waarom de arbeidsmarkt nú om kwalitatieve wendbaarheid vraagt
Onze nieuwste arbeidsmarktcijfers tonen een indringende realiteit. Terwijl de landelijke krapte op het eerste gezicht stabiliseert, stijgt de schaarste in belangrijke sectoren zoals de zorg en bouw juist tégen de markt in verder door. Tel daar nieuwe wetgeving en maatschappelijke opgaven bij op, en de druk op werkgevers neemt alleen maar toe. Om onze economie en maatschappelijke doelen overeind te houden, moeten we nú sturen op het vroegtijdig activeren van onbenut talent, kwalitatieve wendbaarheid en strategische regie op ons menselijk kapitaal.
van inkomenszekerheid naar werkzekerheid voor onbenut talent
Als we naar de cijfers kijken, springt de stijging van het aantal jongeren in de bijstand – een toename van maar liefst 27% sinds eind 2022 – direct in het oog. Dit concentreert zich bij jongeren die geen onderwijs meer volgen en vastlopen door een complexe stapeling van problemen op meerdere levensgebieden. Het ontbreken van een startkwalificatie, problematische schulden, een onzekere woonsituatie en mentale klachten zorgen ervoor dat zij niet aan het werk komen of blijven.
Dit staat niet op zichzelf, maar onderstreept een breder structureel probleem: de toegenomen druk door ziekte en verzuim op onze gehele arbeidsmarkt. Naast het dagelijkse ziekteverzuim van circa 450.000 werknemers op de werkvloer, staan er inmiddels bijna 900.000 mensen langdurig langs de kant wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid. Samen vertegenwoordigen zij een stijgend en onbenut arbeidspotentieel.
In een economie met een structureel mensentekort is dit maatschappelijk pijnlijk én economisch onverkoopbaar. Het huidige stelsel schiet tekort: een woud aan ingewikkelde regels, administratieve rompslomp en de angst voor de armoedeval houdt mensen tegen om de stap naar werk te zetten. We moeten de omslag maken van een focus op puur inkomenszekerheid naar een aanpak gericht op échte werkzekerheid. Dat vraagt om moedige systeemherzieningen – zoals het heroverwegen van de langdurige loondoorbetalingsverplichting, mits direct gekoppeld aan actieve begeleiding en activering vanaf dag één.
investeren in vaardigheden: de sleutel tot échte wendbaarheid
Binnen flexibele arbeid zien we continu onderlinge verschuivingen: de ene periode zien we meer zzp’ers, de andere periode weer meer oproep- en invalkrachten. Macro-economisch gezien zijn dit soort verschuivingen een terugkerend fenomeen. Het zijn logische momentopnames: de markt reageert simpelweg steeds op veranderende wetgeving, kosten en economische dynamiek.
Kijk je naar de langere termijn, dan is de belangrijkste conclusie dat de structurele behoefte aan wendbaarheid bij werkgevers simpelweg onverminderd groot blijft. Flexibele arbeid is en blijft het fundament voor de veerkracht van onze markt, de productiviteit van bedrijven in transitie én ons internationale vestigingsklimaat. Bovendien vormt flexwerk voor groepen zoals starters, herintreders en nieuwkomers de cruciale opstap naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt.
De discussie over flexibiliteit zit echter nog te vaak vast in de kwantitatieve kant van 'handjes regelen voor vandaag', terwijl organisaties schreeuwen om kwalitatieve wendbaarheid voor morgen. Als Randstad bewegen we hierin volop mee: onze rol verschuift definitief van traditionele bemiddeling naar die van gespecialiseerd talentbedrijf en strategische HR-partner. Werkgevers vragen ons steeds vaker om brede ontzorging, zoals het opzetten van complete opleidingstrajecten voor schaarse functies, het sturen op verzuimpreventie of het overnemen van de verantwoordelijkheid voor complexe projecten. Echte wendbaarheid ontstaat immers niet door te sturen op contractvormen, maar door te investeren in de vaardigheden van mensen.
de noodzaak van een Arbeidsbegroting
Tot slot zien we dat het aandeel van de publieke sector en maatschappelijke opgaven op onze arbeidsmarkt gestaag doorgroeit richting 29% in 2030. Dat is een begrijpelijke en noodzakelijke ontwikkeling; de vraag in zorg, onderwijs, veiligheid en de energietransitie is groter dan ooit. Zoals ik eerder al aanstipte, zien we dat bijvoorbeeld in de zorg, waar het aantal vacatures tégen de markt in blijft stijgen naar een recordhoogte van ruim 70.000 openstaande posities. Doordat al deze vitale sectoren tegelijkertijd groeien, vissen ze onbedoeld in exact dezelfde vijver van schaars talent.
De realiteit is simpel: een financieel tekort kun je opvangen met budget, maar extra menskracht kun je op de arbeidsmarkt niet zomaar bijplussen. Ambities op papier zijn waardeloos als er simpelweg onvoldoende mensen zijn om ze uit te voeren. Daarom herhaal ik mijn pleidooi voor een verplichte Arbeidsbegroting: een toets vooraf die bij elke nieuwe maatschappelijke ambitie in kaart brengt of er daadwerkelijk voldoende menskracht en skills beschikbaar zijn. Want een miljard op de financiële begroting brengt ons niks als er op de arbeidsbegroting nul mensen tegenover staan.