeel inleent?

    Ja. Vanaf 1 januari 2028 mogen werkgevers alleen personeel inlenen van uitleners die zijn toegelaten. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan dan zowel de uitlener als de inlener een boete geven als de uitlener niet is toegelaten. Uitleners die zich vóór 31 december 2026 hebben aangemeld voor de overgangsregeling, mogen ondertussen doorwerken. Ga daarom nu al na of de uitzendbureaus en andere uitleners waarmee je werkt zich hebben aangemeld.

    lees meer over wetgeving voor uitzenders

  • moeten bestaande fossiele leaseauto's in 2027 worden vervangen?

    Nee. De pseudo-eindheffing geldt vanaf 1 januari 2027 in beginsel voor fossiele en hybride personenauto's die vanaf die datum voor het eerst ter beschikking worden gesteld. Voor auto's die al vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Het kabinet stelt voor dit overgangsrecht te verlengen tot en met 31 december 2030.

    bekijk de regels voor de pseudo-eindheffing

  • wanneer moet je rapporteren over loonverschillen?

    Volgens het wetsvoorstel rapporteren werkgevers met minimaal 150 medewerkers voor het eerst uiterlijk op 7 juni 2028 over 2027. Werkgevers met 100 tot 150 medewerkers volgen uiterlijk op 7 juni 2031. De wet en de ingangsdatum zijn nog niet definitief. Andere verplichtingen uit de wet loontransparantie gaan voor alle werkgevers gelden. De wet en de ingangsdatum zijn nog niet definitief.

    lees meer over de wet loontransparantie

  • welke veranderingen voor 2027 staan al vast?

    De WTTA, de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten en het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38 zijn aangenomen. Veel fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2027, de Wet loontransparantie en de nieuwe Zelfstandigenwet zijn nog voorstellen. Deze kunnen tijdens de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer veranderen. Wil je op de hoogte blijven als werkgever?

    schrijf je in voor de nieuwsbrief